Wijkgezondheidscentra: audit geeft geheimen prijs

Een te groot patiëntenbestand schaadt de efficiënte werking van WGC's. Samenwerken en taken delegeren kunnen efficiëntiewinsten genereren. Dat zijn slechts enkele conclusies uit de audit. De Bvas reageert scherp. Het moratorium op de WGC's werd inmiddels opgeheven.

Het Verzekeringscomité kreeg vanmorgen de resultaten te zien van de langverwachte audit die KPMG uitvoerde op de wijkgezondheidscentra. De organisatie, werking en kostenstructuur werd doorgelicht en voorgelegd aan de leden van het Verzekeringscomité en aan commissie forfaits. Deze resultaten van de audit op vraag van de federale overheid in oktober 2016, moeten een strategische leidraad zijn voor de toekomst(1).

Te groot patiëntenbestand: schadelijk voor de doeltreffendheid

Gemiddeld zijn er ongeveer 673 patiënten per fulltime-equivalent-huisarts. 34% van de respondenten heeft een bestand met tussen 2.000 en 3.000 patiënten. In de 3 regio’s vinden we wijkgezondheidscentra (WGC’s) van verschillende grootte als we het aantal patiëntendossiers bekijken (zowel <500 als > 6.000). 66% van de respondenten in Brussel, 63% van de respondenten in Vlaanderen en 59% van de respondenten in Wallonië hebben een bestand van 1.000 tot 3.000 patiënten.

In de loop van de interviews meldden een aantal medische huizen dat een te groot patiëntenbestand een negatief effect kan hebben op de efficiëntie en de zorgcontinuïteit van een WGC. "Daarom moeten deze grote WGC’s mee andere WGC’s oprichten in de buurt (inclusief Gent) om het aantal patiënten op een beheersbaar niveau te houden," aldus het rapport.

De resultaten van de enquête werden soms aangevuld met IMA-statistieken (InterMutualistisch Agentschap). De gemiddelde leeftijd van patiënten in het Waalse Gewest is hoger dan in de andere twee regio's. Het lijkt ook dat 42% van de patiënten baat heeft bij een verhoogde interventie.

Samenwerking en delegeren van taken voor efficiëntiewinsten

Uit het onderzoek blijkt dat de samenwerking met externe diensten voornamelijk slaat op wachtdiensten, verpleging en thuiszorg. De meest voorkomende samenwerkingen tussen WGC’s zijn strategische samenwerkingen, gevolgd door samenwerking op kennisgebied (training en goede praktijken). Financiële samenwerkingsverbanden zouden vaker worden gesloten door niet-rijpe WGC’s.

Volgens het onderzoek leiden alle huidige samenwerkingsvormen tot efficientiewinst, zij het in mindere mate voor samenwerking voor continuïteit (wachtdiensten etc.) omdat die minder gericht efficiëntievoordelen inhouden dan andere samenwerkingsvormen.

Tijdens de interviews werd het belang van de interne organisatie voor een WGC dat de efficiëntie wil vergroten, benadrukt. Voornamelijk multidisciplinariteit - in het bijzonder delegeren van taken aan verpleegkundigen en andere profielen (psychologen, maatschappelijk werkers, enz.) genereert aanzienlijke efficiëntiewinst. Ook het feit dat men beschikt over administratief en ondersteunend personeel voor het onthaal en telefonische contacten.

Berekening van het forfait: te herbekijken

De financiering per patiënt is gemiddeld 81% forfaitair. Tijdens de interviews gaven verscheidene WGC’s aan dat de huidige berekening van het forfait geen rekening hield met de juiste variabelen, wat zou leiden tot een onjuiste verdeling van het budget. Deze respondenten verklaarden uitdrukkelijk dat de extra kosten voor forfaits verpleegkundigen B en C, E pathologie, personen met een vreemde taal, geestelijke gezondheid van de patiënten en preventie onvoldoende in rekening werden gebracht bij de verdeling van de begroting.

Ze zegden nood te hebben aan een effectief meetinstrument voor het bepalen van de zorgbehoefte van de bevolking in elk WGC. Dat om de forfaits beter af te stemmen en te verdelen. De elementen in het GMD kunnen een bron zijn om de variabelen te bepalen waarmee je rekening moet houden bij de berekening van het forfait. Dat zou ook helpen om de registratie en kwaliteit van GMD's te bevorderen.

Tot slot bedroeg de gemiddelde totale financiering per patiënt in 2016 455 euro voor een totale gemiddelde kost per patiënt van 396 euro. Bovendien bedraagt ​​de gemiddelde vergoeding per verzekerde patiënt 382 euro voor een gemiddelde MKI-personeelskost van 226 euro. Gemiddeld ligt de prijs van WGC’s met meer dan 4.000 patiënten lager per patiënt dan die voor een medisch huis met minder patiënten.

-------------

Bvas: WGC's: huisartsgeneeskunde als hangmat?

De door minister De Block bestelde audit over de medische huizen legt heel wat mistoestanden bloot.  Met een gemiddelde van 673 patiënten per huisarts is de workload er gevaarlijk laag. Sommige huisartsen leiden er ook nog eens 3 of 4 HAIO ’s (huisartsen in opleiding) op, wat vragen oproept over hun blootstelling aan pathologie tijdens de opleiding. Met de zorgcontinuïteit wordt een loopje genomen en doorverwijzingen naar andere zorgverleners worden amper geregistreerd.

Dat is de reactie van het grootste artsensyndicaat in een notendop. Meer hierover later.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Indien (als patiënt) geïnteresseerd bent in gevalideerde medische informatie, kan u terecht op onze gezondheidswebsite www.vivagezond.be.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Arlette DRIES

    25 Januari 2018

    de 'patient'-binding is niet collegiaal
    oneerlijke concurrentie met artsen die zelfstandig ( buiten medisch huis werken )
    meerdere artikels kunnen opgevat worden als reclame voor deze centra