You are here

Binnenkort een smartphone op voorschrift?

Martine Versonne - Maandag 13 februari 2017
Martine Versonne

Hoe zal e-gezondheid er over 2 jaar uitzien? En over 5 jaar? De proefprojecten voor mobiele gezondheidszorg (applicaties, mobiele tools) die zorgverleners sinds januari uittesten kunnen ons daar een idee van geven.

In San Francisco werd in 2007 Health 2.0 opgericht, een internationaal netwerk dat gericht is op technologische innovaties die de gezondheidszorg ingrijpend veranderen. De Brusselse afdeling wil de oplossingen die ontwikkeld zijn in België promoten. Het is de bedoeling de integratie ervan bij de zorgverleners te bevorderen. Op 12 januari vond er een vergadering plaats om de kwestie te bespreken en vijf projecten voor 'mobiele' gezondheidszorg voor te stellen.

Ralf Jahns (Research2Guidance, Berlijn) herinnerde eraan dat de sector van de 'gezondheidsapps' momenteel veel weg heeft van een jungle: in 2016 waren er ruim 250.000!

E-gezondheid boomt en terwijl de eerste apps vooral gericht waren op fitheid en welzijn, worden ze meer gespecialiseerd medisch, professioneel, gericht op specifieke aandoeningen, op patiënten en rechtstreeks op zorgpersoneel.

Hoe het kaf van het koren scheiden? Wie moet dit doen? Volgens welke criteria? Hoe wordt dit gefinancierd? Worden ze terugbetaald?… De bliksemsnelle evolutie in dit domein vereist een duidelijk kader om het respect van de privacy en de beveiliging van de gegevens te verzekeren voor de patiënt en de arts.

Nooit zonder mijn app

In België maakt de overheid er werk van in het kader van het Plan e-Gezondheid 2015-2018, dat een onderdeel Mobile Health bevat (actiepunt 19). Daarom heeft Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, in april van vorig jaar een oproep gelanceerd tot het indienen van projecten voor de integratie van mobiele applicaties in de gezondheidszorg.

Eric Van der Hulst (projectleider m-health op het kabinet De Block en Program Manager imec) maakte een stand van zaken op: uit de 98 ingediende projecten koos het evaluatiecomité (dat is samengesteld uit leden van het RIZIV, de FOD Volksgezondheid, het fagg en het platform eHealth) er 24 uit. Ze gaan over cardiologie (7), diabetes (3), geestelijke gezondheid (3), CVA (2), chronische pijn, oncologie (1), COPD, apneu, enz. (we komen daar uitgebreid op terug in volgende artikels).

Zes daarvan komen uit het Franstalige landsgedeelte: telebegeleiding van patiënten met ernstig hartfalen in het CHU de Liège en het CHR Citadelle; Self user in line (follow-up van patiënten met hartaandoeningen en diabetes) in het ziekenhuis van Jolimont, het ziekenhuis van Tubize-Nivelles en het CHR Mons-Hainaut; 3S Homecare (cardiovasculaire aandoeningen en diabetes) door het CSD Namur, de Fédération des CSD en CHR Namur; Sleep Cloud (apneu) in het CHU Liège en CHR Namur; telebegeleiding van patiënten met COPD in het CHU Liège; en In-Ambulance Telestroke (CVA) door Saint-Luc (UCL) en Erasme (ULB) in samenwerking met het UZ Brussel en het UZA. We vermelden ook nog een project over diabetes (Diabetes on the Run), dat onder andere de steun krijgt van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (MLOZ).

Al deze tools zijn net de testfase in reële omstandigheden ingegaan, die zes maanden zal duren (januari-juni). Het doel is hun nut, de gebruiksveiligheid, de bescherming van de persoonsgegevens, de compatibiliteit met andere diensten voor e-gezondheid, het verkrijgen van het Europese CE-label en de mate waarin ze evidencebased zijn te beoordelen.

Financiering

Er is een budget van 3,25 miljoen euro uitgetrokken om onder andere de zorgverleners in deze proefprojecten te vergoeden.

Uiteraard moeten er in de toekomst financieringsvoorwaarden voor de zorgverleners die deze apps gebruiken en een reglementair en juridisch kader komen.

"Voor de 24 projecten hangt het toegekende budget vast aan een behandeling. Een cardiologieproject kan bijvoorbeeld € 50/patiënt/maand krijgen om de kosten van de behandeling, de artsen, de infrastructuur (personeel, software, app en materiaal) te dekken, want we streven naar een terugbetaling van de ‘bundelbehandeling' (bundle treatment)", legt Eric Van der Hulst uit.

"Op termijn is het de bedoeling te beschikken over een bepaald aantal door het RIZIV goedgekeurde apps zodat artsen ze kunnen voorschrijven en ze worden terugbetaald. Als behandelingen via mobiele gezondheidszorg in 2018 mogelijk zijn, zullen er zowel Belgische als buitenlandse leveranciers zijn: die komen allemaal in aanmerking voor goedkeuring als ze voldoen aan de criteria (veiligheid, privacy, enz.). Bij het fagg zullen mobiele applicaties hetzelfde goedkeuringstraject moeten doorlopen als medische toestellen, eventueel iets versoepeld omdat dergelijke applicaties voortdurend worden geüpdatet…"

Virtueel ziekenhuis

E-gezondheid in de gezondheidszorg betreft hetzij selfmanagement (als aanvulling op de klassieke behandeling schrijft de arts zijn patiënt voor om een applicatie te downloaden, bijvoorbeeld voor advies in verband met cardiologie), hetzij applicaties die geconnecteerd zijn met de zorgverleners die ze controleren (biologische parameters). "De functie van de arts zal moeten evolueren. Hij kan immers onmogelijk de klok rond geconnecteerd zijn. Het zal dus gaan om de arts, de patiënt en het centrum voor klinische hulp voor de continue follow-up", vermoedt hij en hij haalt het Amerikaanse voorbeeld aan van Mercy Virtual, een virtueel ziekenhuis waar artsen en verpleegkundigen vanachter hun scherm telemonitoring uitvoeren.

Er rijzen twee problemen bij de invoering van deze technologieën: "Het grootste is van financiële aard: artsen die overtuigd zijn moeten de kans krijgen om deze middelen te gebruiken en worden terugbetaald, maar wie wat terughoudend is mag niet onder druk worden gezet. Het andere probleem is van digitale aard: artsen en verpleegkundigen moeten kunnen beschikken over intuïtieve applicaties en een opleiding krijgen."

"Ik hoop dat er in 2018 niet alleen een oproep tot het indienen van nieuwe projecten zal zijn, maar ook een ‘change management’, personen om de artsen te overtuigen om e-gezondheidstools te gebruiken. Een beetje zoals Tupperwareparty’s, om te laten zien hoe het werkt", besluit Eric Van der Hulst.