Eén op de drie psychiaters wil ambulante praktijk afbouwen in 2026

Het beleid stuurt met de ACA-hervormingen aan op kortere en strakker gecontroleerde ambulante geestelijke gezondheidszorg. Ambulante psychiaters waarschuwen voor kwaliteitsverlies, langere wachttijden en een versnelde uitstroom uit het beroep. Uit een recente enquête bij meer dan 400 psychiaters blijkt dat 33,6% overweegt zijn ambulante praktijk al in 2026 af te bouwen.

De hervorming vertrekt van een begrijpelijke beleidslogica: de zorgvraag stijgt, middelen zijn begrensd en prestaties moeten beheersbaar en controleerbaar worden georganiseerd. Die doelstelling sluit aan bij de principes van “appropriate care”, zoals die worden uitgetekend door het RIZIV en bevestigd in het regeerakkoord.

Die doelstelling wordt door het werkveld niet betwist. Toch blijkt uit een bevraging van de Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie (BFAP), uitgevoerd in januari 2026 bij 402 ambulant werkende psychiaters, dat die logica op het terrein steeds meer wringt. De respondenten, 240 Nederlandstalige en 162 Franstalige psychiaters, vertonen opvallend gelijklopende antwoorden, wat duidt op een structureel probleem binnen de sector. De Specialist en Medi-Sfeer konden het rapport over de enquête inkijken.

Hervormen botst op klinische realiteit

Centraal staat de hervorming van de consultatiestructuur via RVU’s. Een RVU (Relative Value Unit) is een door het RIZIV gebruikte rekeneenheid die tijd, complexiteit en werklast van een medische prestatie vertaalt in een proportionele vergoeding. In de ambulante psychiatrie staat een consultatie van 3 RVU’s traditioneel voor ongeveer één uur werk, bestaande uit 45 minuten patiëntencontact en 15 minuten administratie.

Meer dan 93,3% van de psychiaters pleit voor het behoud van die 3-RVU-consultatie. Kortere consultaties krijgen beduidend minder steun: 51,5% acht een consultatie van 1 RVU (±20 minuten) werkbaar, 64,4% een consultatie van 2 RVU’s (±40 minuten). Die cijfers maken een inhoudelijke ondergrens zichtbaar. Onder een bepaalde tijdsduur, zo stelt het werkveld, lijdt de zorg aan zorgvuldigheid, veiligheid en efficiëntie.

Het 20-minuten-RVU-model wordt op zichzelf als pertinent beschouwd, maar volgens BFAP “sluiten de beperkte modulariteit en de enge indicatiestelling onvoldoende aan bij de brede biopsychosociale expertise van de psychiater en bij de klinische realiteit”. Bovendien ontbreekt een afdoende wetenschappelijke onderbouwing, zeker in vergelijking met internationale best practices en bestaande Belgische modellen.

De vrees van het beleid voor fraudegevoeligheid bij langere consultaties wordt als eenzijdig ervaren. Vergelijkbare tijdsmodellen bestaan al jaren in de eerstelijnspsychologische zorg zonder signalen van systematisch misbruik. BFAP pleit daarom voor gerichte controle van uitschieters, eerder dan voor een generieke beperking die het hele ambulante veld treft.

Crisiszorg, overleg en digitale zorg

De bevraging belicht ook minder zichtbare, maar essentiële onderdelen van ambulante psychiatrie. 82,8% van de psychiaters beschouwt telefonische crisisgesprekken als een volwaardige behandelinterventie die vergoed moet blijven. Deze gesprekken zijn laagdrempelig, opnamevermijdend en potentieel levensreddend.

Ook rond multidisciplinair overleg is de eensgezindheid groot: 92,5% vindt dat overleg met huisartsen, psychologen, mobiele teams en ziekenhuisartsen expliciet vergoed moet worden, bij voorkeur modulair tussen 1 en 4 RVU’s per patiënt per jaar. Nog eens 88% ondersteunt het Collaborative Care Model, waarin ook andere zorgverleners voor hun overlegtijd worden gehonoreerd.

Ruim acht op de tien van de bevraagde psychiaters (80,8%) vindt dat een videoconsult hetzelfde moet worden vergoed als een consultatie waarbij de patiënt fysiek aanwezig is. Het rapport waarschuwt dat 73% van de respondenten videoconsultaties zou afbouwen of stopzetten bij uitblijven van vergoedingpariteit, wat de zorgcapaciteit verder onder druk zet, vooral in regio’s met bestaande schaarste.

Hoge motivatie, lage houdbaarheid

De scherpste tegenstelling in de bevraging is die tussen inhoudelijke motivatie en financiële haalbaarheid. 80,9% ervaart ambulant werken als inhoudelijk aantrekkelijk, maar slechts 6,7% noemt het financieel aantrekkelijk. 75,3% beschouwt het financieel onaantrekkelijk en 79,7% vindt de huidige vergoedingen ontoereikend om praktijkkosten te dekken aan conventietarieven.

Zelfs bij 40 euro per RVU geeft 84,3% aan dat dit niet kostendekkend is, rekening houdend met onvermijdelijke maar vaak onbetaalde administratietijd. Die spanning vertaalt zich in toegankelijkheidsproblemen: in 2025 hanteert 58,4% een aanmeldingsstop, waarvan bijna de helft permanent. Slechts 5,4% van de Nederlandstalige respondenten kan nieuwe patiënten op korte termijn zien.

Bijna de helft is stakingsbereid

Daarnaast signaleren psychiaters toenemende uitputting. 42,8% herkent burn-outsignalen, 38,8% rapporteert een lage motivatie om ambulant actief te blijven en, bijzonder alarmerend, 33,6% overweegt zijn ambulante activiteiten in 2026 af te bouwen. Opvallend is dat meer psychiaters plannen hebben om te stoppen dan om te deconventioneren. Bijna de helft geeft aan bereid te zijn tot staking of collectieve deconventionering indien de hervormingen ongewijzigd worden doorgevoerd.

De nota pleit niet voor een terugkeer naar het verleden, maar voor gerichte verfijningen binnen de bestaande ACA-logica. Zoals ook de WHO benadrukt, is sterke ambulante zorg de ruggengraat van een duurzaam geestelijk-gezondheidsbeleid. Zonder voldoende tijd, proportionele financiering en klinische flexibiliteit dreigt die ruggengraat verder te verzwakken, met hogere maatschappelijke kosten als gevolg.

> Ontdek het rapport

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.