Zo worden intellectuele honoraria voortaan berekend: tijd, complexiteit en risico geven de doorslag

Niet alleen de praktijkkosten krijgen een nieuwe berekeningsmethode. Ook het intellectuele deel van de artsenhonoraria moet voortaan worden gebaseerd op objectieve criteria. In een derde RIZIV-nota beschrijven de onderzoekers hoe medische prestaties worden gewaardeerd op basis van tijd, complexiteit en risico. Die methode moet de basis vormen voor de toekomstige honoraria in de hervormde nomenclatuur.

Dit is het derde en laatste van drie RIZIV-documenten over de hervorming van de medische nomenclatuur die De Specialist konden inkijken en analyseren. Waar de eerste nota de opsplitsing van de honoraria in een intellectueel deel en praktijkkosten toelichtte en de tweede de beperkingen van die oefening beschreef, focust deze studie op de intellectuele waarde van medische prestaties. 

Het rapport telt 159 pagina's en vormt de afsluiting van een onderzoeksproject dat 42 maanden liep, van januari 2022 tot juni 2025. De studie werd uitgevoerd door de Franstalige onderzoeksgroep onder leiding van prof. Pol Leclercq en prof. Magali Pirson (ULB/GEDIS) en de Leuvense onderzoeksgroep onder leiding van prof. Johan Kips (KU Leuven).

RIZIV wil af van historische honoraria
De onderzoekers willen af van een nomenclatuur waarin honoraria historisch zijn gegroeid en vaak moeilijk verklaarbaar zijn. In de plaats komt een systeem waarin de intellectuele waarde van een medische prestatie zoveel mogelijk objectief wordt beoordeeld. Die waardering moet later, samen met de berekening van de praktijkkosten uit de twee vorige studies, de basis vormen voor de nieuwe honoraria.

Daarvoor werden 37 medische disciplines onderzocht, gaande van orthopedie en cardiologie tot psychiatrie, nucleaire geneeskunde en algemene geneeskunde. Drie andere disciplines – pathologische anatomie, radiotherapie en genetica – kunnen later nog worden toegevoegd wanneer daarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn.

Ook de huisartsgeneeskunde maakt deel uit van de studie. De onderzoekers namen de discipline "algemene geneeskunde" expliciet op in hun analyse, maar de oefening heeft betrekking op de technisch-medisch-chirurgische prestaties (ATMC) binnen de nomenclatuur. Per discipline werden die prestaties, samen met de basisconsultatie, beoordeeld op tijd, complexiteit en risico om tot een relatieve waardering van de professionele honoraria te komen.

37 disciplines tegen het licht
Voor iedere discipline werd een expertencomité samengesteld met zes leden. Het VBS/GBS droeg één expert voor, net als de Nederlandstalige en Franstalige wetenschappelijke verenigingen. Ook de twee universitaire onderzoeksgroepen leverden elk een expert. Zo wilden de onderzoekers een evenwichtige professionele en taalkundige vertegenwoordiging verzekeren.

Elke medische prestatie kreeg vervolgens een score op drie parameters: de tijd die een arts nodig heeft om de volledige prestatie uit te voeren, de complexiteit van de handeling en het risico dat de arts tijdens de uitvoering draagt.

Die beoordeling gaat veel verder dan de duur van een ingreep alleen. Bij radiologen wordt bijvoorbeeld ook de tijd voor interpretatie en verslaggeving meegeteld. Voor plastisch chirurgen kan het medische werk al beginnen vóór de patiënt de operatiekamer binnenkomt. Ook multidisciplinair overleg, voorbereiding en interpretatie van onderzoeksresultaten maken deel uit van de intellectuele prestatie.

Complexiteit en risico werden beoordeeld op een schaal van één tot vijf. Complexiteit weerspiegelt onder meer de vereiste opleiding, ervaring en technische expertise. Het risico houdt rekening met de mogelijke gevolgen voor de patiënt én met de verantwoordelijkheid en stress die de arts draagt. Om de beoordelingen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, ontvingen alle experten vooraf indicatieve normen voor elk niveau van complexiteit en risico.

Artsen konden scores bijsturen
Na tien dagen dienden alle experten hun eerste beoordelingen in. Op dag vijftien volgde een consensusvergadering. Wanneer de geschatte duur meer dan 100 procent uiteenliep of de scores voor complexiteit of risico meer dan één punt verschilden, werd de betrokken prestatie opnieuw besproken totdat een consensus werd bereikt.

De onderzoekers beperkten zich niet tot die experten. De voorlopige waarderingen werden vervolgens via elektronische vragenlijsten voorgelegd aan Belgische artsen uit de betrokken specialiteit. Op die manier konden de resultaten nog worden aangepast vóór de definitieve relatieve waardeschalen werden opgesteld. De onderzoekers wilden zo vermijden dat de hervorming uitsluitend op het oordeel van een beperkt aantal experten zou steunen.

Hoewel de onderzoekers spreken van een belangrijke mijlpaal, beschouwen zij de oefening nog niet als afgerond. Vooral de vergelijking tussen verschillende disciplines vraagt bijkomende verfijning.

De nota verwijst daarbij naar Frankrijk, waar gemiddeld drie tot vier vergelijkingen tussen specialismen worden georganiseerd. Omgerekend naar België zouden ongeveer 125 interdisciplinaire vergelijkingen nodig zijn. Tijdens dit onderzoeksproject kwamen uiteindelijk 46 van zulke vergelijkingen tot stand. De auteurs bevelen daarom aan om de oefening verder uit te bouwen en bijkomende experten te betrekken.

Basis voor nieuwe honoraria
De belangrijkste conclusie van de studie is dat de intellectuele waarde van medische prestaties systematisch en onderbouwd kan worden beoordeeld. Daarmee ligt voor het eerst een methodologisch kader op tafel om prestaties binnen en tussen disciplines op een meer objectieve manier met elkaar te vergelijken.

De onderzoekers spreken zich niet uit over winnaars of verliezers. Evenmin doen zij voorstellen voor nieuwe honoraria. Zodra deze waardeschalen worden gecombineerd met de berekening van de praktijkkosten uit de twee vorige studies en met de beschikbare budgetten, beschikt het RIZIV wel over een objectief instrument om de honoraria in de hervormde nomenclatuur te berekenen en te herijken. Daarmee verschuift de discussie van historische tarieven naar meetbare parameters zoals tijd, complexiteit en risico.

> Bekijk het rapport

Lees ook:
> Zo wil het RIZIV de artsenhonoraria opsplitsen: 65 procent intellectueel, 35 procent praktijkkosten
> RIZIV waarschuwt: één op vijf nomenclatuurcodes vraagt nog bijkomende verfijning

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.