Na vijf jaar neemt Thomas Gevaert afscheid als voorzitter van het Kartel. In een gesprek met De Specialist maakt hij de balans op van een woelige periode. Hij waarschuwt voor de tanende invloed van artsen op het overleg en vreest dat de hervorming van de honoraria de ziekenhuisvlucht zal versnellen.
De Kaderwet van minister Vandenbroucke blijft voor onrust zorgen bij het Kartel. De artsenorganisatie zette intussen samen met BVAS en twee tandartsenverenigingen juridische stappen. Ze stelden de Belgische Staat in gebreke omdat bij de totstandkoming van de wet geen behoorlijke evenredigheidsbeoordeling zou zijn uitgevoerd.
Een knelpunt blijft de mogelijkheid om in bepaalde omstandigheden een RIZIV-nummer te schorsen. Vandenbroucke benadrukte dat die maatregel bedoeld is voor zware fraudeurs. Gevaert vindt die garantie onvoldoende. “De memorie en de wet zelf spreken elkaar tegen. De memorie maakt gewag van fraude in geval van recidive, terwijl de wet dat onderscheid niet maakt.”
Het Kartel kaartte zijn bezwaren meermaals politiek aan. “Maar er kon niet meer aan getornd worden. De politieke deal was gemaakt in het zomerakkoord. Het was een fait accompli.”
“We stonden met onze rug tegen de muur”
Vorig jaar klonk Gevaert nog positiever. Na het zomerakkoord wees hij erop dat Vandenbroucke op verschillende punten had moeten inbinden. Die analyse vindt hij achteraf niet te optimistisch. “Je moet zien wat er toen op tafel lag”, zegt hij. De artsen kregen onder meer de afschaffing van de partiële conventie van tafel.
Vooral over de honorariasupplementen werd stevig onderhandeld. Vooruit communiceerde aanvankelijk dat er plafonds zouden komen van 125% in de ziekenhuizen en 25% in de ambulante zorg. “Dat is nu uit de Kaderwet maar de percentages staan nog steeds in hun communicatie.”
Artsen en ziekenfondsen moeten nu zelf tot een akkoord over de supplementen komen. Lukt dat niet, dan kan de regering alsnog ingrijpen. Gevaert heeft vernomen dat dan een vork tussen 25 en 175% zou gelden. “Maar als je ziet vanwaar we komen: we stonden met onze rug tegen de muur. Het was volle zomerperiode en we hebben snel moeten schakelen.”
“Veel zaken zijn al beslist”
Hoeveel ruimte hebben artsen en ziekenfondsen nog om zelf afspraken te maken? Gevaert ziet een geleidelijke verschuiving van het overlegmodel. “Het is een graduele erosie van de impact van de medicomut.”
In steeds meer dossiers liggen belangrijke keuzes al vast voordat ze in de medicomut worden besproken en dient de medicomut als een bijna protocollair goedkeuringsvehikel, zegt hij. “De truc om net voor het zomerreces belangrijke nota’s aan te leveren is ook een klassieker aan het worden.”
De hervorming van de honoraria kan die invloed verder beperken. Een deel ervan dreigt buiten het toepassingsgebied van het overlegorgaan te vallen.
“Opsplitsing is iets anders dan herijking”
Naast de herijking van de nomenclatuur ligt een opsplitsing van de honoraria in een professioneel en een kostendeel op tafel. Gevaert vindt dat beide discussies te vaak door elkaar worden gehaald. “Als je tegen de opsplitsing van de honoraria bent, wordt vaak gezegd dat je tegen de herijking bent. Dat is fout. De twee staan volledig los van elkaar.”
Om prestaties correct te herwaarderen, moet duidelijk worden welk deel van een honorarium de medische prestatie vergoedt en welk deel de kosten dekt. Daar heeft Gevaert geen probleem mee.
Hij verzet zich ertegen die opsplitsing definitief in de nomenclatuur in te bouwen. “De opsplitsing is het middel om de herijking te doen. Dat betekent niet dat je ze moet doortrekken naar het finale systeem.”
Een deel van de honoraria van ziekenhuisartsen dient vandaag ook om apparatuur, personeel en medische innovatie te financieren. Verliezen ze de controle over dat kostendeel, dan vermindert hun invloed op die investeringen. “Als ziekenhuisartsen gaan we daar bekaaid uitkomen. De lusten gaan richting ziekenhuisbeheerders, de lasten volledig naar de ziekenhuisartsen.”
Een piste die op tafel ligt, is dat het kostendeel van de honoraria via all-inforfaits in het Budget Financiële Middelen (BFM) van de ziekenhuizen zou terechtkomen.
Jarenlang kregen artsen te horen dat de hervorming gepaard zou gaan met gedeeld beheer tussen artsen en ziekenhuisbesturen. Daar dreigt weinig van over te blijven wanneer het kostendeel uit de honorariummassa verdwijnt en naar het BFM verhuist. “Gedaan met co-ownership en co-governance. Dit gaat regelrecht in tegen alle gemaakte afspraken.”
“Ownership over medische investeringen”
Gevaert verwijst als voorbeeld naar revalidatieartsen die binnen ziekenhuizen mee investeren in revalidatie-eenheden, van toestellen tot de aanwerving van kinesitherapeuten. “Als men intramuraal geen ownership meer heeft over medische investeringen, gaat men extramuraal werken, waar dat wel het geval is.”
Gevaert noemt extramurale zorg een essentieel onderdeel van het zorgsysteem. Artsen buiten het ziekenhuis moeten wel hun deel van wachtdiensten en permanenties opnemen. Ziekenhuizen mogen evenmin de plaats worden waar alle complexe patiënten terechtkomen.
Tegelijk moeten ziekenhuizen zich afvragen waarom artsen vertrekken. Gevaert wijst op bureaucratie, verlies aan professionele autonomie en inefficiëntie. “Als je je ziekenhuis aantrekkelijk wil houden voor artsen, moet je ook zelf moeite doen en niet gewoon proberen de extramuraal werkende artsen te diaboliseren of het werken te bemoeilijken.”
“Turbo op ziekenhuisvlucht”
Zelf werkt Gevaert uitsluitend in een ziekenhuis en daar is hij naar eigen zeggen zeer tevreden. Hij wijst op zijn collega's en medewerkers, maar ook op een ziekenhuisbestuur dat ruimte laat voor innovatie, inspraak en autonomie.
De opsplitsing van honoraria is voor hem alleen aanvaardbaar wanneer artsen zeggenschap houden over de middelen voor medische investeringen. Anders wordt werken buiten het ziekenhuis aantrekkelijker. “Als je medisch investeringsbudget ergens in het BFM bengelt, terwijl je extramuraal volledige eigenaar bent, waarom zou je dan nog in een ziekenhuis willen werken?”
Zonder echte cogovernance dreigen ziekenhuisartsen nog meer inspraak en professionele autonomie te verliezen. “Dat zal een turbo zetten op de ziekenhuisvlucht”, waarschuwt Gevaert.









Laatste reacties
Stefaan COLPAERT
02 september 2026Ziekenhuisvlucht wordt gemotiveerd vanuit het feit dat artsen in ziekenhuizen aan hun ptn moeten voorschrijven wat het ziekenhuis van hen verwacht, eerder dan wat nuttig is voor de pt.
Het is een natte droom van elke arts tot meer onafhankelijkheid ten aanzien van het ziekenhuis en langer te kunnen werken en meer patient georienteerd in onafhankelijkere praktijken.
Macht over de pt is disloceerbaar uit het ziekenhuis is een werkbare middenweg. Je moet er wel de artsen voor hebben.