Stan Politis over hervorming nomenclatuur: “We willen herijking, geen herrijking.”

De hervorming van de nomenclatuur schuift langzaam vooruit. Een van de grote werven gaat over consultaties, toezichten en aanverwante verstrekkingen (de zogeheten ACA-werf), goed voor een groot deel van de dagelijkse medische praktijk, van ziekenhuisconsultaties tot extramurale specialistische zorg en huisartsgeneeskunde. Voor prof. Stan Politis (FMS) staat één vraag centraal: leidt deze hervorming tot een echte herijking van prestaties, of dreigt ze nieuwe scheeftrekkingen te creëren?

Die werf, bekend onder de naam ACA, staat onder leiding van Jo De Cock en wordt vanuit het kabinet opgevolgd door Johan Kips. Maar achter de schermen woedt ook een intens inhoudelijk debat tussen de medische disciplines zelf.

Volgens prof. Stan Politis, voorzitter van de Federatie van Medisch Specialisten (FMS), proberen de specialisten al geruime tijd hun eigen bijdrage te leveren aan dat proces. “Vanuit de federatie hebben we al meer dan twee jaar een informele werkgroep waarin alle medisch-specialisten welkom zijn,” zegt hij. “Je hoeft zelfs geen lid van de federatie te zijn om mee te doen. En geloof me: de niet-leden laten zich even goed horen.”

Een complexe oefening

Hoewel het om een informele groep gaat, sijpelt veel van de discussie door naar de officiële overlegstructuren. De input van verschillende disciplines wordt meegenomen naar de werkgroep binnen het RIZIV, waar aan een nieuw kader wordt gewerkt. De ACA-werf is bovendien de enige van de drie grote werven waar momenteel al systematisch gewerkt wordt met RVU’s, of relative value units. Dat zijn relatieve waardeschalen die de intellectuele inspanning van een prestatie proberen te vatten.

“Voor elke prestatie staat daar vandaag een RVU-waarde tegenover,” zegt Politis. “Dat is in de andere werven, zoals chirurgie of radiotherapie, nog niet het geval.” Maar die aanpak brengt ook spanningen met zich mee. Zodra prestaties naast elkaar worden gelegd, duiken verschillen tussen disciplines onvermijdelijk op. 

“Het debat gaat vaak over de vraag waarom de intellectuele prestatie van de ene specialist anders moet worden gehonoreerd dan die van een andere,” legt Politis uit. “Wat voor een bepaalde specialist routine is, kan voor iemand uit een andere discipline bijzonder complex zijn.”

Minder categorieën, meer realiteit

De huidige nomenclatuur telt meer dan 230 verschillende RVU-waarden voor consultaties en toezichten. Een van de doelstellingen van de hervorming is dat aantal aanzienlijk te verminderen. Toch blijkt dat eenvoud niet altijd samenvalt met de realiteit van de praktijk. “Veel disciplines hebben een complexe dagelijkse praktijk,” zegt Politis. “Vooral in de niet-snijdende disciplines heb je een zekere fijnmazigheid nodig om recht te doen aan die realiteit.” Intussen kijkt het veld uit naar een finaal werkdocument van Jo De Cock. Dat document moet de basis vormen voor een eerste bespreking in de officiële besluitvormingsorganen.

Twee grote vragen

Maar zelfs als de structuur van de nomenclatuur vorm krijgt, blijven er nog fundamentele vragen open. Een eerste doelstelling van de hervorming was het verminderen van de honorariumverschillen tussen medische disciplines. Alleen: RVU-waarden op zich zeggen nog niets over het uiteindelijke inkomen.

“Je kan uit RVU’s alleen niet afleiden wat de honorariumspanning tussen disciplines wordt,” zegt Politis. “Daarvoor heb je simulaties nodig waarin die waarden worden omgezet in euro’s. Zolang dat niet gebeurt, blijft het terrein in onzekerheid.” Hij waarschuwt ook voor het risico dat artsen het gevoel krijgen dat de hervorming hen plots voor voldongen feiten plaatst. “Als je die oefening niet maakt, dreigt het te voelen alsof je een kudde artsen samen over de afgrond duwt.”

Een tweede doelstelling van de hervorming is het duidelijk scheiden van het intellectuele deel van een prestatie en de kosten die ermee gepaard gaan. Die discussie loopt parallel in de werven rond medisch-technische prestaties, zoals ATMC en AMTAA. In de ACA-werf is dat onderscheid voorlopig nog niet uitgewerkt. “Als men dat onderscheid uiteindelijk niet maakt, dan krijg je eigenlijk gewoon de huidige nomenclatuur in een nieuwe verpakking,” waarschuwt Politis.

De financiële realiteit

Daarmee komt onvermijdelijk ook de budgettaire vraag op tafel. Zodra de RVU-waarden in euro’s worden vertaald en men weet hoe vaak bepaalde prestaties voorkomen, rijst de vraag waar het geld vandaan moet komen. De realiteit blijkt complexer dan vaak wordt gedacht.

Een deel van de medische prestaties zit immers niet alleen in het hoofdstuk honoraria voor consultaties en toezichten, maar ook in andere financieringskanalen zoals het BFM, laagvariabele zorg, conventies en andere nomenclatuuronderdelen. Die verschillende geldstromen transparant maken, is op zich al een grote opdracht.

Ondanks de moeilijkheden ziet Politis het debat ook als een kans. Binnen de federatie ontmoeten specialisten uit zeer uiteenlopende disciplines elkaar om hun standpunten te confronteren. “De federatie blijft een forum waar artsen met een heel verschillend profiel elkaar vinden,” zegt hij. “In een open en vaak ook openhartige sfeer proberen we naar elkaar toe te groeien.”

De uitdaging is voor hem duidelijk: een hervorming die de nomenclatuur opnieuw ijkt, zonder dat ze onbedoeld een nieuwe scheeftrekking creëert. “Hoe moeilijk de oefening ook is,” besluit Politis, “ze is essentieel. We willen tot een echte herijking komen, niet tot een herrijking.”

> Hervormingsplan voor vier soorten ziekenhuizen en hertimmering spoed

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.