“Vandenbroucke koppelt opgelegd supplementenplafond los tegen afspraken in”

Tegen eerdere politieke afspraken en communicatie in, koppelt minister Vandenbroucke de plafonnering van de supplementen los van de werven nomenclatuurherijking en ziekenhuishervorming, signaleert Jos Vanhoof, VAS-voorzitter. 

En hij verduidelijkt: “De uiterlijke datum voor de diverse hervormingen is 1 januari 2029, maar bij een vertraging op de andere werven wil de minister alsnog doorzetten met het plafond op de supplementen. Hij gaat daarmee in tegen de eerdere politieke akkoorden. De minister toont zo ook dat hij niet wil luisteren naar de bezorgdheden van (tand)artsen, oppositie en meerderheid. We roepen hem vanuit het VAS dan ook op om dit aan te passen in de Kaderwet, conform de gemaakte afspraken binnen de meerderheid.”

Vanuit het standpunt van Vandenbroucke bekeken zou je kunnen denken dat hij zich indekt tegen mogelijke vertragingsmaneuvers op die bewuste werven. Als die andere werven niet opschieten, dan blijft hij met andere woorden volharden in dat zelf opgelegde supplementenplafond. Een drukkingsmiddel als het ware om vooruitgang te boeken bij de hervormingen.

Jos Vanhoof begrijpt die reactie. Hij wijst evenwel op een inconsistentie: Vandenbroucke gaf de artsen de opdracht om een financieel model te onderbouwen en de hoogte van de supplementen cijfermatig te bepalen. Maar hoe kun je cijfermatig een supplementenplafond bepalen als je niet over alle elementen beschikt? “In een wiskundige vergelijking kun je werken met twee, maar niet met drie onbekenden. Je hebt ten eerste de ziekenhuisfinanciering die we niet kennen en twee: de nog onbekende herijking van de nomenclatuur. Hoe kunnen we dan de hoogte van de ereloonsupplementen bepalen?”

Bij de hervorming van de nomenclatuur werd weliswaar vooruitgang geboekt en er is al heel wat tijd voor uitgetrokken. “Er zijn aanzienlijke vertragingen in het spel op deze werf”, beseft Jos Vanhoof. Maar de kaarten liggen niet zo eenvoudig. “Deze herijking omvat zoals bekend het zuiver honorarium, directe en indirecte kosten. Zowel het KCE (voor directe kosten) als de professoren Pirson en Leclercq (ULB, voor indirecte kosten) zijn al jaren bezig met hun opdrachten zonder tot een definitieve afronding te komen. De complexiteit schuilt in factoren zoals regionaal variërende indirecte kosten (bijvoorbeeld huurprijzen, energiekosten) en de moeilijkheid om onder meer verbruiksmaterialen te standaardiseren voor directe kosten. Er heerst een sterke vrees dat de ziekenhuis- en de nomenclatuurhervorming niet tijdig, vóór 1 januari 2029, zullen worden afgerond.”

Daarnaast wijst het VAS-kopstuk op recente disproportionele besparingseisen die artsen worden opgelegd. Hij doelt dan op de eis tot 150 miljoen euro aan besparingen, als onderdeel van een grotere besparingsopdracht van zowat 900 miljoen euro voor de zorgsector. “Dat is opvallend, aangezien de werkelijke overschrijding van het artsenbudget naar verwachting slechts 12 à 13 miljoen euro zal bedragen, veel minder dan de eerder geschatte 27 miljoen euro. Deze disproportionele eis is dan ook "van de pot gerukt".

Nochtans kwamen de artsen met concrete oplossingsvoorstellen op de proppen.  

1. Gerichte toekenning van honorariumsupplementen: de honorariumsupplementen uitsluitend toekennen aan de behandelende arts. Het is volgens Vanhoof onlogisch dat er voor patiënten in eenpersoonskamers automatische afdrachten van 100%, 125% of 150% vloeien naar andere specialisten die niet direct betrokken zijn bij de behandeling, meent hij. “Deze verandering zou onmiddellijk een deel van de problemen oplossen.”

2. De remgeldhervorming. Door patiënten met een verhoogde tegemoetkoming (VT) te ontzien voor remgeld bij zowel huisartsen als specialisten, en de gezondheidsindex verder zijn werk te laten doen, kan er recurrent 120 miljoen euro (bij huisartsen) en tot wel 200 miljoen euro (inclusief specialisten) bespaard worden.

Voor dat laatste voorstel zouden er wel openingen gecreëerd zijn, al sputteren ziekenfondsen nog tegen. Afwachten wat het wordt op de eerstvolgende medicomut, gepland voor volgende week maandag.

> Vandenbroucke spande kar voor paard in Opdrachtenbrief

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Johan Blanckaert

    16 september 2025

    Juiste analyse van collega Vanhoof.
    Studie groepen vertragen het lossen van hun resultaten zodat eens te meer de zorgverleners weinig tijd hebben om de resultaten te analyseren en op hun conformiteit te beoordelen. Geef zorgverleners evenveel tijd en middelen als de studie groepen kce Sciencano om de vraagstukken te bestuderen , dan pas leven we in een democratische rechtstaat.

  • Christophe Breusegem

    15 september 2025

    Volledig eens met Dr Jos Vanhoof

    Je moet over de elementen van de nieuwe ZH financiering alsook de nomenclatuur herijking kunnen beschikken om voorstellen te kunnen doen

    Laat u aub niet doen door Min Vandenbroucke

    Min Vandenbroucke zou beter wat doen aan de ontspoorde uitgaven zoals:
    -langdurige zieken > 1 jaar thuis: 11 miljard/jaar
    -onkosten ziekenfondsen
    -overconsumptie in de zorg aanpakken door na 20 jaar het remgeld te verhogen…
    -rentelasten Belgie: 14 miljard/jaar

    Terwijl de artsenhonoraria 12 miljard per jaar bedragen waarvoor effectieve zorg aan de bevolking wordt verleend

    Het brede publiek mag weten wat Min Vandenbroucke wel /niet doet als verantwoordelijke…