Quota, co-governance en ziekenhuisnetwerken: de dossiers waarop FMS wil wegen

Na twee jaar waarin de eigen organisatie grondig werd hervormd, wil de Federatie van Medisch Specialisten (FMS) nadrukkelijker haar stem laten horen. Quota, buitenlandse artsen, de planning van het medische aanbod, co-governance en ziekenhuisnetwerken: Stan Politis en Ben De Brucker lichten de standpunten van de federatie toe.

Fundamenteler is voor FMS de instroom van buitenlandse artsen in de Belgische specialisatieopleidingen. Belgische kandidaten botsen op strikte subquota, terwijl artsen met bepaalde buitenlandse diploma's via een andere route in een opleiding terechtkomen. “Ziekenhuizen hebben assistenten nodig. Daardoor blijft er een achterpoort bestaan.”

De Brucker geeft plastische chirurgie als voorbeeld. “Er kunnen nu ongeveer acht plastisch chirurgen aan de opleiding beginnen, terwijl dat er vroeger twintig tot vijfentwintig per jaar waren.” Tegelijk kunnen buitenlandse kandidaten met een Europees diploma een opleidingsplaats krijgen zonder op dezelfde manier in die subquota te worden meegeteld.

“Onze assistenten mogen niet de dupe worden”

Belgische jonge artsen trekken daardoor soms zelf naar Duitsland, Zwitserland of Roemenië voor hun opleiding en keren daarna met een erkende kwalificatie terug. “Dat is gewoon hallucinant. We moeten er politiek voor zorgen dat die achterpoort dichtgaat.”

De Brucker pleit niet voor het weren van buitenlandse artsen. In knelpuntdisciplines zoals geriatrie, kinderpsychiatrie en spoedgeneeskunde kunnen ze tekorten helpen opvangen. “Ik zeg zeker geen neen tegen die instroom. Maar de subquota moeten gelijk worden toegepast. De Belgische en buitenlandse kandidaten moeten samen worden geteld.”

Politis sluit zich daarbij aan. “Je moet eerst je eigen studenten de kans geven om zich te specialiseren. Het mag niet kunnen dat onze eigen assistenten lijden onder quota die automatisch naar het buitenland gaan.”

“Geef specialisten inspraak in de planning”

Daarnaast steunt de medische planning naar zijn oordeel te sterk op mathematische modellen. Ook de manier waarop jonge artsen werken, verandert. “De tijden zijn veranderd en de noden ook”, zegt De Brucker. “Voor dermatologen en oftalmologen bestaan enorme wachtlijsten. In andere specialismen zoals hartchirurgie heb je bijna geen wachttijden.”

Politis wil daarom dat beroepsverenigingen van artsen-specialisten rechtstreeks advies kunnen geven wanneer over hun discipline wordt beslist. “Geef per specialisme iemand uit het vak de kans om de realiteit toe te lichten. Dat is belangrijker dan zomaar een zitje in een commissie.”

Ook de versnippering van bevoegdheden bemoeilijkt het beleid. “We hebben een federale planningscommissie, een Vlaamse en een Franstalige. Die staan niet altijd op één lijn. We hebben geen nationaal beleid.”

“Co-governance is geen gebakken ei”

De hervorming van de ziekenhuisfinanciering verandert voor Politis niets aan het belang van co-governance. Ook wanneer een groter deel van de kostencomponent uit de honoraria naar de DRG-financiering evolueert, blijft overleg tussen artsen en ziekenhuisbeheer noodzakelijk.

“Zolang artsen en ziekenhuisbeheer goed samenwerken, zal een ziekenhuis floreren. Wanneer ze niet kunnen samenwerken, zal het ziekenhuis niet floreren.”

Co-governance betekent voor hem transparantie over directe en indirecte kosten. Daarnaast moeten artsen inspraak behouden in kosten die samenhangen met medische prestaties. “Of die nu deel uitmaken van de DRG-financiering, het BFM of binnen het honorarium zitten, het blijft gaan over kosten die gelinkt zijn aan medische prestaties.”

