Gerichte, scherpe en vlotte communicatie is key in een federatie. Zowel op papier als – meer en meer – digitaal en via sociale media. Constant openstaan voor verjonging is een ander aandachtspunt, wil een federatie zichzelf op termijn niet overbodig maken. Daarnaast moet de FMS (voormalig VBS-GBS) alert zijn voor allerhande interne gevoeligheden. Deze aspecten kwamen ruimschoots aan bod op een debat tijdens de lancering van de Federatie Medisch Specialisten.
Na 70 jaar is het VBS-GBS aan een grondige vernieuwing toe. Het officiële startsein daartoe werd afgelopen donderdag gegeven. Niet alleen door een naamsverandering naar FMS (Federatie Medisch Specialisten) maar ook dus met een debat over de rol van een federatie vandaag. Dat in interactie met gelijkaardige federaties als die van de notarissen (FedNot), de vrije beroepen (FVB) en de Europese Unie van Medisch Specialisten (UEMS).

Moderatoren Olivier Delaere, directeur FMS, en Vincent Liévin (De Specialist) peilden op een luchtige maar ook doordachte toon naar de manier waarop de andere federaties mogelijke knelpunten in hun werking aanpakten. Welke tips hadden ze voor de FMS in petto?
Communicatie
Qua communicatie bijvoorbeeld is er werk aan de winkel voor de FMS. De FVB reageert geregeld op sociale media als het vrije beroep in een ongunstig daglicht gesteld wordt, legt voorzitter Tom Bovyn uit. “Bijvoorbeeld als er controverse in de algemene media ontstaat bij de karikatuur dat de zoon van een dokter een studiebeurs opstrijkt.” Naast die snelle tussenkomsten digitaal blijft de FVB ook de communicatie op papier hanteren want “sommige mensen in bladeren heel graag in een magazine en een tijdschrift, zelfs al is het nieuws daarin niet altijd vers van de pers. Nieuwsbrieven en mails in de mailbox worden nu eenmaal heel snel weggeklikt.”
Het notariaat houdt eveneens vast aan fysieke magazines voor de overzichts- en archieffunctie en om de overvolle mailbox te vermijden. Maar onherroepelijk verschuift de focus bij de notarissen naar digitaal, duidde Anne Wuilquot. De sprekers verwachten wel dat binnen vijf jaar bijna alle communicatie via digitale kanalen zal verlopen. Marc Hermans (UEMS) is met zijn organisatie afgestapt van papieren communicatie. “Wij houden nog twee algemene vergaderingen per jaar. Één in België, één in een lidstaat. Collega's appreciëren het wel dat we de agenda van de vergadering printen en bij de start ‘op hun bord’ leggen, maar dat is het dan. Verder verloopt alles via teleconferenties.”
Opmerkelijk: alle panelleden menen dat fysiek contact en lijfelijke ontmoetingsmomenten aan een comeback toe zijn: ze blijven essentieel om de voeling met de basis te behouden en een echte dialoog mogelijk te maken. Die interne dialoog is ontzettend belangrijk.
Driehoeksverhouding
Marc Hermans wees op de ‘driehoeksverhouding’ binnen de UEMS: kunnen samenwerken met de wetenschappelijke vereniging, met de beroepsvereniging, maar ook met de overheden. “Dat laatste is vanuit een UEMS-perspectief niet altijd simpel want gezondheid en gezondheidszorg zitten doorgaans buiten de portfolio van de EU. Sinds Covid verandert dat wel langzamerhand, maar de nationale regeringen staan hier nog een stuk sterker. En dus moet de dynamiek via onze ETR's (European Training Requirements) van onderuit verlopen.”
In zijn eigen specialisme van kinder- en jeugdpsychiatrie bestaat nog maar in zeer beperkte mate een vergelijkbaar opleidingstraject voor alle Europese landen, dus ook daar valt nog een lange weg te bewandelen.
Recent dreigde een intern conflict bij een anesthesistenvoorstel voor de opleiding pijnbestrijding bij de ETR’s. De reumatologen, de orthopedisch chirurgen, de traumatologen, de neurologen, de neurochirurgen, de internisten en de infectiologen gaven aan dat ze allemaal pijn behandelden. “Om ongenoegen tussen al die disciplines te vermijden meldden we de anesthesisten toen dat ze zeker een specifiek programma konden ontwikkelen voor anesthesisten maar dat het niet als ‘pijngeneeskunde’ gezien kon worden. Wel als een beschrijving van de competenties en de noodzakelijke stages die anesthesisten moeten doorlopen om dit bepaald diploma binnen de sectie anesthesie te verwerven. Iedereen kon zich daar finaal achter scharen.”
De FVB neemt zelf geen standpunt in als het gaat over kwesties die de leden-organisaties kunnen verdelen. Denk bijvoorbeeld aan de vaccinatiekwestie waarop een heleboel beroepsgroepen aanspraak maken, verduidelijkt Tom Bovyn.
Verjonging
Hoe houdt een vereniging, en dus ook een federatie, zichzelf jong? Jonge artsen aantrekken en engageren vormt immers een van de grootste uitdagingen vandaag. De nieuwe generatie kijkt fundamenteel anders naar de verhouding tussen werk en privé. Voor hen moet een federatie vooral ontzorgen: tools aanbieden die tijd besparen zodat zij zich op hun kerntaak kunnen richten. Een federatie moet openstaan voor hun verzuchtingen.
Tom Bovyn legt de link met de VVOG: bij de gynaecologen heeft de vervrouwelijking en verjonging zich al heel sterk doorgezet. “We hebben zelf een afdeling jonge gynaecologen - gynaecologen die niet meer dan 10 jaar praktijk houden. Daar komen zeker verrassende inzichten uit. In de Federatie Vrije Beroepen proberen we er dan weer op te letten dat bestuursleden die bijvoorbeeld niet meer beroepsactief zijn, vervangen worden door iemand die wél nog actief in het leven staat. Af en toe moet je wat jonge mensen een plaats durven geven en een taak binnen je bestuur of organisatie.”








