Federatie Medisch Specialisten (FMS) kritisch voor nieuw ziekenhuismodel met vier niveaus

Tijdens een presentatie voor BeMSA gaf em. prof. Stan Politis, voorzitter van de Federatie van Medisch Specialisten (FMS), zijn visie op de geplande hervorming van het ziekenhuislandschap 2026–2036. Hervormen is volgens hem noodzakelijk, maar het voorgestelde model met vier zorgniveaus roept fundamentele vragen op over onderbouwing, haalbaarheid en impact op het terrein.

Politis vertrok vanuit de vaststelling dat het huidige ziekenhuislandschap structureel onder druk staat. Hij deed dat op 21 februari tijdens een presentatie voor BeMSA, de Belgian Medical Students’ Association, de koepelorganisatie van geneeskundestudenten in België.

Personeelstekorten, vergrijzing en financiële spanningen versterken elkaar. Slechts 58 procent van de erkende verpleegkundigen is effectief actief in de zorg. Tegelijk stijgt de zorgvraag sterk door de toename van chronische aandoeningen. Bij 75-plussers heeft 76 procent meerdere aandoeningen. Tegen 2046 zouden bovendien 65.000 extra verpleegkundigen nodig zijn om de zorg op peil te houden. “Doen we niets, dan loopt het systeem vast.”

Wat drijft de kosten echt?

Toch nuanceert Politis het dominante demografische verhaal. Volgens projecties verklaren vergrijzing en bevolkingsgroei samen ongeveer een derde van de uitgavengroei, terwijl innovatie en honorariumevoluties minstens even zwaar doorwegen. “We moeten eerlijk zijn over wat de kosten echt aandrijft”, merkt hij op. Daarmee geeft hij aan dat de stijgende zorguitgaven niet alleen het gevolg zijn van een ouder wordende bevolking. Ook nieuwe, vaak dure behandelingen, technologische innovaties en keuzes in de financiering van het systeem zelf spelen een belangrijke rol in de kostenontwikkeling.

Intussen kampen veel ziekenhuizen met financiële moeilijkheden. Het huidige financieringssysteem, waarin enkel ‘gerechtvaardigde’ bedden worden vergoed en prestaties boven de norm niet worden gefinancierd, zet instellingen onder druk om ligduur en activiteit strikt te beheersen. “Deze situatie kan niet blijven duren.”

Daarnaast wijst Politis op de versnippering. België telt 103 ziekenhuizen, verspreid over 189 sites. Volgens hem strookt dat steeds minder met de evolutie van de geneeskunde. Complexe zorg vraagt concentratie van expertise, multidisciplinaire samenwerking en voldoende volumes om kwaliteit te garanderen. “Iedereen doet alles, 24 uur op 24. Dat model botst op zijn grenzen.”

Vier niveaus, meer concentratie

De expertengroep stelt een hertekening voor in vier types instellingen: universitaire ziekenhuizen (UZ), regionale algemene ziekenhuizen (RAZ), zorginstellingen voor intermediaire zorg (ZIZ) en lokale medische centra (LMC). Hoogcomplexe zorg zou worden geconcentreerd in de UZ’s en geselecteerde RAZ-ziekenhuizen. Kleinere ziekenhuizen zouden evolueren naar LMC’s zonder overnachting, met focus op consultaties en daghospitalisatie.

Vandaag voldoet slechts een deel van de sites aan de criteria om als volwaardig RAZ te functioneren. “Dat betekent dat een aanzienlijke groep ziekenhuizen functies zal verliezen of grondig moet transformeren.” Ook de spoedzorg zou worden beperkt tot UZ en RAZ, met triage via 1733 voor niet-dringende zorgvragen.

Het kernargument voor deze concentratie is de volume-outcome-relatie. Hogere volumes leiden bij bepaalde ingrepen tot betere uitkomsten. Politis erkent dat dit onder meer voor oncologische en cardiale chirurgie overtuigend is aangetoond. Tegelijk plaatst hij kanttekeningen. “Die relatie is procedure-specifiek en niet lineair. Boven een bepaalde drempel levert extra volume weinig bijkomende winst op.” Volgens hem mag dat principe niet worden veralgemeend naar alle zorgdomeinen.

Hij wijst er bovendien op dat Belgische uitkomsten in internationale vergelijking niet noodzakelijk slechter zijn. “Waarom vertrekken we dan van de premisse dat groter automatisch beter is?” Transparantie over resultaten en kwaliteitsindicatoren kan volgens hem minstens even belangrijk zijn dan louter volumecijfers.

Ook toegankelijkheid blijft een aandachtspunt. De ambitie om 90 procent van de bevolking binnen 30 minuten van een RAZ te situeren, klinkt logisch, maar kan in de praktijk regionale verschillen versterken. “Toegankelijkheid is meer dan een theoretische norm. Voor sommige regio’s kan centralisatie een echte drempel vormen.”

Hervorming op hervorming

De hervorming van het ziekenhuislandschap staat niet op zichzelf. Ze loopt samen met een hervorming van de nomenclatuur, een herziening van de ziekenhuisfinanciering en een nieuw gezondheidsdatabeleid met gefedereerde registers. Politis spreekt van “hervorming op hervorming”, wat voor ziekenhuizen en artsen een periode van grote onzekerheid betekent.

Hij uit ook kritiek op de samenstelling van de expertengroep. Volgens hem ontbraken medisch specialisten en wetenschappelijke verenigingen. Het eindrapport noemt hij “weinig verrassend en sterk in lijn met de beleidsvisie van de minister”. Voor de FMS is het cruciaal dat hervormingen gedragen worden door het veld. “Zonder inbreng van wie dagelijks in het ziekenhuis werkt, riskeer je een model dat op papier logisch lijkt maar in de praktijk wringt.”

Een bijkomend gevoelig punt is het statuut van artsen. Indien artsen meer in een klassiek werknemersmodel worden ondergebracht, raakt dat volgens Politis aan de professionele autonomie. “Dat debat moet open en transparant gevoerd worden.”

Zijn conclusie is duidelijk maar genuanceerd. Hervorming is nodig en concentratie kan kwaliteitswinst opleveren. Maar centralisatie mag geen doel op zich worden. “De echte vraag is niet hoeveel ziekenhuizen we overhouden, maar of we kwaliteit, toegankelijkheid en duurzaamheid in evenwicht kunnen brengen.”

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.