Daarom blijft de medische raad cruciaal. Politis ziet ook ruimte om het verzwaard advies verder uit te bouwen en meer naar een consensusmodel te evolueren.

In grote ziekenhuisgroepen kan daarnaast plaats zijn voor een raad van medische diensthoofden. “Neem een ziekenhuis als ZAS met 3.000 bedden. De directie kan onmogelijk alle artsen kennen.” Beide organen mogen echter niet door elkaar worden gehaald.

“De medische raad ontstaat uit verkiezingen. De hoofdarts wordt aangesteld door de beheerder. Dat is een groot verschil. Een raad van medische diensthoofden is een top-downorgaan, terwijl de medische raad van onderuit wordt samengesteld.”

Politis vat het kleurrijk samen: “Het is niet door er een gebakken ei van te maken en alles door elkaar te klutsen dat je de definitie van co-governance krijgt.” Daarvoor is een grondige bespreking met de ziekenhuizen nodig.

“Haal de ziekenhuisnetwerken uit de frigo”

De Brucker maakt zich ook zorgen over de ziekenhuisnetwerken. Onder Maggie De Block werd daarop sterk ingezet, maar onder Frank Vandenbroucke lijkt de politieke druk om die samenwerking verder uit te bouwen verminderd.

“In Vlaanderen waren die netwerken op kruissnelheid. Ik denk dat ze primordiaal zijn en hand in hand moeten gaan met de ziekenhuishervorming.”

In Wallonië ziet hij projecten stilvallen zodra druk en deadlines verdwijnen. Zelf werkt hij in het CHU Tivoli in La Louvière. Een gepland netwerk met verschillende ziekenhuizen in de regio werd er voorlopig opgeborgen. “De druk vanuit het kabinet is weg en er is geen deadline meer. Daardoor zijn de onderhandelingen stopgezet. Dat is bijzonder jammer.”

Centralisatie van gespecialiseerde zorg vindt De Brucker logisch. Niet elk ziekenhuis hoeft bijvoorbeeld complexe pancreaschirurgie of hoofd- en halskanker aan te bieden. Maar daarvoor is juist een duidelijke organisatie tussen ziekenhuizen nodig. “De ziekenhuisnetwerken moeten opnieuw uit de frigo worden gehaald.”

“Er werd een roddelcampagne gevoerd”

De Brucker wil ook duidelijkheid scheppen over een controverse tijdens zijn verkiezing tot secretaris-generaal. “Er werd een roddelcampagne gevoerd waarin werd beweerd dat buitenlandse artsen onder mijn supervisie in België actief waren geweest. Maar er zijn nooit buitenlandse artsen zonder Belgisch diploma of geldig visum bij mij komen werken.”

“Dat verhaal is totaal verkeerd en uit zijn context gehaald. Buitenlandse fellows of studenten kwamen wel op kijkstage op onze dienst.” De kwestie draaide om enkele Belgische patiënten die zich in het buitenland hadden laten behandelen en na hun terugkeer complicaties kregen. Via een medische reisorganisatie werden sporadisch patiënten naar hem doorverwezen.

“Vind ik het goed dat ze zich in het buitenland laten opereren? Neen, absoluut niet. Maar dat betekent toch niet dat je Belgische patiënten met complicaties aan hun lot moet overlaten? Ik ben in de eerste plaats arts en ik ben verplicht hulp te bieden als het nodig is. Niet meer en niet minder.”

Over buitenlandse artsen trekt hij een duidelijke lijn. “Buitenlandse artsen die hier met een geldig visum werken, kunnen dat uiteraard doen. Buitenlandse artsen die hier illegaal werken, dat kan niet. De wet moet gevolgd worden.”

Lees ook: Na twee jaar hervormen maakt FMS de balans op: “De sokkel is gelegd. Nu begint het echte werk”

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.