Het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg groeit snel en krijgt steeds meer invloed. Prof. Stan Politis (VBS) waardeert het sterke wetenschappelijke werk van het KCE, maar waarschuwt dat klinische aanbevelingen nooit volledig losstaan van politieke keuzes. Volgens hem dreigt een overheidsinstituut dat normerend gaat werken te botsen met het bestaande internationale richtlijnenlandschap.
Tijdens een congres op 25 oktober verklaarde KCE-topvrouw Ann Van den Bruel dat de richtlijnen van het Kenniscentrum robuust zijn en minder vatbaar voor commerciële beïnvloeding dan sommige internationale aanbevelingen. Die boodschap viel samen met de beslissing van het Verzekeringscomité om het volledige Evikey-netwerk onder te brengen bij het KCE. Dat netwerk voor evidence-based practice omvat ebpracticenet, CEBAM, WOREL (Werkgroep Ontwikkeling Richtlijnen Eerste Lijn), CDLH (Cebam Digital Library for Health) en de Evidence Linker.
Die schaalvergroting biedt voordelen, zegt Politis. "Meer zichtbaarheid, meer financiering en meer continuïteit zijn objectieve pluspunten." Toch benadrukt hij dat dit ook de rol van het KCE verandert. Het Kenniscentrum blijft een overheidsinstelling en werkt binnen politieke prioriteiten, benadrukt hij. "Als de overheid morgen antibioticabeleid bovenaan zet, dan wordt dat ook de prioriteit. Dat is geen neutraal mechanisme." De afhankelijkheid van beleid laat zich voelen in alles wat het KCE doet, zeker wanneer het zich op klinische domeinen richt.
Het plan om richtlijnen voor de tweede lijn te ontwikkelen, ziet Politis als een belangrijke breuklijn. Specialisten werken al decennia met internationale richtlijnen die vaak en snel evolueren. "De Belgische richtlijn voor hartfalen dateert uit 2011", zegt hij. "Sindsdien zijn de Europese richtlijnen vier keer geactualiseerd. Een nationale instelling kan dat tempo nooit overal volgen."
Volgens hem geldt hetzelfde voor andere thema’s. Hij verwijst naar het KCE-rapport over cutaan melanoom. "Dat is degelijk werk, maar de houdbaarheid reikt maar tot de eerstvolgende internationale update." Zodra die verschijnt, ontstaat opnieuw een kloof tussen wat nationaal geldt en wat internationaal wordt aanbevolen.
Aanbevelingen zijn beleidsinstrumenten
De interne opbouw van KCE-rapporten zorgt volgens hem ook voor spanning. De wetenschappelijke analyses zijn doorgaans sterk, zegt Politis, maar de aanbevelingen in het tweede deel van elk rapport roepen vragen op. "Aanbevelingen zijn geen puur wetenschappelijk product. Ze zijn ook een beleidsinstrument." Daardoor kunnen politieke overwegingen een rol spelen. “Mocht er al sprake zijn van commerciële bias in internationale richtlijnen, waarom zouden nationale aanbevelingen dan vrij zijn van politieke bias?”
Volgens Politis is dat precies de reden waarom normerende KCE-richtlijnen in de tweede lijn moeilijk aanvaard zullen worden. Artsen-specialisten hebben een stevig ingebed kwaliteitscircuit dat stoelt op internationale expertise en voortdurende actualisering. "Als de overheid klinische normen gaat opleggen boven internationale aanbevelingen, dan stoot je op weerstand. Terecht." Hij verwacht bovendien geen sterker draagvlak dan in de eerste lijn. "De penetratie van de KCE-richtlijnen is laag in de eerste lijn. In de tweede lijn zal dat niet anders zijn."
De expansie van het KCE heeft ook gevolgen voor het academische veld. Het Kenniscentrum kan dankzij royale financiering talent aantrekken, maar dat heeft volgens Politis een keerzijde. "In een land met schaarse expertise trek je met aantrekkelijke financiering goede krachten weg uit de universiteiten. Zo verzwak je de academische motor die we nodig hebben voor onafhankelijke kennisproductie."
