Ziekenhuizen operationeel wat sterker, maar financieel kwetsbaarder (MAHA-rapport)

Voor ziekenhuizen bood 2024 tijdelijk ademruimte, maar de fundamentele uitdagingen blijven: structureel zwakke bedrijfsresultaten, personeelstekorten, oplopende lasten (zeker in openbare ziekenhuizen) en te beperkte investeringscapaciteit. Met forse hervormingen in aantocht en een strakker budget wordt strategische planning, kostenbeheersing en duurzame personeelsorganisatie cruciaal voor het voortbestaan en de kwaliteit van de ziekenhuiszorg.

Elk jaar publiceert Belfius de MAHA studie (Model for Automatic Hospital Analyses) (1). De groei van de daghospitalisatie is het meest structurele evolutiepunt. Chirurgische dagopnames stegen in 2024 (+2,9%, tot 764.000 opnames), niet-chirurgische ook (+6,1%). Deze laatste categorie omvat onder andere chemotherapie en chronische pijnbehandeling. De toename sinds 2019 is indrukwekkend (respectievelijk +37% en +21%). Deze stijging van chirurgische dagopnames is deels te verklaren door de uitbreiding in 2023 van behandelingen die in aanmerking komen voor financiering binnen het chirurgische dagziekenhuis.

De klassieke activiteit stagneert: opnames +0,8%, ligdagen –0,7%, tot 10.122.000. De gemiddelde verblijfsduur blijft dalen, ook bij chirurgische ingrepen: van 4,5 dagen (2019) naar 4 dagen (2024).

Bijna een op de twee opnames ongepland

“Op basis van de gegevens uit onze enquête (geëxtrapoleerd voor de hele sector) (2) stellen we vast dat er 3.680.000 aanmeldingen via spoed plaatsvonden in 2024”, meldt het rapport. “Hiervan leidden 727.000 aanmeldingen, of zo’n 20%, tot een ziekenhuisopname. Als we deze opnames, die plaatsvinden na een aanmelding via spoed, afzetten tegen de totale klassieke opnames, kunnen we stellen dat ongeveer 46% van de klassieke opnames ongepland zijn.”

Voor ziekenhuisbesturen betekent dit: nood aan versterkte ambulante infrastructuur, efficiënt beddenbeheer, aanpassing van capaciteitsplanning en verdere procesoptimalisatie rond pre- en postoperatieve zorg. En zo mogelijk nog meer operationele flexibiliteit en een robuuste spoed- en acute werking.

Financiële prestaties: blijvende grote regionale verschillen

Het gewoon bedrijfsresultaat blijft negatief: -29 miljoen euro of -0,1% van de omzet, wel een verbetering tegenover 2023 (-0,8%). Voor 2025 wordt opnieuw een verslechtering verwacht (-0,3%). 

De structurele zwakte is dus duidelijk: meer dan driekwart van de ziekenhuizen haalt geen bedrijfsresultaat van meer dan 1% van de omzet, het niveau dat nodig wordt geacht voor een gezonde werking en investeringscapaciteit.

De regionale verschillen zijn nog steeds groot, met vooral Brussel als negatieve uitschieter:

  • Vlaanderen: +0,4%
  • Wallonië: -0,6%
  • Brussel: -1,9%

Dat impliceert dat de financiële draagkracht van sommige instellingen onder kritische niveaus ligt, wat risico’s inhoudt voor investeringsprogramma’s, schuldafbouw en strategische manoeuvreerruimte.

De belangrijkste groeimotoren zijn bekend en dat was in 2024 niet anders: de artsenhonoraria (+8,3% door de zware indexering) en de farmaceutische producten (+8,6%). Door hun stuwende kracht steeg de omzet in 2024 met 6,3%. 

Daartegenover staat een zeer beperkte stijging van het Budget Financiële Middelen (BFM): +2,6%, veel lager dan in 2022–2023. Hierdoor groeit het aandeel van de niet-BFM-inkomsten in de totale financiering van ziekenhuizen.

Het ziekenhuismanagement staat op die manier meer bloot aan volatiele inkomstenstromen en moet zich toespitsen op een strikte controle van farmaceutische uitgaven en van honorariumgebonden activiteiten, afhankelijkheid van indexeringsbesluiten en nomenclatuurwijzigingen.

