Uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, gebaseerd op gegevens van 2,3 miljoen leden, blijkt dat het totale gebruik van opioïde pijnstillers bij volwassenen die niet lijden aan kanker of palliatieve pijn tussen 2018 en 2023 in België is gedaald. Een zorgwekkende vaststelling: 1 op de 60 chronische gebruikers gebruikt deze geneesmiddelen meer dan 3 maanden per jaar, ondanks het risico op bijwerkingen en verslaving.
"In 2023 gebruikte 1,59% van de volwassen verzekerden zonder kanker of palliatieve zorg gedurende meer dan 3 maanden per jaar opioïden, tegenover 1,86% in 2018, wat neerkomt op een relatieve daling van 15%. In dezelfde periode is het totale volume aan verstrekte opioïden, gemeten in dagelijkse doses (DDD), met 32% gedaald", aldus de auteurs van deze studie. Zij benadrukken dat de helft van de chronische gebruikers in 2023 dat 5 jaar eerder, in 2018, ook al was. En 95% van de patiënten die in 2018 en 2023 als chronische gebruikers werden geïdentificeerd, gebruikte in elk tussenliggend jaar opioïden.
“Door vanaf het begin een gestructureerd behandelplan op te stellen en te kiezen voor een multimodale aanpak, waarbij farmacologische behandelingen, lichaamsbeweging, psychologische ondersteuning en begeleiding worden gecombineerd, is het mogelijk om de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren en het risico op langdurig opioïdengebruik te verminderen”, adviseert Claire Huyghebaert, apotheker-expert bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Verhoogd risico op langdurig gebruik
De Onafhankelijke Ziekenfondsen wijzen erop dat bepaalde bevolkingsgroepen een verhoogd risico lopen op langdurig gebruik. "Vrouwen lopen een aanzienlijk hoger risico: in 2023 gebruikte 2,02% van hen chronisch opioïden, tegenover 1,13% van de mannen. Sociaal achtergestelde personen gebruiken vaker chronisch opioïden: in 2023 gebruikte 4,29% van de begunstigden van een verhoogde tussenkomst chronisch opioïden, tegenover 1,20% van de verzekerden zonder verhoogde tussenkomst. Ook ouderen gebruiken vaker chronisch opioïden: 5,7% bij 80-plussers, tegenover 3,3% bij 65-79-jarigen en 1,7% bij 40-64-jarigen."
Er bestaan grote regionale verschillen. Brussel noteert de sterkste daling van het chronische gebruik van opioïden (-20 -%), gevolgd door Wallonië (-16%) en Vlaanderen (-10%). De hoofdstad heeft ook de laagste prevalentie van chronisch gebruik, terwijl Wallonië de hoogste heeft. “
Voorschrijvende huisartsen
Uit het onderzoek blijkt dat opioïden (gemeten in aantal verpakkingen) in de overgrote meerderheid (8 op de 10) werden voorgeschreven door huisartsen (83,2% in 2023 en 81,6% in 2018).
”Het aandeel van de voorschriften voor deze geneesmiddelen door huisartsen is tussen 2018 en 2023 gestegen, terwijl dat van specialisten is gedaald. In 2023 hadden 26.978 van de 27.264 chronische opioïdengebruikers ten minste één voorschrift van een huisarts (99%, d.w.z. vrijwel de gehele populatie van chronische opioïdengebruikers).
Van de chronische opioïdengebruikers die in 2023 een voorschrift van een huisarts kregen, had slechts 30,1% (n = 8.119 van de 26.978) ten minste één voorschrift van een specialist in de 12 maanden voorafgaand aan het eerste voorschrift van de huisarts in 2023.
Met andere woorden, meer dan één op de twee chronische opioïdengebruikers in 2023 (53,6%) heeft in de 24 maanden voorafgaand aan zijn eerste voorschrift in 2023 nooit opioïden voorgeschreven gekregen van een specialist, aldus het rapport.
Multimodale aanpak
De Onafhankelijke Ziekenfondsen stellen verschillende maatregelen voor om het opioïdengebruik terug te dringen:
- De ontwikkeling en uitvoering van een nationaal actieplan voor opioïden, waarin rationeel gebruik, vermindering van oneigenlijk gebruik en een passend voorschrijfbeleid (met name wat betreft duur en hoeveelheden) zijn opgenomen.
- Een multimodale en multidisciplinaire aanpak van chronische pijn, waarbij ruimte is voor niet-medicamenteuze behandelingen en rekening wordt gehouden met de context van de patiënt.
- Bij het voorschrijven van opioïden, het opstellen van een duidelijk behandelplan waarin de duur, de individuele therapeutische doelstellingen, de verwachtingen en de behandelingsstrategie worden vastgelegd, in overleg met de patiënt.
- Indien nodig, een gerichte doorverwijzing naar een specialist of een pijncentrum.