Wat het KCE wel en niet moet doen
Toch is hij duidelijk dat het KCE een belangrijke rol heeft, zolang die rol goed gedefinieerd blijft. Het Kenniscentrum is volgens Politis op zijn sterkst bij analyses van zorgsystemen, financieringsmodellen, planning en brede beleidsvragen. "Het KCE blinkt uit in het analyseren van systemen en het onderbouwen van beleid." Maar zodra het gaat om concrete klinische keuzes, ziet hij een andere logica spelen. "Hoe je hoge bloeddruk best behandelt of migraine aanpakt, dat laat je beter over aan mensen met klinische terreinkennis."
Uiteindelijk draait het volgens Politis niet om een conflict tussen instellingen, maar om het bewaken van gezonde grenzen. "Een KCE dat de gezondheidszorg helpt organiseren, is goud waard. Maar een KCE dat klinische normen probeert op te leggen aan specialisten die al decennia internationale richtlijnen volgen, dat is een stap te ver."









Laatste reacties
Bart Lelie
05 december 2025Uitstekende analyse collega Politis. Het KCE heeft een plaats, maar die is beperkt.
Clinical guidelines zijn zeer dynamisch en gebaseerd op internationale experts en onderzoek en moeten regelmatig gereviseerd worden. Dat systeem is er in feite al en er is geen enkele aanwijzing dat aan de onafhankelijkheid en kwaliteit hiervan getwijfeld moet worden.
KCE rapporten moeten met een korrel zout gelezen worden. Ze starten trouwens met een systematische disclaimer waarbij alle experts die geraadpleegd werden gewoon op zij gezet worden in het finale rapport. Deze rapporten zijn overigens niet altijd van redactionele degelijke kwaliteit noch van analytische kwaliteit en bevatten vreemd genoeg meestal aanbevelingen die passen bij het beleid van de zetelende minister.
Een rapport lezen van een ander medisch discipline is veelal moeilijker in te schatten, maar een rapport over je eigen discipline lezen zorgt veelal voor grote ogen en ongeloof. Het zou interessant zijn dat de beroepsvereniging voor een systematische analyse van KCE rapporten zorgt met hulp van de specifieke medische disciplines. Dit is uiteraard onnodig als die disclaimer zou wegvallen en de experten betrokken bij de rapporten bevestigen dat ze achter het rapport staan of bedenkingen hebben, die dan overgenomen worden in de rapporten. Maar dat zal allicht niet gebeuren want dan krijg je wetenschappelijke kritiek op het beleid van de minister...
Tot slot zou het toch fijn zijn dat het KCE ook effectief verantwoordelijkheid neemt voor zijn goede én slechte richtlijnen. Dus kritisch evalueren wat hun rapporten teweeg gebracht hebben in onze samenleving en bijsturen waar nodig.
Frank Comhaire
04 december 2025een uiterst correcte evaluatie! Het is duidelijk dat de aanbevelingen (te) sterk kunnen worden beïnvloed door andere dan puur wetenschappelijke, en zelfs "medische" argumenten. Van iemand die zijn/haar loopbaan en reputatie heeft opgebouwd rond een bepaald standpunt, kan onmogelijk worden verwacht een ander standpunt in te nemen wanneer hij of zij, als grote expert over dat onderwerp deel uitmaakt van het kenniscentrum.
Stefaan COLPAERT
04 december 2025ook wetenschap is een zaak van keuzes maken en dus onderhevig aan hoe wij hypotheses vormen.
daarbij valt op dat de mens moeilijk loskomt van zijn nul hypothese.
het positivisme draineert wel veel geld naar zichzelf en kan zich een KCE veroorloven dat hedonisme binnen het liberalisme waarvan de Amerikaanse materialistische wetenschapsvorming doordrenkt is, nauwelijks kan tegengaan.
Het Europese antwoord ligt in dematerialisering. Nog wel materie gebruiken maar er minder de dupe van zijn.