“Hold-up Orthopride ondermijnt het vertrouwen van de orthopedisch chirurgen”

De eenzijdige overdracht van het Orthopride-register naar de overheid leidt volgens Prof. Jan Victor (UZ Gent en Orthoclinic Brugge) tot een aanzienlijk verlies aan cruciale inzichten en wetenschappelijke traceerbaarheid. De gebrekkige transparantie en het mogelijke  datamisbruik door verzekeraars of ziekenhuizen maakt hem bezorgd. Hij pleit nadrukkelijk voor een herstel van het onderlinge vertrouwen om de zorgkwaliteit te waarborgen.

Oorspronkelijk was het Belgische heup- en knieregister Orthopride een succesverhaal. Het werd opgericht met Riziv-steun in 2009 op basis van een gentlemen’s agreement tussen de orthopedische gemeenschap en het RIZIV. Tussen 2009 en 2015 voltrok zich een graduele opschaling, met een mijlpaal in 2015: de captatie van nagenoeg alle heup- en knie-ingrepen in België. 

Sindsdien en tot 2022 publiceerden de orthopedisten een rapport op basis van data-analyses die zij zelf konden uitvoeren dankzij geanonimiseerde data-extracten (patiënt-, operatie- en apotheekgegevens). Dit rapport werd tevens jaarlijks mondeling toegelicht aan de Qermid cel van het RIZIV.

Begin 2023 vond evenwel een drastische omslag plaats door de plotse transitie van het register naar Health Data, het data warehouse van Sciensano. De orthopedische gemeenschap werd geconfronteerd met een eenzijdige beslissing die door sommigen ronduit als een hold-up werd aangevoeld: de chirurgen werden buitenspel gezet. 

Aanzienlijke gevolgen

Die transitie had aanzienlijke gevolgen volgens Prof. Victor en de Belgische Vereniging voor Orthopedie en Traumatologie (BVOT). 

  • De traceerbaarheid ging verloren: het is voor chirurgen niet langer mogelijk om direct na te gaan welk implantaat een specifieke patiënt heeft gekregen.

  • De actieve surveillance stopte: inzicht in de veiligheid en doelmatigheid van specifieke prothesen werd nagenoeg onmogelijk door de complexe administratieve procedures op de servers van Health Data.

  • De kwaliteitsborging kwam onder druk: de peer-to-peer kwaliteitscontrole viel weg door een gebrek aan toegankelijkheid.

  • Technische mankementen: de overgang verliep IT-technisch gebrekkig door gebruik van verouderde CSV-bestanden. Dat leidde tot flagrante fouten in de data, zoals… registraties van knieprothesen bij kinderen tussen 0 en 9 jaar omdat datums verwisseld werden.

Kortom: minder (kwaliteitsvolle) sturing door de vertrouwensbreuk. Prof. Victor signaleert verder dat de orthopedisch chirurgen sterk bezorgd zijn over de toegang van het Intermutualistisch College (IMC) tot de data. Ziekenfondsen zijn immers eveneens actief op de commerciële verzekeringsmarkt. Zo ontstaat dus ook op dit vlak een belangenconflict tussen hun rol als verzekeraar en als data-analist. Een belangenconflict dat al jarenlang ook op andere fronten kritiek oogst. 

De professor waarschuwt verder voor de gevaren van het publiek maken van data zonder context in een "low trust society" zoals de Belgische. In het Verenigd Koninkrijk leidde het lekken van ongeduide data in deze context tot "shame lists" in de pers, wat onnodige paniek veroorzaakte. Eerder bleek een ophefmakend KCE-rapport uit 2023 met zogezegde ‘recordcijfers’ inzake knieprotheses helemaal niet betrouwbaar, luidde onder meer de kritiek van Peter Verdonk (AZ Monica). Volgens dat rapport zou ons land een van de hoogste procdenten knieprotheses in Europa tellen, met jaarlijks zowat 26.000 ziekenhuisopnames voor knieartrose waarbij in de overgrote meerderheid van de gevallen (94%) een prothese wordt geplaatst. Daarmee zou ons land tot de top 3 behoren in Europa qua knieprotheses per inwoner.

Volgens Prof. Verdonk is sinds 2019 de incidentie van deze ingrepen net gedaald in vergelijking met de Europese tendens. Maar de overheid greep die cijfers aan om een quotum in te voeren voor knieprotheses. “De uitspraak van het Riziv doet daarom vragen rijzen over de kwaliteit van overheidsbronnen en factchecking”, luidde zijn reactie.

Perverse effecten

Prof. Victor wijst erop dat cijfers over complicaties sterk afhangen van co-morbiditeiten. Een universiteitsziekenhuis met complexere casuïstiek zal op papier slechter scoren dan een kliniek die "laaghangend fruit" opereert. Daarnaast bestaat het risico op perverse effecten als de overheid controleert op enkel ruwe cijfers. Dan kunnen risicopatiënten worden geweigerd door artsen en ziekenhuizen om de statistieken niet te ‘vervuilen’. Dat terwijl ingrepen zoals heup- en knieprothesen zeer kosteneffectief zijn. Maar uiteraard is een genuanceerde indicatiestelling essentieel.

Praktijkvariaties

Momenteel eist het Riziv verklaringen voor de grote praktijkvariatie in de orthopedie bij meerdere ingrepen zoals onder meer rotatoren cuff hechtingen, behandeling van carpaal tunnel syndroom, voorarmfracturen en totale knieprothese.  Jan Victor en de BVOT menen evenwel dat chirurgen deze vragen niet kunnen beantwoorden zonder toegang tot data om diepgaande analyses uit te voeren. Variaties zijn immers niet alleen een gevolg van verschillende praktijkvoering maar ook demografische factoren zoals leeftijd, socio-economische status en etniciteit spelen een rol naast onder meer opleidingsniveau, regionale verschillen in tewerkstelling (veel of weinig industrie), toegang tot gezondheidszorg en tal van andere factoren die voorwerp moeten zijn van diepgaand onderzoek alvorens conclusies kunnen worden getrokken. 

Toekomst

Waar moet het nu naartoe om opnieuw in een positieve flow te geraken voor Orthopride? In eerste instantie pleiten de orthopedisch chirurgen voor een herstel van de dialoog met de overheid op basis van wederzijds vertrouwen met een register dat ten dienste staat van de patiënt en het wetenschappelijk onderzoek. Het Australisch model laat perfect zien hoe dit mogelijk is. Maar een implantatenregister in de handen van de overheid en verzekeraars, zonder inspraak van de belangrijkste stakeholders die in staat zijn de data te interpreteren en toelichting te geven, is een gevaarlijk instrument. 

De BVOT moet zich van haar kant verder professionaliseren om als volwaardige gesprekspartner op te treden en zelf proactief voorstellen te lanceren. Er gaan stemmen op om het register verder uit te breiden naar meer orthopedische ingrepen, maar dat kan alleen nadat de randvoorwaarden vastgelegd zijn. 

Lees ook : Knieprothesen België: “Als cijfers niet kloppen, wankelt het vertrouwen”

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.