Specialisten moeten dichter aansluiten bij de eerste lijn: RIZIV-commissie tekent nieuw zorgmodel uit

Lokale medische centra, specialistisch advies aan eerstelijnspraktijken en meer telegeneeskunde: de Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen wil de expertise van specialisten dichter bij de patiënt brengen. Daarnaast wil ze ongerechtvaardigde praktijkverschillen aanpakken en de ziekenhuisnetwerken herbekijken.

De Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen (GDOS) legt in haar nieuwste rapport een brede visie op de gezondheidszorg op tafel. Eerste en tweede lijn moeten nauwer samenwerken en specialistische expertise moet makkelijker beschikbaar worden buiten het ziekenhuis. Ook de organisatie van ziekenhuizen en verschillen in het medisch handelen komen in beeld.

De GDOS beslist het beleid niet zelf, maar dit rapport is duidelijk meer dan een vrijblijvende denkoefening. De commissie werkt de gezondheidszorgdoelstellingen uit die de Algemene Raad van het RIZIV voor deze legislatuur heeft vastgelegd en koppelt daar indicatoren en deadlines aan. Voor de uitvoering zijn politieke beslissingen en overleg binnen het RIZIV nodig.

Specialistische expertise dichter bij de patiënt
De GDOS ziet verschillende redenen om eerste en tweede lijn beter op elkaar af te stemmen. De schaarste aan zorgpersoneel neemt toe en ook bij huisartsen worden steeds meer patiëntenstops ingevoerd. Daarnaast wijst de commissie op “de toenemende specialisatie en het gebrek aan stroomlijning en coördinatie binnen de zorg”.

Een van de antwoorden zijn lokale medische centra (LMC) voor planbare ambulante specialistische zorg. Het rapport noemt dagchirurgie, internistische interventies, poliklinische consultaties en low care dialyse. Ook ambulante revalidatie na een ziekenhuisopname kan er plaatsvinden.

Het concept is niet nieuw, maar de GDOS plaatst het in een ruimer model. Eerstelijnspraktijken blijven het eerste aanspreekpunt en krijgen ondersteuning vanuit de tweede lijn. De commissie pleit voor “een verregaande samenwerking” tussen eerstelijnsnetwerken en lokale medische centra.

Ook technologie kan de afstand verkleinen. De GDOS noemt fundusfotografie, tele-oftalmologie en teledermatologie. Beelden van oog of huid kunnen in de eerste lijn worden gemaakt en digitaal naar de specialist worden gestuurd.

Telegeneeskunde moet de toegang tot expertise verbeteren, “vooral wanneer lokale specialisten ontbreken”. Ook slaapapneu kan op afstand worden geanalyseerd. Voor specialisten die door een eerstelijnspraktijk worden geraadpleegd, eventueel op afstand, oppert de commissie bovendien een expliciete vergoeding.

Geen vrijgeleide voor privéklinieken
Meer specialistische zorg dichter bij de patiënt betekent geen vrijgeleide voor commerciële extramurale klinieken. De GDOS waarschuwt dat nieuwe winstgerichte structuren de continuïteit van de zorg niet in gevaar mogen brengen.

Nog explicieter is de waarschuwing voor “risicoselectie en cherry picking”. Als gespecialiseerde commerciële chirurgische klinieken vooral gemakkelijk te behandelen aandoeningen aantrekken, “blijven de algemene ziekenhuizen achter met de moeilijke en duurdere patiënten”, schrijft de commissie.

Intussen verandert de ziekenhuiszorg zelf. Opnames worden korter en meer behandelingen gebeuren in dagkliniek. Patiënten keren daardoor sneller naar huis terug, waardoor meer opvolging bij de eerste lijn terechtkomt.

De GDOS wil daarom een betere afstemming tussen ziekenhuis en eerste lijn. Beide moeten binnen locoregionale zones structureel samenwerken. “Herziening van de structuur van de ziekenhuisnetwerken is daarvoor noodzakelijk”, klinkt het.

Praktijkverschillen kunnen gevolgen krijgen
Een ander spoor gaat over het medisch handelen. Tegen eind 2028 wil de GDOS in minstens vijf prioritaire zorgdomeinen ongerechtvaardigde praktijkvariaties en low value care terugdringen. Welke domeinen dat worden, moet tegen eind 2026 worden bepaald.

Niet ieder verschil tussen specialisten ligt onder vuur. De commissie richt zich op variaties die “niet verklaarbaar zijn door verschillen in patiëntbehoeften, casemix of epidemiologische kenmerken”. Ze wil meten en vergelijken, maar ook een dialoog met artsen en instellingen voeren.

Helemaal vrijblijvend is die opvolging evenmin. Bij onverklaarde variaties kunnen zorgverleners en instellingen feedback en begeleiding krijgen. Daarnaast vermeldt het rapport incentives en, “waar nodig”, correctieve maatregelen en sancties.

Evidence-based richtlijnen moeten bovendien beschikbaar zijn wanneer de arts beslist. De GDOS wil ze integreren in de klinische workflow en elektronische patiëntendossiers. Radiologie wordt een van de eerste proefterreinen, met een pilootproject waaraan ziekenhuizen en huisartsen deelnemen.

De commissie wijst daarbij op een praktisch probleem. Artsen moeten onder tijdsdruk hun weg zoeken door steeds meer richtlijnen en onderzoeksresultaten. Gebrek aan tijd, onvoldoende toegang tot betrouwbare bronnen en de moeilijke vertaling naar een klinische beslissing bemoeilijken evidence-based werken.

Ook huisartsen krijgen andere rol
De plannen passen in een bredere hervorming van de eerste lijn. Huisartsen moeten meer samenwerken met verpleegkundigen, praktijkassistenten en andere zorgprofessionals. Voor stabiele en protocolleerbare zorg wil de GDOS meer ruimte voor taakdelegatie.

Ook de financiering kan veranderen. Het GMD zou aan de praktijk in plaats van aan de individuele huisarts worden gekoppeld. Daarnaast wil de GDOS opvolgen hoeveel praktijken kiezen voor een model waarbij minstens 50% van de financiering forfaitair verloopt.

Voor specialisten zit daar eveneens een concreet voorstel in. De commissie oppert een expliciete vergoeding wanneer ze door een eerstelijnspraktijk worden geconsulteerd, eventueel op afstand. Zo moet hun expertise gemakkelijker beschikbaar worden.

> Klik hier voor het rapport van de commissie

> Lees ook: RIZIV-commissie wil huisartsen anders laten werken: meer forfaits, taakdelegatie en GMD per praktijk

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.