Volgens een nieuw rapport ziet het ernaar uit dat artificiële intelligentie niet meer alleen voor louter administratieve taken wordt ingezet, maar ook hulp kan bieden bij het nemen van beslissingen in de ambulante praktijkvoering. Een enquête uitgevoerd bij 501 artsen en praktijkbeheerders leert dat het niet meer de vraag is of artsen artificiële intelligentie zullen gebruiken, maar wel hoe ze AI in hun praktijkvoering zullen integreren.
De gebruikers van AI gebruikten AI vooral om snel toegang te krijgen tot klinische informatie (60%), om gegevens (laboratoriumresultaten, beeldvorming) samen te brengen (55%) en om de laatste klinische gegevens ad hoc te bekijken (56%). AI werd vooral gezien als een “tweede opinie”: 60% van de respondenten gebruikte AI om te helpen details, die nogal eens ontbreken in de dossiers, op te sporen en 26% liet die taak zelfs volledig over aan AI. 86% van de respondenten beschouwde AI als een aanvulling op het menselijk oordeel.
De respondenten hebben meerdere concrete pluspunten gerapporteerd: sneller nemen van beslissingen (23%), minder fouten bij het coderen en de facturatie (21%) en ontwikkeling van nieuwe vaardigheden (22%). Bijna een kwart van de respondenten vond dat het aanleren moeilijker was dan gedacht. Er is dus nood aan een gestructureerde begeleiding.
De belangrijkste rem is de kwaliteit en de “interoperabiliteit” van de gegevens. 50% van de respondenten vond het nog moeilijk om relevante klinische informatie te vinden en slechts 2% vond het helemaal niet moeilijk snel toegang te krijgen tot relevante patiëntgegevens in de verschillende systemen. Zolang de gegevens versnipperd of verouderd zijn, stoot AI dus op dezelfde barrières als de artsen zelf.
Volgens het rapport is het cruciaal het ecosysteem van de zorg te laten verschuiven naar gebruik van AI om de kwaliteit van de medische beslissingen en de relatie tussen zorgverstrekker en patiënt te verbeteren. AI vervangt daarbij de klinische expertise en de menselijke dimensie van de zorg niet.
> Ontdek het rapport








