Uit angst dat een medisch correct onderzoek verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen worden, verwijst de Kempense huisarts Jan Goossens vrouwelijke patiënten voor intieme onderzoeken liever door naar vrouwelijke collega’s in zijn groepspraktijk. Zijn beslissing zet een gevoelig debat opnieuw op de agenda. Veel artsen begrijpen de voorzichtigheid, maar tegelijk klinkt een duidelijke waarschuwing: de slinger mag niet doorslaan.
Dr. Jan Goossens (60) werkt in een groepspraktijk in Poederlee, een deelgemeente van Lille. In de praktijk zijn vier vrouwelijke huisartsen actief. Wanneer een patiënte een gynaecologisch onderzoek nodig heeft, wordt meestal meteen een van hen voorgesteld. “Ik ben een mannelijke huisarts van 60. Ik voel me meer en meer ongemakkelijk om gynaecologisch onderzoek te doen of jonge meisjes te vragen hun bovenstuk uit te doen”, zegt Goossens.
Komt een patiënte toch bij hem terecht voor een dergelijk onderzoek, dan stelt hij vaak voor om het door een vrouwelijke collega te laten uitvoeren. Wanneer een patiënte aangeeft dat het voor haar geen probleem is, doet hij het onderzoek nog wel. De terughoudendheid beperkt zich niet tot gynaecologische onderzoeken. Ook wanneer het bovenlichaam ontbloot moet worden voor een onderzoek, bijvoorbeeld bij een elektrocardiogram, stelt hij geregeld voor dat een vrouwelijke collega het overneemt.
“De tijdgeest is veranderd”
Voor Goossens speelt de veranderde maatschappelijke context een belangrijke rol. “We leven in een maatschappij waarin alles erg gevoelig ligt. Ik wil zo correct mogelijk handelen als arts. Ik heb een panische angst dat een handeling die medisch correct is, door misinterpretatie of miscommunicatie als onethisch wordt geïnterpreteerd, met een klacht tot gevolg.”
Patiënten blijven volgens hem wel verzekerd van zorg. In de groepspraktijk kunnen ze altijd bij een vrouwelijke collega terecht. Dringende medische hulp zal hij uiteraard zelf verlenen wanneer dat nodig is. Goossens deed zijn verhaal eerder in de kranten van Mediahuis, waar het onderwerp een breder debat op gang bracht.
Reacties binnen de beroepsgroep
De aanpak van de Kempense huisarts leidt tot uiteenlopende reacties. Jong Domus ziet er geen probleem in zolang de zorg voor patiënten gegarandeerd blijft. “Zolang die arts ervoor kan zorgen dat de zorg gewaarborgd wordt en die betrokken patiëntes tijdig behandeld kunnen worden, staat het de man vrij om op die manier te werken”, zegt voorzitter Philippe Vande Velde. Tegelijk waarschuwt hij dat het geen algemene evolutie mag worden. “Gynaecologisch onderzoek is een belangrijk deel van de huisartsenzorg.”
Ook op sociale media leeft het debat. Huisarts Stijn Geysenbergh reageerde op LinkedIn dat de slinger dreigt door te slaan. “De job is de job. Als een patiënt jou als huisarts kiest en nadien instemt met een bepaald onderzoek waarvoor ontkleden nodig is, dan hoort dat gewoon bij het beroep.”
Impact van recente dossiers
De gevoeligheid rond intieme onderzoeken staat niet los van recente gebeurtenissen in de zorgsector. Eind 2025 kwam een gynaecoloog die actief was in het Regionaal Ziekenhuis Tienen en het UZA in opspraak nadat meerdere klachten over grensoverschrijdend gedrag waren ingediend. De Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie riep toen op om klachten grondig te onderzoeken en slachtoffers ernstig te nemen. Tegelijk klonk een waarschuwing tegen veralgemeningen naar de hele beroepsgroep.
Professor medische ethiek Yvonne Denier (KU Leuven) wijst erop dat dit soort dossiers hun impact hebben op de dagelijkse praktijk. Wanneer gevallen van grensoverschrijdend gedrag veel media-aandacht krijgen, worden sommige artsen voorzichtiger bij intieme onderzoeken, ook al handelen zij volgens de professionele regels.
Ook in de opleiding geneeskunde ligt het onderwerp gevoeliger dan vroeger. Birgitte Schoenmakers, huisarts en programmadirecteur van de huisartsenopleiding aan de KU Leuven, merkt dat studenten soms meer terughoudendheid tonen bij intieme onderzoeken. Studenten oefenen minder vanzelfsprekend op elkaar of voelen zich soms ongemakkelijk om aanwezig te zijn bij gynaecologische onderzoeken. Daarbij spelen verschillende factoren mee, van persoonlijke gêne tot culturele achtergrond.
Michel Deneyer, ondervoorzitter van de Orde der Artsen, begrijpt de voorzichtigheid maar pleit voor evenwicht. “We mogen niet vertrekken vanuit argwaan bij elk intiem onderzoek.” Artsen nemen vandaag soms extra voorzorgsmaatregelen. Deneyer geeft een voorbeeld uit zijn eigen praktijk: wanneer hij een minderjarige patiënte alleen op consultatie ziet, vraagt hij vaak een vrouwelijke verpleegkundige erbij.
Invloed van #MeToo
Heldere communicatie blijft cruciaal voor vertrouwen tussen arts en patiënt. In de opleiding geneeskunde krijgt dat veel aandacht. Patiënten verwachten uitleg over wat er gebeurt tijdens een onderzoek en waarom. Een groot deel van de klachten tegen artsen blijkt uiteindelijk terug te gaan op gebrekkige communicatie.
De discussie rond intieme onderzoeken toont hoe maatschappelijke evoluties hun weg vinden naar de consultatiekamer, niet in het minst onder invloed van de #MeToo-beweging. Voor artsen blijft het zoeken naar een evenwicht tussen professionele verantwoordelijkheid, respect voor grenzen en vertrouwen in de arts-patiëntrelatie.









Laatste reacties
Serge MORREN
13 maart 2026De collega ontneemt de patiënte de kans om te beslissen waar ze het onderzoek wil laten doen. Hij moet het onderzoek voorstellen en dan de patiënte laten beslissen bij wie ze in de praktijk het liefste gaat. Nu kiest hij in de plaats van alle vrouwen.
Dr Serge Morren
Walter VAN ROMPAEY
13 maart 2026Wat dan te zeggen van bepaalde vrouwelijke patiënten die resoluut een mannelijke arts weigeren omwille van zogezegde culturele of religieuze redenen . Zo wordt de uitoefening van ons mooie beroep wel erg moeilijk .