De ministerraad heeft woensdag de artsenquota voor de jaren 2032 en 2033 goedgekeurd, zo is uit goede bron vernomen. Die liggen hoger dan voor het jaar 2031.
Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt het quotum voor 2032 en 2033 vastgelegd op 1.427, tegenover 1.378 in 2031, of 49 extra plaatsen. Voor de Franse Gemeenschap bedraagt het quotum 1.089, tegenover 950 in 2031, goed voor 139 bijkomende plaatsen.
Voor tandheelkunde werden de quota vastgelegd voor de jaren 2031 tot en met 2036: 266 voor de Vlaamse Gemeenschap en 158 voor de Franse Gemeenschap . Tot 2030 bedragen die quota respectievelijk 108 en 199.
Die cijfers werden bevestigd door het kabinet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke. Twee koninklijke besluiten daarover zullen worden gepubliceerd.
De federale quota – die het aantal artsen bepalen dat na de zesjarige basisopleiding toegang krijgt tot een opleiding als huisarts of specialist – worden door de deelstaten vertaald in startquota, die vastleggen hoeveel studenten aan de basisopleiding geneeskunde en tandheelkunde mogen beginnen.
Volgens de federale regering vormt dit ontwerp van koninklijk besluit “de eerste stap van de overeengekomen gefaseerde aanpak”, met als doel de artsenquota beter af te stemmen op “de evolutie van de behoeften op het terrein”. Het ontwerp wordt nog voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Lees ook : Van huisartsentekort naar overaanbod? Decanen waarschuwen voor “Cubaanse toestanden”








