Artsensalarissen: de Belgische paradox

Terwijl België zich concentreert op de hervorming van de nomenclatuur en de loonverschillen tussen specialismen, biedt het witboek van de European Federation of Salaried Doctors (FEMS) – dat in 2024 werd gepubliceerd maar bij ons onopgemerkt bleef – een ander vergelijkingspunt: Europa. Hoe verhouden Belgische artsen in loondienst zich tot hun collega’s in Nederland, Frankrijk, Oostenrijk, Polen…?

Het debat over de inkomens van artsen is per definitie een binnenlands Belgisch debat. De verwachte hervorming van de nomenclatuur, de verschillen tussen technische en klinische specialismen, vragen in de Kamer over de loonverschillen: de focus blijft nationaal en relatief. Het witboek van de FEMS nodigt uit om een stap opzij te zetten door een andere vraag te stellen: niet langer wie er in België meer verdient dan wie, maar waar de Belgische (in loondienst werkende) arts zich bevindt ten opzichte van zijn Europese buren.

Het document geeft een overzicht van de bezoldigingen in de publieke sector in 21 landen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier ervaringsniveaus (artsen in opleiding, 0-10 jaar, 10-25 jaar en meer dan 25 jaar ervaring) en drie maatstaven: het brutosalaris, het nettosalaris na belastingen en sociale premies, en het salaris gecorrigeerd voor koopkrachtpariteit (KKP), waarmee verschillen in de kosten van levensonderhoud worden gecorrigeerd. Er zijn twee kanttekeningen te plaatsen: de cijfers dateren uit 2023-2024 en de definities van het opgegeven "nettobedrag" variëren van land tot land, waardoor het eerder om ordegroottes gaat dan om een afrekening tot op de euro nauwkeurig. Daarnaast is er een verschil in de herkomst van de verzamelde gegevens, zoals opgemerkt door dr. Pierre Maldague, afgevaardigde van de FMS bij de FEMS, die zelf het Belgische gegevensformulier heeft ingevuld. De studie vergelijkt vooral artsen in loondienst in de publieke sector, terwijl België een meerderheid aan zelfstandige artsen telt en Frankrijk juist een uitgebreide publieke sector kent. Dit ondermijnt de representativiteit van het Belgische cijfer.

Toch staat België qua brutoloon aan de top. Aan het begin van de loopbaan als specialist (0-10 jaar) bedraagt het brutoloon al 8.450 euro, waarmee het op de tweede plaats staat achter Nederland (10.000 €) en vóór Duitsland (7.000 €). Halverwege de loopbaan (10-25 jaar) blijft het op de tweede plaats in Europa staan met 11.100 euro bruto.

Het nettoloon gooit de kaarten opnieuw in de war
Maar wanneer we naar de netto-inkomsten kijken, verandert de situatie. De FEMS wijst expliciet op België en Finland als de fiscaal meest "benadeelde“ systemen voor ervaren artsen. Het Belgische brutoloon van 11.100 euro smelt weg tot 5.550 euro netto, wat neerkomt op een aftrek van 50%. Aan het andere uiterste verliest Frankrijk slechts 15% tussen het bruto (6.250 €) en het netto (5.312 €): een Franse specialist wiens brutosalaris 44% lager ligt dan dat van zijn Belgische collega, houdt zo een vrijwel gelijk netto-inkomen over. Hetzelfde geldt voor Oostenrijk, waar een brutosalaris van 8.200 euro een nettosalaris van 5.740 euro oplevert, wat meer is dan in België.

Tabel: Maandsalaris van specialisten met 10 tot 25 jaar ervaring (publieke sector)

Land

Bruto (€)

Netto (€)

Verschil bruto → netto

Nederland

12.500

7.000

‑44 %

België

11.100

5.550

‑50 %

Oostenrijk

8.200

5.740

‑30 %

Finland

6.520

3.910

‑40 %

Frankrijik

6.250

5.312

‑15 %

Roemenië

2.341

1.460

‑38 %

Polen

1.800

1.240

‑31 %

Het verschil tussen bruto en netto wordt berekend op basis van de gepubliceerde bruto- en nettobedragen. Bron: FEMS White Book (2024), hoofdstuk VI "Salaries and other income“.

