Een studie van het Intermutualistisch Agentschap (IMA), die vrijdag werd voorgesteld aan de Medicomut, analyseert de evolutie van de supplementen die in ziekenhuizen worden aangerekend. De cijfers wijzen op gestage stijging, die sneller is dan die van de Riziv-honoraria. Maar welke specialismen kennen de meeste supplementen?
In 2024 bedroegen de ziekenhuissupplementen 760 miljoen euro tegenover 697 miljoen in 2023, wat neerkomt op een jaarlijkse stijging van 9,1%. Over de periode 2021-2024 bedraagt de stijging 23,4%. Ter vergelijking: de RIZIV-honoraria bedragen 3,804 miljard euro in 2024. Hun groei bedraagt 3,8% tussen 2023 en 2024 en 12,9% over drie jaar. De verhouding tussen honorariumtoeslagen en Riziv-honoraria bedraagt daarmee 20,0% in 2024, tegenover 13,7% in 2006.
Supplementen en types ziekenhuisopnames
Het merendeel van de honorariumtoeslagen wordt aangerekend bij klassieke ziekenhuisopnames, voor een bedrag van 622 miljoen euro in 2024, een stijging van 9,0% op jaarbasis. Dagopnames vertegenwoordigen 138 miljoen, met een jaarlijkse stijging van 9,7%.
Wat de frequentie betreft, slaan de supplementen op een minderheid van de verblijven. Voor 80% van de klassieke ziekenhuisopnames en voor 94% van de dagopnames worden geen supplementen aangerekend. Deze percentages blijven over het algemeen stabiel in de tijd. Wanneer toeslagen worden aangerekend, variëren de bedragen sterk. In 2024 werden extra honoraria van meer dan 3.000 euro aangerekend voor 52.900 klassieke ziekenhuisopnames en 2.400 dagopnames.
Uitgesproken regionale verschillen
Uit de analyse blijken ook regionale verschillen in de facturering van extra ziekenhuiskosten. Voor klassieke ziekenhuisopnames worden in Vlaanderen en Brussel in ongeveer 21,3% van de gevallen extra kosten aangerekend, tegenover ongeveer 14,5% in Wallonië. Voor dagopnames zijn de verschillen nog groter: in 2024 bedraagt het aandeel van de verblijven met toeslagen 12,8% in Brussel, tegenover 7,2% in Vlaanderen en 5,7% in Wallonië. Volgens het Intermutualistisch Agentschap (IMA) zijn deze regionale verschillen in de loop van de tijd relatief stabiel gebleven, zonder dat de beschikbare gegevens het mogelijk maken om de structurele determinanten ervan te analyseren.
De gegevens brengen ook grote verschillen tussen ziekenhuizen aan het licht qua facturering van supplementen op ziekenhuiskosten. Volgens het Intermutualistisch Agentschap (IMA) varieert het percentage ziekenhuisopnames met supplementen sterk van instelling tot instelling, zowel voor klassieke ziekenhuisopnames als voor dagopnames. Sommige ziekenhuizen rekenen toeslagen aan voor een zeer beperkt deel van hun verblijven, terwijl andere een aanzienlijk hoger percentage hebben. Het IMA onderstreept dat deze verschillen een weerspiegeling zijn van organisatorische en institutionele verschillen tussen instellingen, zonder dat de beschikbare gegevens het mogelijk maken om de precieze determinanten ervan te identificeren.
Concentratie supplementen bij artsen
De studie wijst op een sterke concentratie van honorariumtoeslagen bij een beperkt aantal artsen, op basis van de toeslagen die bij ziekenhuisopnames zijn vastgesteld. Tien procent van de artsen ontvangt meer dan 106.000 euro aan toeslagen per jaar en vertegenwoordigt meer dan 43% van het totale volume. Omgekeerd ontvangt de helft van de artsen minder dan 18.500 euro per jaar en vertegenwoordigt slechts ongeveer 7% van het totale volume. Acht procent van de artsen heeft nog nooit ziekenhuissupplementen geattesteerd.
Het IMA merkt bovendien op dat ook geconventioneerde toeslagen op honoraria attesteren. De mediane bedragen variëren naargelang het conventiestatuut. Voor artsen met een volledige overeenkomst bedraagt de mediaan 13.169 euro per jaar, met een 90e percentiel van 95.131 euro. Voor artsen met een gedeeltelijke overeenkomst bedraagt deze mediaan 27.587 euro en voor gedeconventioneerde artsen t 39.652 euro, waarbij de 90e percentiel voor deze laatste groep 136.415 euro bedraagt.
Uitsplitsing per specialisme
De studie bevat een uitsplitsing van het totale bedrag aan ziekenhuissupplementen per specialisme over de periode 2015-2024. De hoogste bedragen worden waargenomen in de radiologie, orthopedie, algemene chirurgie, cardiologie en anesthesie. Deze specialismen vertonen ook de grootste absolute stijgingen over de geanalyseerde periode. Het IMA hamert er echter op dat deze uitsplitsing gaat over totale bedragen en dat ze geen individuele praktijken identificeert, noch rekening houdt met verschillen in activiteitsvolume, de zwaarte van de handelingen of de terugbetalingsmechanismen.
Methodologische beperkingen van de analyse
De instelling benadrukt de beperkingen van de analyse. De gepresenteerde cijfers betreffen uitsluitend de supplementen die in ziekenhuizen in rekening worden gebracht en omvatten geen extra honoraria voor ambulante zorg of terugbetalingen aan ziekenhuizen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de dekking door ziekenhuisverzekeringen, noch over het deel dat daadwerkelijk door de patiënten wordt gedragen. De honoraria zijn niet uitgesplitst per specialisme op individueel niveau, waardoor een gedetailleerde analyse per discipline onmogelijk is.
Volgens het IMA geven de gegevens weliswaar een duidelijk beeld van de ontwikkeling van de extra honoraria in ziekenhuizen, maar zonder aanvullende gegevens is het niet mogelijk om de structurele determinanten ervan te analyseren of de werkelijke financiële gevolgen voor patiënten of artsen te beoordelen.
> Hier vindt u de integrale IMA-studie









Laatste reacties
Johan Van Lerbeirghe
19 januari 2026Wat orthopedie betreft: een specialisme met vaak onvoldoende dekking door de verplichte verzekering voor implantaten, wordt vaak door de patiënt (niet door de arts) gekozen voor de supplementen formule.