Zoals we midden augustus al schreven in Medi-Sfeer en De Specialist, heeft het InterMutualistisch Agentschap (IMA) sinds 11 augustus een uitdrukkelijke wettelijke basis om persoonsgegevens van zorgverleners te analyseren met het oog op de opsporing van mogelijke fraude in de verplichte ziekteverzekering. De concrete draagwijdte van die nieuwe bevoegdheden leidt nu tot scherpe kritiek bij artsenbond BVAS, waarop het kabinet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke vrijdag heeft gereageerd.
De wet van 20 juli 2026 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, die op 11 augustus in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd, breidt de mogelijkheden van het IMA uit om gegevens van zorgverleners te analyseren en te koppelen.
Verzekeringsinstellingen kunnen het IMA onder meer vragen om thematische controles uit te voeren bij bepaalde groepen zorgverleners. Wanneer statistische afwijkingen of ernstige aanwijzingen van onregelmatigheden worden vastgesteld, kunnen gegevens van een individuele zorgverlener over de verschillende ziekenfondsen heen worden samengebracht.
Zoals we eerder schreven, kunnen daarbij onder meer gegevens worden verwerkt over afgeleverde voorschriften, aangerekende persoonlijke aandelen en supplementen, prestatie- en voorschrijfdata en periodes van arbeidsongeschiktheid en uitkeringsgegevens van de zorgverlener.
Bij BVAS stuit die ruime toegang op forse kritiek. “Dit is geen brug, maar een Golden Gate Bridge te ver”, zegt BVAS-directielid Jos Vanhoof in De Standaard. Hij stelt vooral vragen bij de positie van de ziekenfondsen. “De ziekenfondsen zijn zelf belangrijke spelers in de zorg. Waarom krijgen zij zoveel macht? Mogen wij dan straks ook alle geldstromen van de ziekenfondsen controleren?”
Het kabinet van minister Vandenbroucke benadrukt dat de gegevens waarvan sprake al beschikbaar waren bij de verschillende mutualiteiten. Nieuw is dat die gegevens door het IMA kunnen worden samengebracht, zodat bij een vermoeden van fraude sneller kan worden geschakeld. Op die manier hoeft de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV de informatie niet langer afzonderlijk bij elke mutualiteit op te vragen. De DGEC blijft als enige bevoegd om sancties op te leggen.
“Het overgrote deel van de zorgverleners doet hun job fantastisch, maar er zitten altijd een paar rotte appels bij. Als we fraude willen voorkomen en tegengaan, moeten we beter en sneller kunnen controleren”, aldus het kabinet, dat de maatregel “logisch” en “efficiënt” noemt. “Zo willen we het systeem net eerlijker maken en onze zorg betaalbaar houden.”
De nieuwe wettelijke regeling kwam er op initiatief van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit), onder meer in de nasleep van de fraudezaak rond thuisverpleegkundige Stefanie Sander. Ook binnen de federale regering lag de uitbreiding van de bevoegdheden volgens De Standaard gevoelig.
De regeling is opgenomen in artikel 67 van de wet en wijzigt artikel 278 van de programmawet (I) van 24 december 2002. Het IMA kan daarbij op verzoek van de verzekeringsinstellingen en als verwerker in de zin van de GDPR optreden om de correcte toepassing van de regels van de verplichte ziekteverzekering te controleren en te waarborgen en fraude bij individuele zorgverleners te bestrijden.
Lees ook : IMA krijgt wettelijke basis om mogelijke zorgfraude op te sporen