En de koopkracht vergroot de kloof
De koopkrachtpariteit accentueert de verschillen nog verder: voor dezezelfde groep liggen de hoogste reële salarissen in Nederland (6.692 euro), Oostenrijk (5.722 euro) en Frankrijk (5.476 euro). Het hoge brutoloon is dus niet de beste indicator voor aantrekkelijkheid: het is het nettoloon, gecorrigeerd voor de kosten van levensonderhoud, dat weergeeft wat een vergoeding werkelijk waard is. En op dat vlak brokkelt het Belgische voordeel af.

Dezelfde klacht, versie 2026
In het nationale rapport dat hij in het voorjaar van 2026 aan de FEMS heeft overhandigd, wijst dr. Maldague op de "voortdurend stijgende" heffingen op de inkomsten van ziekenhuisartsen. "De specialismen die dat kunnen, van oogheelkunde tot gynaecologie, verlaten het ziekenhuis voor een winstgevender praktijk buiten het ziekenhuis“, constateert hij, "terwijl spoedeisendehulparts, intensivisten, geriaters, anesthesisten en radiotherapeuten gevangen blijven in een systeem waarin ze hun praktijk niet kunnen verplaatsen en geen toeslagen kunnen aanrekenen." Het is deze spanning die de herziening van de nomenclatuur, waaraan al vijf jaar wordt gewerkt, beoogt te beslechten.

De afgevaardigde van de BVAS relativeert overigens de reikwijdte van het witboek zelf. "Hoewel zelfstandigen in deze studie zijn meegenomen, wordt het probleem van de inhoudingen die ziekenhuizen op de bruto-honoraria toepassen, noch in aanmerking genomen, noch besproken. In België is dit een zeer groot probleem", benadrukt hij, dat "in principe moet worden opgelost in het kader van de herfinanciering van de ziekenhuizen en de nomenclatuur". Ten slotte betreurt hij het ontbreken van een vergelijking op basis van voltijdsequivalenten: "We weten dat er vandaag de dag een belangrijke verschuiving plaatsvindt onder jongeren, met name onder vrouwen, naar deeltijdwerk. Wat zijn de gevolgen daarvan voor het inkomen en het pensioen?"

  • FEMS, White Book « Working Conditions of European Doctors » (2024); FEMS, position paper sur la reconnaissance du travail médical comme profession pénible (2025-2026), www.fems.net.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Christophe Breusegem

    09 juli 2026

    Het perfecte systeem bestaat niet
    Maar wél kan gesteld worden dat ons huidig belgisch zorgsysteem tot de beste behoort
    (Zie enquête Artsenkrant: Belgische bevolking is tweede!! meest tevreden land over zorgsysteem, na Zwitserland)

    Men moet houden wat goed is…en verbeteren waar nodig

    En ja artsenlonen mogen verschillen!
    Er zijn nu eenmaal verschillen…
    Kan men niet ontkennen

  • Marc VAN DER WEYDE

    06 juli 2026

    Elke burger betaalt in België 50% belasting, dus bruto vergelijken is de enige goede methode. Als artsen vinden dat ze teveel belasting betalen dan staat het hen vrij om in een ander land te werken. Ik heb er nog niet veel zien verhuizen… Artsen verdienen meer dan genoeg, Wat niet correct is, is het grote verschil tussen de disciplines

  • Stefaan COLPAERT

    06 juli 2026

    Het arrtikel hierboven zegt niet zoveel.
    In mijn model, een voorgestelde europeanisering van de gezondheidszorg, waar holistiek en nabijheid wordt nagestreefd, hebben we artsen nodig die 6000 ziektes beheersen en de macht over de patiënt behouden als die wordt opgenomen in het ziekenhuis voor zorgproblematiek.
    Het hoogst betaalde diploma wordt dan die huisarts supervisor na een zwaar examen (op je 50 ste) (lijkt onaantrekkelijk, maar dat lijkt me geen argument, men zal het daarom niet laten om geneeskunde te willen studeren-
    Taken die vroeger aan artsen werden gegeven worden in dit model waar mogelijk door daartoe getrainde verpleegkundigen overgenomen. Artsen die niet aan het examen willen deelnemen kunnen in de ziekenhuizen blijven werken (aan verminderend loon) maar met verplichte pensionering op een zekere leeftijd, terwijl de huisarts supervisor dat probleem niet heeft.
    Er zal nog veel water in de wijn dienen gegoten te worden vooraleer het BVAS inziet dat deze europeanisering een waardig alternatief vormt ten aanzien van het huidige Amerikaanse model, niet noodzakelijk het beste model voor ons in Europa.