Minister Frank Vandenbroucke heeft een derde keer gesleuteld aan zijn ontwerp van kaderwet voor de hervorming van de gezondheidszorg. Het is die derde versie die vandaag op tafel ligt in het kernkabinet. Welke toegevingen doet Vandenbroucke?
Het dossier bereikt vandaag een cruciale fase: de derde versie van het wetsontwerp wordt besproken in het laatste kernkabinet voor het zomerreces. Vandenbroucke wil de kaderwet in eerste lezing laten goedkeuren. Bij de artsensyndicaten is het vertrouwen in een goede afloop klein. “Bvas en Kartel vrezen politieke koehandel over kaderwet Vandenbroucke,” schreven we gisteren.
Medi-Sfeer en De Specialist konden een nota van minister Vandenbroucke inkijken over de wijzigingen die hij doorvoert in de derde versie van de kaderwet. Een overzicht:
Timing ereloonsupplementen wijzigt
Het meest opvallende compromis is de timing: de plafonnering treedt pas in werking op 1 januari 2028, én slechts indien tegen dan ook het herwerkte ziekenhuisfinancieringssysteem en de hervormde nomenclatuur klaar zijn. Zo niet, wordt de maatregel uitgesteld tot 2029.
“Ik ga ervan uit dat ik zo tegemoetkom aan veel van de bezorgdheden en kritiek die geuit werden,” verklaarde Vandenbroucke donderdag in de Kamer. Hij antwoordde op vragen van onder meer Irina De Knop (Open VLD), Dominiek Sneppe (Vlaams Belang) en Ludivine Dedonder (PS).
Plafonds niet absoluut
De plafonds blijven overeind, maar zijn niet absoluut. Als beroepsverenigingen of ziekenhuizen vóór 15 september 2025 met objectieve cijfers aantonen dat de voorgestelde limieten de financiële houdbaarheid van zorginstellingen aantasten, kan de regering de percentages in tweede lezing herzien. Ook wordt voorzien dat de akkoordcommissies plafonds per discipline kunnen voorstellen, die bindend worden als ze met een dubbele driekwartmeerderheid goedgekeurd zijn.
Indexmassa wettelijk beschermd
Een andere toegeving betreft de indexmassa. Vandaag vervalt de indexering op 1 januari als er geen akkoord is. Vandenbroucke wil nu wettelijk verankeren dat de volledige indexmassa beschikbaar blijft voor het betrokken jaar, en alsnog kan worden toegekend als later een akkoord wordt afgesloten. Het Budget Financiële Middelen (BMF) blijft in elk geval geïndexeerd, ongeacht of er een akkoord is of niet.
Pax hospitalia
Er komt daarnaast ook een ‘pax hospitalia’ met de ziekenhuizen. “De plafonnering van supplementen mag op macroniveau geen budgettaire impact hebben,” staat daarin. “Een gemengde werkgroep van artsen, ziekenhuizen en mutualiteiten moet tegen eind juni 2026 de financiële impact van de hervorming becijferen. De hervormde ziekenhuisfinanciering moet voldoende zijn om ziekenhuizen structureel te laten functioneren zonder supplementen of retrocessies.”
Spoeddiensten en wachtposten
Tegelijk komt er een striktere aanpak van ongepast gebruik van spoeddiensten. “Tegen 1 juli 2026 moet het oproepnummer 1733 landelijk beschikbaar zijn in alle wachtposten,” aldus de nota. “Voor niet-geplande spoedzorg wordt een verplicht triagesysteem ingevoerd, zowel in de wachtposten als in de ziekenhuizen. Een concreet actieplan hierover wordt voor eind dit jaar verwacht. Vanaf 2026 worden ook teleconsultaties in wachtposten terugbetaald.”
Onderaan dit artikel kan je doorklikken naar de nota van Vandenbroucke. Samengevat zijn dit alle wijzingen sinds de eerste versie van het voorontwerp van kaderwet:
Alle aanvullingen op een rijtje
1. Het systeem van gedeeltelijke conventie blijft behouden voor artsen en tandartsen.
2. Financiering van beroepsorganisaties wordt voor max. 20% afhankelijk van het conventiepercentage.
3. Onderscheid tussen kwaliteitsbevorderende en praktijkondersteunende premies, voorbehouden voor geconventioneerde artsen.
4. Duidelijke procedure voor tijdelijke schorsing van het RIZIV-nummer bij fraude of verlies van visum.
5. Akkoordencommissies kunnen bijkomende opzeggingsmodaliteiten afspreken.
6. De akkoordencommissies worden betrokken bij het opstellen van een document binnen het Verzekeringscomité als zij er zelf niet in slagen om tot een akkoord te komen.
7. De bepalingen over het conventiesysteem gelden voor akkoorden vanaf 1 januari 2028.
8. Mogelijkheden om ingrepen op supplementen vóór 2028 te versnellen, zijn geschrapt.
9. Uitzonderingen op verplichte digitalisering in de communicatie met mutualiteiten zijn opgenomen in de wet.
10. Stilzwijgende verlenging van akkoorden is voorzien.
> Klik hier voor de nota van Vandenbroucke (in het Frans):
> Klik hier voor het verslag van de Kamercommissie
Lees ook: Bvas en Kartel vrezen politieke koehandel over kaderwet Vandenbroucke









Laatste reacties
Christophe Breusegem
18 juli 2025De financiering van beroepsorganisaties mag niet afhankelijk zijn van de conventie percentage …
Dat moet onafhankelijk zijn
Is dat nu zo moeilijk om te respecteren voor een socialistische minister… ?
Net zoals men ook moet respecteren dat iemand kiest voor niet te conventioneren.
Nogmaals:
Ons zorgsysteem wordt als 2de best ervaren door de bevolking (na Zwitserland; zie enquête Artsenkrant)
En ja de uitgaven van artsenhonoraria gaan nog stijgen omdat er meer inwoners zijn én meer ouderen met multi-pathologie..
.
Waarom iets veranderen dat al decennia goed werkt??
Min Vandenbroucke zou zich béter toeleggen op “échte noodzakelijke structurele hervormingen” en besparingen:
-afschaf nutteloze ziekenfondsen
-overconsumptie drastisch verlagen van consultaties alsook medicaties; oa remgelden na 20 jaar verhogen
-aantal langdurige zieken halveren ( nu 11 miljard uitgave per jaar)
-farma-lobby/ reclame aanpakken
Waar wacht Min Vandenbroucke op om bovenstaande besparingen van miljarden te doen??