Orde hervormen of vervormen voor politieke en partijgebonden doeleinden?

De regering hervat de hervorming van de Orde van Artsen op basis van een tekst die bijna tien jaar geleden werd opgesteld. In de praktijk maken de provinciale raden – die rond de jaarwisseling hun advies moeten uitbrengen – zich zorgen over een verlies aan autonomie en een verschuiving naar een meer bureaucratische dan collegiale rechtspraak.

De hervorming van de Orde is geen nieuw idee. Tien jaar geleden al had Maggie De Block als federaal minister de Nationale Raad gevraagd een nota op te stellen met haar eigen visie op modernisering. De goedgekeurde tekst erkende dat “de huidige regelgeving voor de uitoefening van het geneeskundig beroep niet langer beantwoordt aan de eisen van een beroep dat de afgelopen vijftig jaar aanzienlijk is geëvolueerd." Hoewel de gedragscode in 2018 werd herzien, onderging de instelling zelf geen structurele veranderingen. De coronacrisis en vervolgens het einde van de zittingsperiode brachten het proces tot stilstand.

 “Vandaag halen we dezelfde tekst weer uit de la”, merkt dr. Frédéric Collart op, nefroloog en voorzitter van de Provinciale Raad van de Orde Brussel-Waals-Brabant (OMBBW). "Er zijn lovenswaardige bedoelingen: meer duidelijkheid, meer luisteren. Maar wat wordt voorgesteld, is een ingrijpende structurele hervorming, geen simpele opfrisbeurt."

Het wetsontwerp, dat het kabinet-Vandenbroucke vrijwel ongewijzigd opnieuw indiende, duikt op in een klimaat van wantrouwen. De recente controverse rond de opschorting van de Riziv-nummers liet haar sporen na. De minister probeerde de beroepsgroep gerust te stellen, maar slaagde er blijkbaar niet in om de twijfels volledig weg te nemen. “Dit hervormingsproject wordt gezien als een nieuwe poging om het medische beroep in diskrediet te brengen,” zeggen de artsen van de provinciale raad.

“Gaat het om een hervorming van de Orde of om een vervorming ervan voor politieke en partijpolitieke doeleinden?”, vraagt radioloog prof. Etienne Danse zich af. "Alles lijkt erop gericht om een paar experts die geen voeling hebben met de praktijk hun mening op te leggen, zonder rekening te houden met de dagelijkse realiteit. De initiatiefnemers van het project hebben er trouwens goed op toegezien dat de artsensyndicaten en de experts van de meerderheidspartijen niet bij het project werden betrokken (met uitzondering van Vooruit)."

Doelstelling: professionaliseren en uniformiseren

 “De hervorming reorganiseert de werking van de provinciale raden volledig, die alleen nog de onderzoeksbevoegdheid zouden behouden, terwijl de tuchtrechtelijke bevoegdheid naar het regionale niveau zou worden overgeheveld”, merkt Dr. Collart op. De tekst introduceert ook de mogelijkheid voor de klager om de zitting bij te wonen, de openbaarmaking van beslissingen (in geanonimiseerde vorm) en de oprichting van een nationaal register van disciplinaire jurisprudentie. De Orde zou jaarlijks een activiteitenverslag moeten publiceren en haar adviezen gemakkelijker toegankelijk moeten maken voor zowel artsen als het publiek.

Op papier past de hervorming in een beweging van openheid. "De hervorming bevat goede ideeën – zoals die om de Orde weer in handen te geven van een arts en niet van een magistraat – maar ook slechte. Een mastodont creëren betekent niet noodzakelijkerwijs dat de instelling wordt verbeterd: het maakt haar ingewikkelder, logger en verwijdert de besluitvorming van de praktijk.“

“Er wordt gesproken over het efficiënter maken van de Orde, maar het risico is vooral dat ze trager wordt.”

Er zijn tal van klachten. Ten eerste zien velen achter het streven om sancties te uniformiseren via een interprovinciale tuchtraad (één per taalgebied) het risico van rechtsweigering. “Streven naar uniformisering van straffen is een miskenning van de basis van het recht”, klinkt het. "Een feit in Aarlen of Brussel kan niet in dezelfde context worden beoordeeld." Of nog: ”Sommigen zeggen dat de leden van de raden en de artsen die zij beoordelen, te kort bij elkaar staan. Maar juist die nabijheid maakt het mogelijk om de realiteit in het veld te begrijpen.“

Verkapte ambtenarij

Twee: de hervorming voorziet in een professionalisering van de tuchtrechtelijke functie, door die te scheiden van de overige taken van de Orde. ”Dat zou een verkapte ambtenarij zijn“, vat de raad samen. ”Artsen in dienst van de staat, maar betaald uit de bijdragen van hun collega's."

Ten derde roept de mogelijkheid voor pas afgestudeerde artsen om lid te worden van de raden (na 3 jaar inschrijving bij de Orde, in plaats van 10 jaar zoals nu het geval is) bedenkingen op. “Als assistenten lid zouden kunnen worden van de raden, zou dat een echt probleem opleveren wat betreft ervaring. Tien jaar praktijkervaring lijkt me een minimum om een disciplinaire functie uit te oefenen.”

Vierde struikelblok: uit oogpunt van transparantie wil de hervorming de tuchtzittingen openbaar maken, de klager een meer zichtbare plaats geven en de beslissingen publiceren, ten minste in geanonimiseerde vorm. Maar in de praktijk vrezen velen dat transparantie zal uitmonden in een schijnvertoning. “Een interessant idee in het nieuwe wetsontwerp is echter de invoering van het begrip voorwaardelijke straf en opschorting van de uitspraak met betrekking tot de opgelegde sancties. Begrippen die in het gemeen recht bestaan”, heet het nog.

Eén punt verdient herziening: vandaag wordt de klager alleen op de hoogte gebracht dat zijn klacht is ontvangen, maar wordt hij niet geïnformeerd over het gevolg dat eraan wordt gegeven of over de eventuele sanctie. “Er zijn twee aspecten waarmee rekening moet worden gehouden: de eerbiediging van het beroepsgeheim en de privacy”, meent een anesthesist. “Een arts die een zware straf krijgt opgelegd, heeft recht op vergetelheid. Maar als een arts in de media wordt afgeschilderd als een slechterik, worden zijn inkomstenbronnen afgesneden. Er moet een evenwicht worden gevonden, en dat is moeilijk."

Uiteindelijk wordt gepleit voor een gerichte hervorming die moderniseert zonder te politiseren “Een coördinerende structuur, met een roulerend voorzitterschap, zou meerdere keren per jaar kunnen bijeenkomen om gemeenschappelijke problemen te bespreken, algemene adviezen op te stellen of bepaalde functies (boekhouding, inning van bijdragen, beheer van secretariaten) te bundelen."

"Hervormingen, ja, maar niet ten koste van de morele onafhankelijkheid van het beroep“, vat de raad samen. 

> Jos Vandekerkhof: afscheid door de grote poort

 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.