Voor de verkiezingen op zaterdag 7 februari van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) streeft huidig secretaris-generaal Donald Claeys via een mandaatverlenging naar continuïteit. “Die is essentieel om complexe dossiers tot een goed einde te brengen.” Als een van zijn belangrijkste troeven ziet hij zijn ervaring en een dialooggerichte aanpak.
Hij pleit inderdaad voor een totaaltermijn van acht jaar (twee mandaten van vier jaar), omdat de eerste periode nodig is voor de opbouw en de tweede voor de realisatie. Zijn werkzaamheden stopzetten op dit specifieke punt – midden in belangrijke simulaties en hervormingen – zou schadelijk zou zijn, meent hij. “Vooral omdat een specifiek profiel nodig is om dit proces tot een goed einde te brengen.”
Ervaring als fundament van vertrouwen
Donald Claeys werpt ook zijn uitgebreide curriculum in de strijd -waaronder vier mandaten als voorzitter van de medische raad- en zijn ervaring in de ziekenhuissector. “Deelnemen aan het management was voor mij nooit een verplichting, maar een passie, naast mijn klinisch werk. De rol van secretaris-generaal van het VBS (FMS) is echter van een andere orde: dit is een voltijdse opdracht die niet te combineren valt met klinische activiteit.”
Zijn rijkdom aan ervaring heeft hem zowel in de breedte als in de diepte inzicht gegeven in de noden en uitdagingen van de sector. “Wederzijds respect tussen artsen en andere zorgverleners is voor mij geen slogan.”
Hij beschouwt alle specialisten als actieve clinici. “Ook radiologen, klinisch biologen en andere technisch georiënteerde disciplines leveren een directe en onmisbare bijdrage aan patiëntenzorg.”
Betrouwbaarheid, expertise, standvastigheid
De talrijke trajecten in diverse commissies en raden bezorgden hem ook een stevig netwerk - niet via lobbywerk, maar via reputatie, betrouwbaarheid en inhoudelijke expertise. Tijdens zijn eerste mandaat kon hij toch al heel wat verwezenlijken. Zo zette hij het VBS/FMS op de kaart tijdens de pandemie, wat het vertrouwen van de overheid opleverde. Dokter Claeys trok ook de uitbreiding van het daghospitaal en werkte bijvoorbeeld aan projecten rond "doelmatige zorg". Toch toont hij zich ook pragmatisch en standvastig tegenover de minister. Hij verwacht "redelijkheid" van het beleid, maar schuwt de confrontatie niet als de financiering de innovatie niet kan bijbenen of als beloofde herinvesteringen in de sector uitblijven.
De hervorming van de nomenclatuur - en weldra van de ziekenhuisfinanciering - is een werk van lange adem. Dat vraagt een voltijdse, consequente inzet. “We staan vandaag halverwege dat traject: we hebben gezaaid, nu moeten we oogsten.” Voor die hervorming laat hij de verschillende beroepsverenigingen bewust echt brainstormen om in consensus en via simulaties realiteitsgetrouwe voorstellen te formuleren.
Constructief, dialooggericht
Hij mocht van dichtbij ervaren hoe sterk het DNA van het VBS/FMS is. “De openheid van debat, dossierkennis per specialisme en de bereidheid om tot constructieve, gezamenlijke standpunten te komen, zijn indrukwekkend. De samenwerking met de artsensyndicaten verloopt bijzonder positief.”
De extra- en intramurale zorg worden soms tegenover elkaar geplaatst, maar voor dr. Claeys blijft één principe centraal: dezelfde zorg, dezelfde kwaliteit, dezelfde waardering. “Zowel onze voorzitter, Stan Politis, als ikzelf in mijn rol als secretaris-generaal hebben ons uitermate ingezet om te bouwen aan de samenhorigheid tussen alle aangesloten specialistische verenigingen.”
Hij ambieert ook om - als hij voor een tweede en laatste ambtstermijn verkozen wordt - nieuwe en gemotiveerde collega’s actief te blijven betrekken bij de FMS-projecten. Zodat zij - omringd door ervaren collega’s - geleidelijk en met dossierkennis kunnen doorgroeien naar functies binnen de organisatie.
2026 wordt een scharnierjaar. Er is geen ruimte voor inlooptijd of verlies van dossierkennis. De doelstellingen liggen op tafel, maar moeten verder verfijnd en waar nodig bijgestuurd worden door dezelfde ploeg die ze opbouwde, hoopt hij. De volgende jaren volgt met het her-denken van de ziekenhuisfinanciering de afsplitsing van het professioneel gedeelte in de erelonen: een nieuwe co-governance in de ziekenhuizen zal wijsheid en overredingskracht vragen. “Tegen 2029 moeten we een model kunnen voorleggen dat voor toekomstige generaties werkbaar en leefbaar is.”








