Tele-expertise in de dermatologie gaat op 1 september van start. De Franstalige artsenvakbond GBO/Cartel verwelkomt het principe, maar hekelt het ontbreken van een specifieke vergoeding voor de huisarts, die de aanvraag moet voorbereiden en documenteren en vervolgens het advies van de dermatoloog moet opvolgen.
De Franstalige artsenvakbond GBO/Cartel wijst op een lacune in de nieuwe regeling voor tele-expertise in de dermatologie, die op 1 september in werking treedt. De verstrekking die werd ingevoerd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 10 juli, voorziet in een vergoeding voor de dermatoloog die op afstand wordt geraadpleegd, maar niet in een specifieke verstrekking voor de huisarts die de aanvraag indient.
De nieuwe verstrekking 107236 maakt het mogelijk dat een huisarts op afstand het advies inwint van een arts-specialist in de dermato-venereologie over een huidletsel. De dermatoloog beschikt over drie werkdagen om te antwoorden. De tele-expertise kan maximaal tweemaal per kalenderjaar en per patiënt worden aangerekend.
GBO/Cartel betwist het nut van de regeling niet. Ze kan bepaalde specialistische raadplegingen vermijden en de huisarts in staat stellen de behandeling zelf voort te zetten. Volgens GBO/Cartel houdt de regeling echter onvoldoende rekening met de werklast die bij de huisarts terechtkomt.
“De tussenkomst van de huisarts beperkt zich nochtans niet tot het versturen van een foto en een toelichtend dossier”, benadrukt GBO/Cartel. De arts moet de patiënt onderzoeken, beoordelen of een dermatologisch advies aangewezen is, een voldoende gedocumenteerde klinische aanvraag opstellen, de voorgeschiedenis en relevante gegevens verzamelen, bruikbare beelden maken en alles via een beveiligd kanaal doorsturen. Indien nodig kan bijkomend overleg met de dermatoloog volgen.
Ook na ontvangst van het advies is het werk van de huisarts niet afgelopen. De huisarts moet de conclusies van de dermatoloog integreren in de verdere zorg, eventueel de behandeling aanpassen of de patiënt doorverwijzen voor een raadpleging bij de dermatoloog als dat nodig blijkt.
Medi-Sfeer vraagt hoe de huisarts de patiënt na ontvangst van het advies van de dermatoloog dan verder kan informeren? GBO/Cartel wijst erop dat een nieuwe raadpleging in de praktijk nodig kan zijn, die dan als dusdanig wordt vergoed. In bepaalde gevallen zou een eenvoudig telefonisch contact echter kunnen volstaan om de patiënt de conclusies van de beoordeling door de dermatoloog en het verdere beleid toe te lichten. Telefonische raadplegingen worden momenteel echter niet meer vergoed in het kader van het akkoord artsen-ziekenfondsen.
De herinvoering van een verstrekking voor een telefonische raadpleging zou dan ook bepaalde raadplegingen in de praktijk kunnen vermijden die hoofdzakelijk bedoeld zijn om de patiënt te informeren over de conclusies van de dermatoloog, het verdere zorgtraject toe te lichten of, indien nodig, de behandeling aan te passen.
Volgens GBO/Cartel gaat de kwestie dan ook verder dan alleen de dermatologie. “Deze efficiëntie berust hier op het werk van twee artsen, specialist EN huisarts”, benadrukt de artsenvakbond. Ze vindt het “moeilijk te begrijpen” dat het werk van de dermatoloog via een specifieke verstrekking wordt vergoed, terwijl dat niet het geval is voor de huisarts die “deze tele-expertise initieert, documenteert en de opvolging ervan verzekert”.
GBO/Cartel vraagt dat bij de evaluatie van de regeling ook rekening wordt gehouden met de werkelijke werklast voor huisartsen en dat een passende vergoeding voor hun tussenkomst op tafel komt. “De eerste lijn versterken betekent niet alleen dat ze meer verantwoordelijkheden krijgt: het betekent ook dat het werk dat van haar wordt gevraagd, moet worden erkend en gefinancierd”, besluit de artsenvakbond.








