Het supplementenverbod op ambulante beeldvorming (CT-scan en MRI), dat eind 2023 van kracht werd, geeft een misleidend financieel beeld. Hoewel de factuur voor deze specifieke prestaties zakt lager, zijn de gefactureerde bedragen massaal overgeheveld naar andere onderzoeken.
Geconfronteerd met dit spel van communicerende vaten, dat aan het licht gebracht werd door het laatste IMA-rapport, hekelt dr. Gilbert Bejjani het blinde beleid. Als syndicaal leider en vicevoorzitter van Bvas pleit hij voor een structurele hervorming in plaats van strafmaatregelen.
Bij het bestuderen van de IMA-boekhouding wijst hij meteen op een enorm overdrachtseffect. “Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de toeslagen voor CT- en MRI-scans zijn gedaald, maar dat die daling ruimschoot werd gecompenseerd door een stijging voor andere onderzoeken”. De IMA-cijfers zijn duidelijk: de extra honoraria voor CT-scans zijn met 87% gedaald (van 8,1 miljoen euro in 2021 tot iets meer dan 1 miljoen in 2024) en die voor MRI's met 25%. Maar deze daling is volledig tenietgedaan door een explosieve stijging van de supplementen voor prestaties uit hoofde van artikel 17 en 17bis. Die stegen met 142%: van 8,1 miljoen tot bijna 19,8 miljoen euro.
Uiteindelijk bleef de totale last voor de patiënten vrijwel gelijk, met een financiële omvang die steeg van 32 naar 33 miljoen euro. “Deze verschuiving bewijst dat gerichte verbodsmaatregelen zonder een algemeen plan niet altijd de juiste aanpak zijn”, onderstreept hij. Waarbij hij de illusie aan de kaak stelt van een hervorming die alleen het symptoom behandelt zonder de oorzaak aan te pakken. We kunnen ons ook voorstellen dat het supplementenverbod in het ziekenhuis zijn eigen perverse effecten teweeg heeft gebracht.
Regionale verschillen: meerderheid betaalt voor minderheid
Gilbert Bejjani haalt vervolgens een tweede element uit het rapport naar voren: de grote territoriale verschillen. "Als ik kijk naar het percentage niet-gevonventioneerde artsen dat CT- en MRI-scans voorschrijft, zien we dat dit in Vlaanderen op meer dan 60% ligt, tegenover 40% in Brussel en minder dan 10% in Wallonië. "
Het rapport wijst erop dat de Vlaamse ziekenhuizen alleen al goed zijn voor 85% van het totale bedrag aan supplementen voor zware beeldvorming. In bijna de helft van de ziekenhuizen in het noorden van het land is er trouwens geen enkele radioloog meer die volledig geconventioneerd is. Brussel onderscheidt zich door de eenheidswaarde van zijn supplementen. Die zijn met gemiddeld bijna 61 euro voor een MRI de hoogste van het land. In Wallonië daarentegen houdt 84% van de radiologen die CT-scans uitvoeren zich strikt aan de officiële tarieven. Deze verschillen verklaren de uitspraak van de minister over “een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij sommige radiologen”. Gilbert Bejjani wil deze veralgemening echter nuanceren en wijst erop dat de Franstaligen een hoger aantal onderzoeken per inwoner uitvoeren. “Er zijn geen goede of slechte leerlingen aan weerszijden van de taalgrens, en elke regio heeft een kampioen op het podium”, waarschuwt hij.
Toch erkent hij de verwoestende impact van deze lokale misstanden op het imago van het beroep. “Het totale honorariabedrag, opgedreven door een zeer groot aantal niet-geconventioneerde artsen in Vlaanderen, leidt tot een nationaal gemiddelde dat toch nogal schokt”, geeft hij toe. Het resultaat is een collectieve sanctie. “Uiteindelijk hebben alle radiologen daarvoor de prijs betaald. Dit soort situaties zien we ook elders, met name bij het supplementenverbod voor VT-patiënten. Een paar misbruikgevallen van volstaan om een sanctie op te leggen, vaak in de vorm van een verbod, en die sanctie wordt collectief. Op een gegeven moment word je daar moe van.”
Uit de valkuil: noodzaak van structurele regulering
Volgens Dr. Gilbert Bejjani moeten de lessen uit het IMA- het beroep en de politiek aanzetten tot nadenken over een nieuw tariefmodel. De huidige overheidsaanpak, die het ene na het andere verbod oplegt – op ziekenhuissupplementen, vervolgens op VT-patiënten en ten slotte voor zware beeldvorming – plaatst de artsen in een nadelige situatie.
“Na de staking van 7 juli trok de minister zijn strikte plafonds in. Toch worden we subtiel gedwongen, of zelfs in de val gelokt, om zelf ons eigen plafond te bepalen”, analyseert hij. Hij betreurt een zekere zwakte in de voorstellen van het artsenkorps, dat soms verstrikt raakt in lobbygevechten en verdediging van zijn eigen belangen, tegenover een minister wiens reflex zich beperkt tot een puur verbod, vooral wanneer er geen verantwoordelijke en constructieve tegenvoorstellen zijn.
Gilbert Bejjani verdedigt vurig het liberale karakter van de medische praktijk, maar pleit voor een echte paradigmaverschuiving. Volgens hem moeten er duidelijke richtlijnen komen die de financiële toegankelijkheid voor patiënten garanderen en tegelijkertijd de financiering van praktijken en ziekenhuizen veiligstellen in het licht van de technologische inflatie.
“In het algemeen blijven we, ook al zijn we een vrij beroep, in zekere zin een gesubsidieerd beroep”, klinkt het pragmatisch. "In deze context zou het nuttig en noodzakelijk zijn om een ‘Sector 3’ te creëren. Dit zou de idee ondersteunen -zelfs symbolisch- dat er in deze gesubsidieerde sector eerlijke regels kunnen en moeten bestaan, met name inzake honorariaplafonds, en dat degenen die dat niet willen, dan geen financiering krijgen. In Frankrijk gaat het om minder dan 1% van de artsen. "
Door deze verduidelijking van de nomenclatuur en het artsenstatuut – en niet door bestraffende en geografisch gebonden oekazes – kan het gezondheidszorgsysteem weer in evenwicht komen, meent Gilbert Bejjani. “Het ontbreken van een bovengrens leidt uiteindelijk altijd tot problemen”, concludeert hij, waarbij hij de hele beroepsgroep oproept om concrete voorstellen te formuleren om te voorkomen dat het systeem bezwijkt onder het gewicht van zijn eigen tegenstrijdigheden.









Laatste reacties
marc brosens
05 maart 2026Dat Bejjani de communautaire toer opgaat zonder rekening te houden met een grondig verschil in ziekenhuisstructuur, -landschap e.d. tussen de gemeenschappen is kortzichtig en niet goed te praten.
Misschien moeten we eerst eens beginnen met een rangorde te publiceren van de specialismen die de meeste supplementen vragen. Bij mijn weten staat radiologie niet op nummer 1, verre van.