Vandenbroucke wijst federale maatregelen tegen no-shows af

Patiënten die niet opdagen op een consultatie zonder te verwittigen, blijven een structureel probleem in de huisartsenpraktijk. Terwijl de druk op de eerstelijnszorg toeneemt en patiënten soms weken moeten wachten op een afspraak, gaat kostbare consultatietijd verloren. Toch komt er voorlopig geen federaal kader tegen no-shows. Minister Vandenbroucke laat de aanpak over aan de huisartsenpraktijken.

Vandenbroucke erkent de ernst van de situatie. “No-shows bij huisartsen zijn inderdaad een reëel probleem”, antwoordde hij in de Kamer op een vraag van Irina De Knop (Anders). “Wanneer patiënten niet opdagen zonder verwittiging, gaat kostbare consultatietijd verloren, terwijl de druk op de eerste lijn vandaag al groot is.”

Toch beschikt de federale overheid niet over cijfers. “Het afsprakenbeheer gebeurt op het niveau van de individuele praktijk. Er is geen uniforme registratie.” Extra registratielast wil hij vermijden: “We vragen al zoveel registratie en gegevens.” Volgens Vandenbroucke is het daarom moeilijk om de omvang van het probleem exact in kaart te brengen, ook al is het duidelijk aanwezig op het terrein.

Dat de problematiek leeft, bleek eerder uit een FEDAC-bevraging waarover Medi-Sfeer op 12 maart berichtte. Daaruit blijkt dat 33% van de huisartsen al een verzuimvergoeding aanrekent bij herhaalde no-shows, terwijl 47% dat overweegt. Slechts één op vijf wijst het principe af.

De meeste artsen vinden een bedrag tussen 10 en 20 euro redelijk. Het gaat daarbij vooral om sensibilisering, niet om inkomsten. Voor veel huisartsen is het een manier om patiënten bewust te maken van de impact van gemiste afspraken op andere patiënten en op de organisatie van de zorg. De cijfers tonen ook dat het draagvlak voor maatregelen groeit, zelfs al is de aanpak vandaag nog versnipperd.

Praktische drempels blijven
Dezelfde bevraging toont ook de knelpunten. Veel artsen willen niet individueel beslissen over regels of bedragen en vragen een breder kader. Er zijn ook vragen over juridische toelaatbaarheid en de praktische inning, die vaak moeilijk verloopt en extra administratie met zich meebrengt.

Daarnaast hanteren praktijken uiteenlopende alternatieven, zoals herinneringen, waarschuwingen of het beperken van online afspraken. Sommige artsen kiezen er ook voor om patiënten bij herhaald verzuim enkel nog telefonisch afspraken te laten maken.

Geen federale richtlijnen
Een federaal kader komt er voorlopig niet. Vandenbroucke kiest voor flexibiliteit. “We ondersteunen huisartsenpraktijken via digitalisering en praktijkorganisatie. Dat helpt om systemen op te zetten zonder dat wij één model opleggen.”

Volgens hem is een combinatie van maatregelen nodig, met efficiëntere organisatie, digitale tools en meer taakdelegatie binnen zorgteams. Ook patiënten moeten hun verantwoordelijkheid nemen en tijdig afspraken annuleren.

“Vrijblijvend antwoord”
Voor De Knop gaat dat niet ver genoeg. “Uw antwoord is nogal vrijblijvend. Dat zorgt op het terrein elke dag opnieuw voor problemen.” Volgens het liberale Kamerlid bevestigen de signalen uit de sector net de nood aan meer sturing. “Iedere huisarts weet dat no-shows geen randfenomeen zijn, maar een structureel probleem.”

Ze wijst ook op de impact voor patiënten: “In een systeem waarin andere patiënten soms weken moeten wachten, is dat bijzonder moeilijk uit te leggen.” Volgens haar is efficiënter gebruik van consultatietijd essentieel om de toegankelijkheid van zorg te verbeteren.

De Knop pleit voor een gecoördineerde aanpak, bijvoorbeeld via een werkgroep met de sector. Dat zou praktijken ondersteunen en tegelijk een duidelijk signaal geven naar patiënten over hun verantwoordelijkheid. Volgens haar kan zo’n kader ook helpen om juridische en praktische onzekerheden weg te nemen.

Geen uniform kader
Vandenbroucke laat de deur open voor overleg: “Ik ben altijd bereid om samen met de sector te bekijken welke bijkomende maatregelen kunnen bijdragen tot een vermindering van no-shows.”

Een federale aanpak lijkt voorlopig echter niet op tafel te liggen. Daarmee blijft het probleem bestaan zonder uniform kader, terwijl de druk op de eerstelijnszorg aanhoudt en praktijken zelf oplossingen moeten blijven uitwerken.

> Lees ook: Huisartsen willen no-shows aanpakken: één op drie rekent al verzuimvergoeding aan

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.