Medische huizen mogen 000-artsen zonder tijdslimiet inzetten

Parlementslid Irina De Knop (Anders) botste in de Kamer met minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke over de inzet van zogenaamde 000-artsen in medische huizen. Waar De Knop ervan uitging dat deze artsen maximaal één jaar in een forfaitaire praktijk mogen werken, stelt de minister dat de huidige regelgeving geen enkele tijdslimiet oplegt.

Tijdens een mondelinge vraag in de Kamer kaartte De Knop de groeiende aanwezigheid van 000-artsen in medische huizen aan. Volgens haar is de inzet van deze artsen niet alleen juridisch discutabel, maar ook financieel aantrekkelijk voor forfaitaire praktijken. Ze vreest dat medische huizen systematisch goedkopere artsen inzetten die wel prestaties leveren en inkomsten genereren, maar niet erkend zijn als huisarts.

Wie zijn de 000-artsen?
Een 000-arts beschikt over een medisch diploma en mag geneeskunde beoefenen, maar is geen erkend huisarts, geen huisarts in opleiding en ook geen erkend specialist of arts-specialist in opleiding. Deze artsen mogen wel voorschriften uitschrijven voor onder meer geneesmiddelen, medische beeldvorming, klinisch-biologische tests, verpleegkundige zorg en kinesitherapie. Voor een aantal prestaties is vereist dat zij de patiënt effectief in behandeling hebben.

In de praktijk zijn 000-artsen onder meer actief in forfaitaire medische huizen, vaak in afwachting van een erkenning als huisarts of specialist. De Knop vroeg de minister om concrete cijfers. Volgens ProGezondheid waren in 2024 in totaal 57 artsen met code 000 minstens één dag actief in een medisch huis. In 2025 ging het om 50 artsen.

Van die groep waren er 24 artsen in 2024 en 21 in 2025 al langer dan één jaar actief in één of meerdere medische huizen. Daarnaast waren drie artsen in 2024 en twee artsen in 2025 langer dan twaalf maanden actief in verschillende opeenvolgende praktijken.

De minister plaatste wel een belangrijke kanttekening: deze cijfers kunnen onvolledig zijn. 000-artsen zijn niet verplicht om hun relatie met een medisch huis te registreren in ProGezondheid, waardoor het reële aantal mogelijk hoger ligt.

Geen sancties, geen overtreding
De kern van het meningsverschil zit in de interpretatie van artikel 11/1 van het koninklijk besluit van 3 april 2013, dat bepaalt dat zorgverleners in medische huizen uiterlijk één jaar na hun start moeten voldoen aan de accrediteringsvoorwaarden. De Knop ging ervan uit dat deze bepaling ook geldt voor 000-artsen.

Volgens minister Vandenbroucke is dat niet het geval. De accrediteringsverplichting slaat op de disciplines die expliciet in het KB zijn opgenomen, waaronder huisartsgeneeskunde. Het forfait huisartsgeneeskunde betreft zorg die wordt verleend door geaccrediteerde huisartsen, en 000-artsen vallen daar niet onder.

Daarom werden de voorbije vijf jaar geen financiële sancties opgelegd aan medische huizen wegens het langdurig inzetten van 000-artsen. Juridisch is er volgens de minister geen grond om in te grijpen, zolang er voldoende erkende huisartsen aanwezig zijn om de huisartsgeneeskundige zorg te verzekeren.

De minister wees er ook op dat medische huizen naast huisartsen, kinesitherapeuten en verpleegkundigen andere beroepsbeoefenaars mogen aanwerven, zoals psychologen en diëtisten. Ook voor die beroepen geldt geen accreditatieverplichting binnen het kader van het KB. De inzet van 000-artsen past volgens hem binnen die logica, zolang zij geen huisartsgeneeskundige zorg als dusdanig vervangen.

Rechtszekerheid en kwaliteit
In haar repliek toonde De Knop zich niet overtuigd. Zij stelde dat haar fractie het KB anders leest en dat het nooit de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest dat artsen langdurig in een voorlopig statuut blijven werken in medische huizen. Dat 000-artsen soms jarenlang actief blijven, noemt zij problematisch, zowel voor de rechtszekerheid als voor de kwaliteit van de zorg.

Minister Vandenbroucke erkende dat huisartsgeneeskunde een erkende specialiteit is die een specifieke en doorgedreven opleiding vergt. Hij benadrukte dat die zorg idealiter door erkende huisartsen wordt verleend en kondigde aan het thema verder te bespreken met de sector. Daarbij zal worden nagegaan of de regelgeving moet worden aangepast om de kwaliteit van de huisartsgeneeskundige zorg te blijven waarborgen.

De discussie over de plaats van 000-artsen in medische huizen lijkt daarmee nog niet afgesloten.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Miguel Derijcke

    06 februari 2026

    Gepensioneerde specialisten die huisartgeneeskunde wensen uit te oefenen dienen opnieuw een HAopleiding/stage te volgen...
    Bestaat er een mogelijkheid om hen een voorlopig -000 statuut te geven om hen sneller in roulement te brengen?
    Als advokaat des duivels zou een Medisch huis gerund door gepensioneerde exspecialisten -000 nog wel eens meerwaarde betekenen ...

  • Jacoba Clasina Prins

    05 februari 2026

    En oudere huisartsen die nog deels werken om collegae te helpen het tekort op te vangen en vele jaren 004 waren en dus bakken ervaring meedragen maar in uitloopfase niet meer geaccrediteerd zijn , worden gestraft en krijgen buiten géén indexatie er nog eens een afdracht per prestatie bovenop om de fameuze teleconsultaties te bekostigen…” Begrijpe wie begrijpe kan…”
    Salut allemaal, blij dat dit op einde loopbaan allemaal valt maar met zuur nasmaakje wel.