In een opiniestuk luidt dr. Sam Proesmans, spoedarts en regionaal medisch directeur ZNA, de noodklok over hittegolven als klinische uitdaging voor de gezondheidszorg. De impact reikt verder dan de klassieke hitteberoerte. De uitdagingen én opportuniteiten zijn enorm.
Dr. Proesmans gaat in De Morgen uit van een concrete casus tijdens de tiende dag van een hittegolf in juni dit jaar, om de diagnostische uitdaging te illustreren. “In het gebetonneerde Hoboken tref ik een 66-jarige patiënte aan met een lichaamstemperatuur van 40,5 graden Celsius, happend naar adem. Een longontsteking lijkt de meest voor de hand liggende diagnose, tot de patiënte ook neurologisch verder achteruitgaat. Geholpen door bloedanalyses en een radiografie van de longen wordt duidelijk dat het geen longontsteking was, maar een hitteberoerte.”
Als arts weet dr. Proesmans uiteraard dat de thermoregulatie hoofdzakelijk steunt op zweten en perifere vasodilatatie. Vanaf een omgevingstemperatuur van ongeveer 35 °C schieten deze compensatiemechanismen tekort. Vooral dan bij ouderen en jonge kinderen. Bij een lichaamstemperatuur rond 40 °C raakt de hypothalamische thermoregulatie ontregeld. Vanaf 41 °C treedt orgaanschade op. Bij temperaturen vanaf 42 °C komen neurologische symptomen op de voorgrond en kunnen onder meer de bloedstolling en andere vitale processen ontsporen.
Relevante bijkomende stressor
De grootste gezondheidsimpact van hitte is echter vaak minder spectaculair, waarschuwt de spoedarts. Tijdens drie hittegolven registreerde Sciensano bijna 3.000 extra overlijdens. Naast patiënten met onderliggende aandoeningen zijn ook mensen die bepaalde geneesmiddelen gebruiken kwetsbaar. Bloeddrukverlagers en antipsychotica kunnen volgens de auteur de natuurlijke respons van het lichaam op hitte verstoren.
Voor artsen betekent dit dat we hitte tijdens een hittegolf als een relevante bijkomende stressor moeten beschouwen. Een verandering in bewustzijn, dyspneu of orgaanfunctie kan het gevolg zijn van hitte-expositie, ook wanneer een andere diagnose aanvankelijk waarschijnlijker lijkt.
Maar er is meer: de verouderde ziekenhuisinfrastructuur. “Onze ziekenhuizen - waarvan 95% verouderd is en niet opgewassen is tegen de nieuwe klimaatrealiteit - bevinden zich nagenoeg allemaal in een stedelijke context. Een hitteslachtoffer opvangen op een verpleegafdeling waar de kamertemperatuur 35 graden bedraagt, is dweilen met de kraan open. Een ziekenhuis dat zelf oververhit raakt, kan kwetsbare patiënten tijdens een hittegolf niet veilig opvangen. Geen enkele studie zal dat inzicht veranderen.”
“Gigantische uitdaging én opportuniteit”
Klimaatadaptatie vraagt daarom om meer dan individuele preventie. Vooral in steden, waar het hitte-eilandeffect de temperatuur verder doet oplopen, zijn ontharding, vergroening en wateroppervlakken noodzakelijk, bepleitte Proesmans al sinds begin augustus op andere (sociale en klassieke) media. Hij staat daarin niet alleen. Onder meer de Limburgse huisarts Toon Ceyssens werd met een gelijkaardig pleidooi opgepikt door de New York Times. Ook ziekenhuizen moeten klimaatrobuuster worden. Wel gaat hij nog een stapje verder door die doelstelling als volgt te concretiseren: “In plaats van elk bestaand ziekenhuis honderden miljoenen aan renovatiepremies uit te keren, zouden we de omslag kunnen maken naar een klimaatrobuust en veerkrachtig gezondheidszorgsysteem met een kleiner aantal grotere ziekenhuizen. Denemarken achterna: in 2007 schrapte het de helft van het aantal ziekenhuizen en koos het resoluut voor nieuwbouw.”
De vraag is dus niet meer of hitte gevolgen heeft voor de gezondheidszorg, maar of we onze zorg voldoende snel aanpassen aan een klimaat waarin extreme hitte een terugkerende klinische realiteit wordt. Een vitaal ziekenhuis vraagt uiteindelijk ook om een leefbare stad. “Of kiezen we voor pappen en nathouden?”
> Lees ook: Belgische artsen getuigen in New York Times over hittegolf









Laatste reacties
Bart Lelie
10 september 2026Collega dr. Sam Proesmans gooit heel wat op een hoopje. Vorige legislaturen hebben (beperkte) subsidies geboden aan vernieuwing van ziekenhuizen. Klein en groot. Geen discriminatie. Een vergelijkende studie qua duurzaamheid van onze ziekenhuizen toont dat er nog heel veel werk is, maar ook dat er zeer goede voorbeelden zijn.
Een van de meest duurzame ziekenhuizen van België is het middelgrote ziekenhuis AZ ZENO dat in 2017 een nieuwbouw heeft gezet met een duurzaamheid visie die oplevert, zowel voor patiënten (kamers blijven koel) als voor het ziekenhuis zelf qua energiekosten.
Gooi het kind niet weg met het badwater. Wil je de duurzaamheidskaart trekken, kijk dan naar de duurzaamheidscijfers van de ziekenhuizen, en gooi niet alle ziekenhuizen op een hoopje waarbij je aanneemt dat grotere ziekenhuizen per definitie duurzamer moeten zijn.
Trek je de kaart van patiëntveiligheid, dan zal je wel degelijk moeten investeren in klimaatcontrole in de patiëntenkamers van ALLE ziekenhuizen.
Minister VDB speelt opnieuw paniekvoetbal (kent hij iets anders?) met de cijfers van oversterfte door de hitte en verwacht een actieplan in 2027. We mogen dus opnieuw een woordendiarree van Sciensano-KCE verwachten met een rapport dat past in de algemene visie van VDB.
Collega Proesmans praat hem nu al naar de mond...