In een opiniestuk in De Tijd uiten dr. Karel Vermeyen (1) en Jürgen Constandt (2) hun bezorgdheid over het feit dat ziekenhuizen in Vlaanderen benadeeld dreigen te worden door het beleid rond ereloonsupplementen en financiering.
Hun uitgangspunt: artsen dragen gemiddeld 40% van hun inkomen af aan de ziekenhuizen ter ondersteuning van het budget en investeringen; in sommige disciplines loopt dat op tot 80%. Deze afdrachten en supplementen liggen hoger in Franstalige ziekenhuizen, vooral in Brussel, waar supplementen tot 300% van toepassing zijn in eenpersoonskamers, terwijl Vlaamse ziekenhuizen gemiddeld 86% aanrekenen.
Minister Vandenbroucke wil het maximum beperken tot 125%, wat volgens hen voor Vlaamse ziekenhuizen weinig effect heeft, maar vooral Brussel en Wallonië zou raken. Het is via het jaarlijkse rapport van Belfius (Maha) over de financiële situatie van de algemene ziekenhuizen in Brussel en Wallonië immers bekend dat de ziekenhuizen in Brussel en Wallonië er doorgaans slechter voorstaan. Ze torsen hogere schulden en hebben een lagere solvabiliteit.
“De indruk bestaat dat zij de hoge supplementen gebruiken om hun tekorten te compenseren”, luidt hun stellling. Minister Vandenbroucke (Vooruit) wil in afwachting van een hervorming overgangsmaatregelen nemen volgens de regeringsverklaring om de continuïteit en financiële gezondheid te waarborgen. De auteurs vrezen evenwel dat dit neerkomt op extra financiering voor Brusselse en Waalse ziekenhuizen, wat in hun ogen een beloning zou zijn voor inefficiënt financieel beleid en een discriminatie van de Vlaamse ziekenhuizen, die zuiniger hebben gewerkt.
(1) Karel Vermeyen is voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AVSZ) en gewezen raadgever van Rudy Demotte (PS) en Patrick Dewael (Open VLD).
(2) Jürgen Constandt is voorzitter van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds en ondervoorzitter van het AVSZ.








