Voor het eerst brengt een Europese studie met een uniforme methodologie de werktijd, rusttijd en tevredenheid van artsen in opleiding in kaart. Het oordeel is onomstotelijk: in alle landen werken artsen in opleiding ruim boven hun contractuele en wettelijke limieten, gemiddeld tot wel 57 uur per week. Deze studie, uitgevoerd door de European Junior Doctors Association (EJD), geldt als referentie. En daar wringt voor ons de schoen: België ontbreekt er simpelweg in.
De EJD heeft artsen in postdoctorale opleiding ondervraagd via een online vragenlijst die tijdens haar voorjaarsbijeenkomst van 2024 in Montpellier werd gelanceerd. Na toepassing van de quota werden de antwoorden uit 19 landen geanalyseerd, goed voor 5.831 deelnemers met een gemiddelde leeftijd van 29 jaar, waarvan 61% vrouwen. Het profiel weerspiegelt de werkelijke samenstelling van de betrokken populatie, wat de reikwijdte van de resultaten versterkt.
Het belangrijkste cijfer: gemiddeld 57 werkuren per week. Dat is 17 uur meer dan de gemiddelde contractuele werktijd (40 uur) en 9 uur boven het maximum dat is vastgelegd in de Europese richtlijn inzake arbeidstijd (48 uur, Richtlijn 2003/88/EG). Meer dan twee derde van de respondenten (71%) overschrijdt deze drempel. Een op de vijf (20%) geeft aan meer dan 70 uur per week te werken, een op de tien (10%) meer dan 80 uur. Overuren zijn vrijwel de norm (88%), en sommige wachtdiensten duren wel 24 uur achter elkaar.
De verschillen tussen de landen zijn enorm: van 43 uur per week in Estland tot 72 uur in Griekenland. De chirurgische disciplines staan bovenaan, met een gemiddelde van 62 uur, gevolgd door de klinische specialismen.
Rust, een aanpassingsvariabele
Het onderdeel "rust" is al even zorgwekkend. De respondenten rekenen gemiddeld op slechts zes rustdagen per maand, en 35% heeft in de onderzochte periode geen enkele vakantiedag opgenomen. In Nederland, Estland en Zwitserland geven assistenten aan acht tot negen rustdagen per maand te hebben; in Letland, Griekenland en Malta vier tot vijf.
Dit tekort gaat ten koste van de tevredenheid. Bijna een derde van de respondenten (32%) zegt ontevreden of zeer ontevreden te zijn over hun arbeidsomstandigheden. En het verband is duidelijk: onder degenen die meer dan 48 uur werken, stijgt het percentage ontevredenheid tot 52%, waarbij het risico meer dan vier keer zo groot is zodra de drempel wordt overschreden. Voor de EJD is het bewijs geleverd: buitensporige werktijden en onvoldoende rust voeden burn-out, personeelsverloop en, op termijn, het tekort aan zorgpersoneel dat de gezondheidszorgsystemen verzwakt.
België, de blinde vlek
19 Europese landen zijn in het onderzoek opgenomen. Maar België ontbreekt. Het land heeft geen vereniging die lid is van de EJD, en zijn artsen in opleiding ontbreken dus in het Europese referentiebeeld over hun eigen werktijden.
Waarom deze leemte? "Volgens de statuten kunnen alleen verenigingen die op nationaal niveau representatief zijn, lid worden van de EJD. België beschikt echter niet over een nationale vereniging van jonge artsen: er zijn structuren in het noorden en het zuiden van het land, maar geen enkele bestrijkt het hele grondgebied”, legt dr. Pierre Maldague uit, afgevaardigde van de ABSyM-BVAS bij verschillende Europese verenigingen. De verenigingen van jonge Belgische artsen "zijn herhaaldelijk uitgenodigd als waarnemers, maar zonder gevolg en zonder dat er een nationale federatie is opgericht".
Er is echter een mogelijkheid: Pierre Maldague is van plan "opnieuw contact op te nemen met de ABSyM-BVAS om de oprichting te onderzoeken van een afdeling ‘Jonge artsen’ die deze stromingen verenigt en eindelijk de deur naar de EJD opent. Het financiële aspect zal een obstakel vormen: het sturen van een afgevaardigde brengt kosten met zich mee, en de middelen zijn beperkt.”
Een afspiegeling van de Belgische strijd
De Europese diagnose komt echter punt voor punt overeen met debatten die we in België kennen. De controle op de arbeidstijd van artsen in opleiding tot specialist is daar een terugkerend dossier: de federale "prikklok" ligt stil nadat deze sinds 2023 meer dan een miljoen euro heeft gekost. In 2019 schetste een enquête van het Interuniversitair Comité van arts-assistenten in opleiding tot specialist onder 1.159 artsen in opleiding tot specialist – waarover wij in onze krant berichtten – al een beeld van vermoeidheid, stress en burn-out als gevolg van de arbeidsomstandigheden.
Het REST-JD-rapport biedt voor deze bevindingen een geactualiseerd en met cijfers onderbouwd vergelijkend kader. En een bijkomend argument: wat de Belgische assistenten meemaken, is geen nationale uitzondering, maar een uiting van een structureel Europees probleem. Er blijft één vraag over die het rapport, bij gebrek aan gegevens, niet kan beantwoorden: waar bevindt België zich precies op deze kaart van de uitputting?








