RIZIV waarschuwt: één op vijf nomenclatuurcodes vraagt nog bijkomende verfijning

De berekening waarbij 65% van de honorariummassa als intellectueel deel en 35% als praktijkkosten wordt beschouwd, is nog geen eindpunt. Een tweede RIZIV-nota maakt duidelijk dat 21% van de onderzochte nomenclatuurcodes nog een lage betrouwbaarheid heeft. Bovendien ontbreken nog belangrijke praktijkkosten in de berekeningen.

Dit is het tweede van drie RIZIV-documenten over de hervorming van de medische nomenclatuur die De Specialist kon inkijken. Waar de eerste nota de methodologie achter de 65/35-verhouding uiteenzette, focust deze tweede nota op de beperkingen van die oefening en op de stappen die nog nodig zijn om tot nieuwe tarieven te komen. Het rapport van 90 pagina's werd opgesteld door de onderzoeksteams van KU Leuven en GEDIS-ULB en vormt de afsluiting van een onderzoeksproject dat 42 maanden liep, van januari 2022 tot juni 2025. 

Eén op vijf codes blijft onzeker
De onderzoekers ontwikkelden een relatieve waardenschaal voor de praktijkkosten van duizenden technisch-medisch-chirurgische prestaties. Toch krijgt niet elke nomenclatuurcode dezelfde betrouwbaarheid.

Voor 79 procent van de codes beoordelen zij de resultaten als hoog of gemiddeld betrouwbaar. 21 procent krijgt het label "lage betrouwbaarheid". Dat lijkt op het eerste gezicht aanzienlijk, maar de onderzoekers plaatsen dat meteen in perspectief. Die groep vertegenwoordigt slechts 5 procent van het nationale aantal prestaties en amper 4 procent van de nationale honorariumuitgaven voor de technisch-medisch-chirurgische prestaties. 

De lagere betrouwbaarheid heeft verschillende oorzaken. Sommige prestaties komen slechts zelden voor, andere worden in weinig ziekenhuizen uitgevoerd of beschikken over onvoldoende representatieve kostengegevens. Voor die prestaties is bijkomende verfijning nodig voordat ze kunnen dienen als basis voor nieuwe praktijkkostentarieven. 

Praktijkkosten nog onvolledig
De onderzoekers benadrukken dat de huidige waardenschaal uitsluitend betrekking heeft op de directe praktijkkosten. Voor de uiteindelijke tariefvorming moeten ook de indirecte praktijkkosten nog worden verwerkt.

De nota noemt onder meer de kosten van verwarming, elektriciteit, schoonmaak, IT-ondersteuning, ziekenhuisonthaal, inschrijvingen en facturatie. Daarnaast gaat het om ziekenhuisbrede ondersteunende diensten zoals centrale sterilisatie, PACS-systemen voor medische beeldvorming en waterzuiveringsinstallaties voor dialyse. Vandaag kunnen die kosten nog niet nauwkeurig genoeg aan afzonderlijke medische prestaties worden toegewezen.

Ook de financiering van de praktijkkosten is nog onvolledig verwerkt. Vandaag wordt slechts een deel ervan via de honoraria betaald. Andere werkingskosten worden al gefinancierd via het Budget Financiële Middelen (BFM) en verschillende forfaitaire financieringen. Ook die financieringsstromen zullen uiteindelijk in rekening moeten worden gebracht. 

Opvallend is dat de onderzoekers nergens aangeven of de huidige verhouding van 65 tegenover 35 procent na die bijkomende verfijningen nog aanzienlijk zal wijzigen. De nota beperkt zich bewust tot de methodologie en spreekt zich niet uit over de uiteindelijke verhouding tussen het intellectuele honorarium en de praktijkkosten.

Geen druk op de knop
Ook de kwaliteit van de ziekenhuisboekhouding vraagt nog veel werk. De onderzoekers pleiten voor een verdere uitbouw van de analytische ziekenhuisboekhouding, waarbij kostensoorten, kostenplaatsen en verdeelsleutels op een meer uniforme manier worden geregistreerd.

Zelfs dan zal de berekening van praktijkkosten geen eenvoudige oefening worden. Ziekenhuizen verschillen immers sterk in patiëntenpopulatie, zorgprogramma's, medische disciplines en organisatie. Daardoor zullen de praktijkkosten nooit "met één druk op de knop" kunnen worden berekend, schrijven de auteurs. 

Omdat een volledige hervorming van de ziekenhuisboekhouding meerdere jaren zal vergen, schuiven de onderzoekers een pragmatische oplossing naar voren. Zij pleiten voor een netwerk van Nederlandstalige en Franstalige referentieziekenhuizen of peilziekenhuizen.

Die ziekenhuizen zouden zich engageren om op regelmatige basis gestandaardiseerde boekhoudkundige en activiteitsgegevens aan te leveren. In ruil zouden ze daarvoor een structurele financiering ontvangen. De onderzoekers omschrijven dat als de meest werkbare oplossing op korte termijn. Zo zouden toekomstige kostenstudies sneller kunnen worden geactualiseerd en zouden veel minder ad-hoccorrecties nodig zijn dan vandaag. 

Nog geen nieuwe tarieven
De conclusie van de onderzoekers is duidelijk. De huidige waardenschaal is bruikbaar als een voorlopige bouwsteen voor de hervorming van de nomenclatuur, maar nog niet als basis voor nieuwe honoraria.

Actualisering, bijkomende verfijning en een betere registratie van de praktijkkosten blijven noodzakelijk voordat voor elke nomenclatuurprestatie nieuwe praktijkkostentarieven kunnen worden vastgelegd. De nota laat vandaag dan ook nog niet toe om definitieve tarieven te bepalen, zeker niet voor de nieuwe nomenclatuurcodes die nog moeten worden ingevoerd. 

De derde en laatste RIZIV-nota uit deze reeks verschuift de aandacht van de praktijkkosten naar de intellectuele waarde van medische prestaties. Daarvoor deden de onderzoekers uitgebreid een beroep op experten uit de verschillende medische disciplines en beroepsverenigingen, die prestaties beoordeelden op basis van tijd, complexiteit en risico. De Specialist analyseert ook dat document in een apart artikel. 

> Bekijk het rapport

Lees ook:
> Zo wil het RIZIV de artsenhonoraria opsplitsen: 65 procent intellectueel, 35 procent praktijkkosten
> Zo worden intellectuele honoraria voortaan berekend: tijd, complexiteit en risico geven de doorslag

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.