Volgens de meest recente statistieken van het RIZIV bedraagt het aandeel artsen van 65 jaar of ouder in België 26,4%. Hoewel dit aandeel licht is gedaald sinds de piek in 2022, blijven bepaalde specialismen bijzonder hoge percentages vertonen. Huisartsgeneeskunde, psychiatrie en reumatologie behoren tot de specialismen met de hoogste gemiddelde leeftijd, terwijl medische oncologie en geriatrie de jongste profielen hebben.
Op 31 december 2024 waren er in België 56.001 artsen met een bevoegdheid om te praktiseren, waarvan 14.794 65 jaar of ouder waren, ofwel 26,4% van het totaal. Dit cijfer is licht gedaald ten opzichte van de piek van 29,4% die eind 2022 werd geregistreerd. De RIZIV-statistieken, die sinds 2020 jaarlijks volgens dezelfde methodologie worden gepubliceerd, maken het nu mogelijk om deze evolutie over vijf jaar te volgen: hoewel het aandeel oudere artsen langzaam daalt dankzij de instroom van jonge afgestudeerden, is het absolute aantal artsen ouder dan 65 jaar gestegen – van 13.901 in 2020 tot 14.794 in 2024. De rangorde tussen de specialismen levert de meest stabiele en leerzame informatie op.
De huisartsgeneeskunde blijft het meest getroffen specialisme: 6.077 huisartsen van 65 jaar of ouder op een totaal van 18.749 met een praktijkvergunning, ofwel 32,4%. De psychiatrie volgt met 30,5%, reumatologie en algemene chirurgie met 29,3%, oogheelkundige chirurgie met 27,7% en nko met 27,3%. Deze rangschikking is opmerkelijk stabiel over de gehele periode van vijf jaar. Alleen de reumatologie vertoont een meer uitgesproken daling (−3,7 procentpunten over vijf jaar), wat wijst op een relatief snellere vernieuwing dan in de andere specialismen van de kopgroep.
Het KCE bevestigt deze trends in zijn rapport van 2024 over de prestaties van het gezondheidszorgstelsel. Onder de actieve artsen waren de specialismen met meer dan 40% artsen van 55 jaar en ouder in 2021 reumatologie (46,1%), nko (41,2%), radiologie (41,0%) en nucleaire geneeskunde (40,2%).
Oncologen en geriaters, de jongste specialismen
Aan de andere kant van het spectrum vertoont de medische oncologie het laagste aandeel (12,7%), gevolgd door de geriatrie (16,1%) en de anesthesiologie (18,0%). Deze zelfde specialismen waren in 2020 al de “jongste”.
Neurologie is het enige specialisme waar het aandeel van 65-plussers in vijf jaar tijd licht is gestegen (+1,1 procentpunt), als gevolg van een minder dynamische instroom in dit specialisme in die periode.
Een piek in 2022, gevolgd door een daling
Over de vijf jaar volgde het totale aandeel een bell curve: een stijging van 28,0% in 2020 naar 29,4% in 2022, gevolgd door een daling naar 26,4% in 2024. Dit patroon is kenmerkend voor bijna alle specialismen. Het weerspiegelt enerzijds het bereiken van de kritieke leeftijd door een grote groep artsen, en anderzijds de vertraagde effecten van de verhoging van de toelatingsquota voor de huisartsgeneeskunde, waarvan de begunstigden zich vanaf 2019-2020 in groten getale zijn gaan vestigen. De Planningscommissie verwacht echter dat het aantal actieve VTE's in de huisartsgeneeskunde pas vanaf 2031 weer echt zal gaan groeien.
Tabel 1 — Artsen van 65 jaar en ouder per specialisme (op 31-12-2024)
|
Specialiteit |
Artsen 65+ |
Totaal |
% 65+ |
|---|---|---|---|
|
Huisartsgeneeskunde |
6.077 |
18.749 |
32,4% |
|
Psychiatrie |
802 |
2.634 |
30,5% |
|
Rheumatologie |
97 |
331 |
29,3% |
|
Algemene chirurgie |
583 |
1.992 |
29,3% |
|
Oogheelkunde |
415 |
1.498 |
27,7% |
|
Nko |
241 |
883 |
27,3% |
|
Fysische geneeskunde |
187 |
696 |
26,9% |
|
Radiologie |
585 |
2.191 |
26,7% |
|
Dermatologie |
250 |
978 |
25,6% |
|
Gynaecologie |
516 |
2.040 |
25,3% |
|
Orthopedie |
373 |
1.480 |
25,2% |
|
Cardiologie |
366 |
1.532 |
23,9% |
|
Pediatrie |
542 |
2.313 |
23,4% |
|
Gastro-enterologie |
207 |
961 |
21,5% |
|
Pneumologie |
163 |
772 |
21,1% |
|
Endocrinologie |
78 |
425 |
18,4% |
|
Anesthesiologie |
592 |
3.291 |
18,0% |
|
Neurologie |
141 |
823 |
17,1% |
|
Geriatrie |
82 |
509 |
16,1% |
|
Oncologie |
52 |
410 |
12,7% |
|
TOTAAL artsen |
14.794 |
56.001 |
26,4% |
RIZIV, statistieken 2024, tabel 2 (artsen met een bevoegdheid om te werken op 31/12/2024).
