Vandenbroucke licht 6.500 reacties op evenredigheidstoets toe, maar relativeert de impact

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke heeft in de Commissie Gezondheid van de Kamer toelichting gegeven bij de ruim 6.500 reacties die werden ingediend in het kader van de evenredigheidstoets over zijn kaderwet. Oppositielid Irina De Knop (Anders.) verwees daarbij expliciet naar het hoge aantal inzendingen als bewijs van aanhoudende onrust in het werkveld. De minister erkende het cijfer, maar plaatste het nadrukkelijk in perspectief.

“Er zijn ruim 6.500 reacties ontvangen binnen de gestelde termijn”, verklaarde Vandenbroucke. Hij gaf daarbij een gedetailleerd overzicht van de herkomst. Ongeveer twee derde van de inzendingen kwam van huisartsen en arts-specialisten. Tandartsen vertegenwoordigden zowat tien procent. Andere zorgberoepen volgden op afstand, terwijl ook patiënten en burgers reageerden.

Volgens de minister bewijst dat vooral dat de procedure werkt. “Het is vanzelfsprekend dat een wetsontwerp na een eerste lezing in de ministerraad wordt aangepast aan de adviezen die werden gevraagd naar aanleiding van de tweede lezing”, stelde hij. Hij benadrukte dat een voorontwerp, de ontvangen adviezen én de aangepaste tekst samen aan het Parlement zullen worden bezorgd. Daarmee suggereerde hij dat het aantal reacties weinig impact heeft en gewoon een stap is binnen een normaal wetgevend proces.

Zeven terugkerende thema’s
Ook inhoudelijk temperde hij de draagwijdte. Vandenbroucke benadrukte dat de reacties systematisch werden geanalyseerd. “Uit een thematische clustering van alle geregistreerde reacties kwamen zeven hoofdthema’s naar voren”, stelde hij in de commissie. Die thema’s werden volgens hem “telkens door een aanzienlijk aantal respondenten aangehaald”.

Het ging om de hervorming van de begrotings- en overlegstructuren, de conventionering, de plafonnering van ereloonsupplementen, de uitbreiding van handhavingsbevoegdheden, de koppeling van persoonsgegevens en zorgen over privacy, de gewijzigde rol van de ziekenfondsen en de idee dat de zogenaamde richttarieven beperkt zouden worden tot geconventioneerde zorgverleners.

Volgens de minister zijn deze punten geen verrassing. “Al deze thema’s zijn al zeer grondig besproken tijdens negen overlegrondes die ik met de artsen- en tandartsensyndicaten en ziekenfondsen heb gehad”, verklaarde hij. Hij voegde eraan toe dat het voorontwerp in dat overleg reeds “grondig bijgestuurd” werd. De evenredigheidstoets bevestigde volgens hem dus eerder bekende bezorgdheden dan dat ze nieuwe breuklijnen blootlegde.

Over de gevoelige kwestie van de RIZIV-nummers preciseerde hij dat de schorsing “louter en alleen betrekking heeft op zware fraude” en dat de procedure onafhankelijk verloopt. Met die formulering probeerde hij een van de meest gehoorde bezorgdheden uit het veld te ontkrachten.

Tegelijk koppelde de minister de discussie over supplementen aan bredere hervormingen. “Het vastleggen van plafonds voor supplementen moet worden bekeken parallel met de hervorming van de nomenclatuur van medische prestaties en de officiële tarieven zelf”, zei hij. Het initiatief om tot een akkoord over supplementen te komen ligt volgens hem bij de sector zelf. Een regeringsingreep noemde hij uitdrukkelijk “een second-best scenario”.

Symptoom van diepere malaise
Irina De Knop liet zich niet overtuigen door de relativering van de minister. Zij verwees naar de duizenden reacties als symptoom van een diepere malaise. “Er zijn heel wat klachten binnengekomen bij het RIZIV”, stelde ze. Volgens haar gaan die niet alleen over supplementen, maar ook over de manier waarop artsen worden geportretteerd. Ze sprak over een beeldvorming waarbij artsen worden weggezet als “graaiers en profiteurs”.

In haar repliek werd ze scherper. “Ik ben erg op mijn honger gebleven bij uw antwoord”, zei ze. Volgens De Knop herhaalde de minister vooral de procedure zonder inhoudelijk duidelijk te maken welke opmerkingen effectief zijn verwerkt. “Op die manier neemt u het Parlement niet ernstig”, klonk het. Ze stelde bovendien dat het gevoel leeft dat de tekst verder wordt afgeklopt terwijl de 6.500 reacties nog niet ten gronde zijn geanalyseerd. “Il faut le faire”, voegde ze eraan toe.

Waar Vandenbroucke de evenredigheidstoets dus neerzet als een juridisch noodzakelijke en inhoudelijk verwerkte stap, ziet de oppositie in het cijfer een vertrouwensbreuk tussen beleid en werkveld. De aangepaste kaderwet moet binnenkort in het Parlement worden ingediend. Dan zal blijken in welke mate de 6.500 reacties daadwerkelijk hun sporen hebben nagelaten.

Lees ook: Kaderwet Vandenbroucke: wat staat er in de nieuwe tekst? (Exclusief)

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Hisco Robijn

    23 januari 2026

    Blij dat mevrouw De Knop hier hard op reageert. VDB lult er gewoon weer eens omheen.

  • Patrick Vandeput

    23 januari 2026

    Hij is een kleine versie van Trump

  • Georges Otte

    22 januari 2026

    Dat de minister niet doorheeft - of niet wil doorhebben- dat er wel degelijk een zware maiaise heerst en dat veel zorgverliezers totaal het vertrouwen in zijn beleid kwijt zijn (zowel inhoudelijk als naar vorm) bewijst eens te meer voor gans de sector dat hij gefixeerd zit in een solpsistisch denkpatroon. Communicatie is voor hem een unidirectioneel gebeuren: hij zal de zorgverleners wel vertellen hoe het moet en hun reacties worden toch maar onder het label "verwacht en onbelangrijk" in de prullenbak gekieperd.

  • René GORS

    22 januari 2026

    er zullen er waarschijnlijke veel meer zijn die niet akkoord zijn met minister vandenboucke zijn voorstellen maar het licht niet in onze aard om op alles te reageren . wij steken liever onze tijd in het opvolgen van onze patienten en deze op een correcte manier te helpen.