In het debat over langdurig zieken gaat de aandacht vaak naar cijfers, controles en responsabilisering, terwijl het traject meestal begint in de huisartsenpraktijk. In De Standaard getuigen vier huisartsen over hoe hun visie op arbeidsongeschiktheid de voorbije jaren sterk veranderd is.
Volgens Maaike Van Overloop, huisarts en voorzitter van Domus Medica, is de visie op burn-out en langdurige uitval sterk geëvolueerd. “Toen ik afstudeerde, werd bij burn-out vaak maandenlange rust voorgeschreven. Vandaag weten we dat een langdurige afwezigheid mensen net verder kan doen wegzakken.”
Van Overloop benadrukt het belang van gesprekken over wat patiënten nog wél kunnen. Dat kan gaan over vrijwilligerswerk, sociale activiteiten of een gedeeltelijke terugkeer naar de werkvloer. “Het loont om samen te bekijken welke activiteiten haalbaar blijven. Alleen ontbreekt daar in de dagelijkse praktijk vaak de tijd voor.”
Ze wijst erop dat vooral bij psychische problemen de “veilige cocon” van thuisblijven riskant kan worden. “Hoe langer iemand geïsoleerd raakt, hoe groter de drempel om opnieuw aansluiting te vinden.”
De vergeetput
Ook Birgitte Schoenmakers, huisarts en hoogleraar aan de KU Leuven, vindt dat artsen en samenleving te lang onvoldoende aandacht hadden voor actieve begeleiding van langdurig zieken. “In mijn lessen spreek ik soms over mensen die in een vergeetput terechtgekomen zijn. Maar die vergeetput hebben we zelf gecreëerd”, zegt ze.
Volgens Schoenmakers gaat het zelden om één afgelijnd medisch probleem. “Vaak is er een combinatie van burn-out, familiale problemen, conflicten op het werk en bestaande kwetsbaarheden.” Ze waarschuwt ervoor om langdurig zieken te reduceren tot profiteurs. “Veel patiënten willen wel vooruit, maar raken vast in een systeem waarin de afstand tot werk steeds groter wordt.”
Onderzoek toont volgens haar aan dat mensen met een burn-out die langer dan zes maanden volledig thuisblijven, nog moeilijk succesvol re-integreren op de arbeidsmarkt. “Het idee dat iemand gewoon lang genoeg moet rusten tot alles voorbij is, blijft hardnekkig bestaan.”
Samen verantwoordelijk
Laurens De Boeck, huisarts in Gent, benadrukt dat huisartsen vaak moeten werken zonder duidelijke wetenschappelijke richtlijnen rond langdurige arbeidsongeschiktheid. “Veel beslissingen zijn gebaseerd op ervaring, buikgevoel en overleg met de patiënt.”
Volgens De Boeck ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij artsen of patiënten. Hij wijst ook op de rol van werkgevers en de arbeidsmarkt. “Sommige jobs zijn inherent ongezond of bieden weinig perspectief.”
Ook werkgevers geven volgens hem soms verkeerde signalen. “Wanneer iemand deeltijds wil hervatten, horen patiënten geregeld: kom maar terug als je opnieuw honderd procent bent. Maar dat houdt mensen net langer in hun ziekte.”
Lange wachttijden
Voor William Lemmens, huisarts in Mechelen, vormen de lange wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg een bijkomende hinderpaal. “Bij depressie of burn-out wachten patiënten soms maanden op psychologische begeleiding.” Daardoor gaan volgens hem vaak opnieuw maanden voorbij waarin iemand arbeidsongeschikt blijft.
De getuigenissen tonen hoe complex langdurige arbeidsongeschiktheid is. Huisartsen erkennen dat kansen gemist zijn om patiënten sneller en actiever te begeleiden naar maatschappelijke participatie. Tegelijk benadrukken ze dat re-integratie enkel mogelijk is als alle betrokken actoren meewerken: artsen, werkgevers, beleidsmakers en de geestelijke gezondheidszorg.
Lees ook:
> Hoog aantal langdurig zieken is vooral een probleem voor de overheid
> Langdurig zieken : Artsensyndicaat grijpt discussie aan om onafhankelijk controlesysteem te eisen