Aan uitgavenkant namen de totale bedrijfskosten toe met 5,8%, wat dus minder is dan de omzet. Dat ligt aan de groei van de personeelskosten (+4,6%), aankopen (+4,8%) en diensten en diverse goederen (inclusief artsenvergoeding): +7,5%.

Een opsteker was de forse daling van de energiekosten (-35%), die een sleutelrol speelt in het tijdelijk herstel. Zonder deze daling zou het bedrijfsresultaat opnieuw zwaar negatief zijn.

De nieuwe stijging van de farmaceutische kosten (+8,6%), een weerspiegeling van de toenemende kosten voor hooggespecialiseerde therapieën, vormt een structureel knipperlicht.

Boekjaarresultaat maskeert structureel zwak bedrijfsresultaat

Het resultaat van het boekjaar is positief met een uitzonderlijk resultaat van +247 miljoen (+1,1% omzet). Dat weliswaar hoofdzakelijk door uitzonderlijke regularisaties, waaronder Covid-steun. De nettobijdrage hiervan wordt geraamd op 265 miljoen euro.

Het boekjaarresultaat maskeert dus het structureel zwakke bedrijfsresultaat. Zonder deze uitzonderlijke middelen zouden veel instellingen opnieuw verlies draaien. Dat is een belangrijk aandachtspunt richting begroting 2025–2026.

Daarnaast blijft het personeel een zorgenkind met een beperkte groei, blijvend tekort en hoog verzuim. Het aantal VTE’s stijgt immers nauwelijks (+0,4%), ondanks een daling van het aantal openstaande vacatures voor verpleegkundigen (-12,8%). Toch zoeken ziekenhuizen nog steeds 1.756 verpleegkundigen. Het ziekteverzuim blijft zeer hoog (11,5%), met ruim 4% langdurig afwezigen. Logisch dat dit voor het ziekenhuismanagement een topprioriteit blijft.

Komt daarbovenop de stijgende responsabiliseringsbijdrage voor pensioenlasten van statutair personeel, vooral voor ziekenhuizen in Brussel en Wallonië. Tegen 2030 kan deze last oplopen tot gemiddeld 3,3% van de omzet - potentieel destabiliserend voor instellingen met beperkte marges. In Vlaanderen neemt de regering 50% van deze bijdrage op zich. De regering besloot ook al om deze toelage verder te zetten. In Wallonië en Brussel komt de regionale overheid niet tussen, waardoor de factuur er veel zwaarder doorweegt.

De sector toont gemiddeld een gezonde balansstructuur, zij het met grote verschillen. 

De solvabiliteit ligt op 24,6%, de schuldratio op 32,1%. Ruim een derde (37,5% van de ziekenhuizen) zit onder de streefsolvabiliteit van 20%. Een kwart heeft een schuldratio die 40% overstijgt. En niet minder dan 19 instellingen hebben onvoldoende cashflow om aflossingen te dragen. Kwetsbaarheid en weinig schokbestendigheid zijn dus vaak troef.

Vooruitblikkend kunnen we spreken van stabiele investeringen (1,2 miljard) die evenwel te laag zijn voor toekomstige noden. Denk aan cybersecurity, digitalisering, AI, infrastructuurvernieuwing en energierenovatie. De huidige investeringsgraad volstaat absoluut niet om die noodzakelijke transformatie van de sector te realiseren.

(1)    De analyse van dit jaar richt zich voornamelijk op de rekeningen van 2024 van de algemene ziekenhuizen (AZ). Deze omvatten voornamelijk de klassieke algemene ziekenhuizen en enkele ziekenhuizen met universitair karakter.  De zeven academische universitaire ziekenhuizen (UZ) zitten niet in deze analyse.

(2)    Als aanvulling op MAHA voerde Belfius een enquête uit. Hierin worden gegevens opgevraagd over de resultaten en de activiteiten van het eerste semester van 2025.

> Nog meer druk op artsenbudgetten en onderhandelingen (MAHA-rapport)

> “Ziekenhuizen zullen de achterstallige bedragen van voorgaande jaren sneller ontvangen” (Vandenbroucke)

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.