Tabel 2 — Evolutie van het percentage artsen van 65 jaar en ouder per specialisme (2020-2024)
|
Specialiteit |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Huisartsgeneeskunde |
33,0 % |
34,2 % |
35,6 % |
30,7 % |
32,4 % |
|
Psychiatrie |
33,3 % |
33,3 % |
33,7 % |
29,9 % |
30,5 % |
|
Rheumatologie |
33,0 % |
34,0 % |
33,7 % |
29,7 % |
29,3 % |
|
Algemene chirurgie |
31,6 % |
32,3 % |
32,7 % |
28,8 % |
29,3 % |
|
Oogheelkunde |
29,5 % |
30,3 % |
30,2 % |
27,1 % |
27,7 % |
|
Nko |
28,3 % |
29,4 % |
30,1 % |
26,3 % |
27,3 % |
|
Fysische geneeskunde |
28,3 % |
29,8 % |
30,0 % |
26,3 % |
26,9 % |
|
Radiologie |
27,5 % |
28,0 % |
28,9 % |
25,7 % |
26,7 % |
|
Dermatologie |
27,3 % |
28,1 % |
28,0 % |
25,3 % |
25,6 % |
|
Gynaecologie |
26,8 % |
27,6 % |
28,2 % |
24,7 % |
25,3 % |
|
Orthopedie |
26,7 % |
27,5 % |
28,6 % |
24,9 % |
25,2 % |
|
Cardiologie |
24,1 % |
25,5 % |
26,2 % |
23,2 % |
23,9 % |
|
Pediatrie |
26,5 % |
26,2 % |
26,0 % |
23,1 % |
23,4 % |
|
Gastro-enterologie |
21,8 % |
22,8 % |
23,9 % |
20,1 % |
21,5 % |
|
Pneumologie |
20,9 % |
21,8 % |
23,1 % |
19,7 % |
21,1 % |
|
Endocrinologie |
19,8 % |
20,4 % |
19,8 % |
17,6 % |
18,4 % |
|
Anesthesiologie |
18,7 % |
19,5 % |
20,1 % |
17,2 % |
18,0 % |
|
Neurologie |
16,0 % |
16,8 % |
18,3 % |
15,4 % |
17,1 % |
|
Geriatrie |
17,2 % |
17,9 % |
18,7 % |
15,3 % |
16,1 % |
|
Oncologie |
15,0 % |
14,5 % |
14,2 % |
12,6 % |
12,7 % |
|
TOTAAL artsen |
28,0 % |
28,7 % |
29,4 % |
25,8 % |
26,4 % |
RIZIV, tabel 2 van de jaarstatistieken 2020-2024 (artsen met een vergunning om te werken op 31 december van elk jaar). Homogene methodologie over de gehele periode.









Laatste reacties
Bart Lelie
04 juni 2026Ik ben blij dat het KCE de trend van veroudering kan bevestigen. Ik was niet zeker dat ik volgend jaar een jaar ouder zou worden. Als 25% van de artsen 65+ is en we voor het gemak zeggen dat hun pensioengerechtigde leeftijd 67 jaar is, dan hebben we over 2 jaar effectief een fors verlies van het aantal artsen. De ziekmakende VDB politiek zorgt voor sterk ontmoedigde artsen die met plezier zullen stoppen met werken in dit circus. De planninscommissie verwacht blijkbaar dat de FTE huisartsen vanaf 2031 zal stijgen... Dus in 2028 een drama en dan in 2031 de start van de stijging? Wanneer is het dan op peil? Dat ziet er niet zo goed uit voor de zorg binnenkort.