Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke stelde dinsdag in de commissie van de Kamer de algemene beleidsnota Volksgezondheid 2026 voor. Die is opgebouwd rond elf werkgebieden, in een context van vergrijzing, toename van chronische ziekten, aanhoudend personeelstekort en spanningen rond de zorgtoegang.
Het document verdedigt een logica die wordt samengevat in de centrale formule “meer geld voor gezondheid, meer gezondheid voor ons geld”, waarbij extra middelen worden gekoppeld aan hervormingen.
Wat de financiering betreft, bevestigt de inleiding een groeibudget voor de ziekteverzekering via de groeinorm en de indexering. Voor 2026 is “1,566 miljard euro extra voorzien”, waardoor het totale budget op “41,297 miljard euro” komt. De regering bevestigt een meerjarentraject dat mikt op een groeinoorm van 3% in 2029, met middelen die “onlosmakelijk verbonden zijn met hervormingen en verantwoordingsplicht”.
Drie prioritaire doelstellingen moeten als leidraad dienen: de versterking van de multidisciplinaire eerstelijnszorg om “versnippering te voorkomen”, een toegankelijkheid die “niet alleen financieel” is, en preventie die wordt voorgesteld als “een noodzakelijke investering om de zorgkosten in de toekomst onder controle te houden”.
Financiële toegankelijkheid is een van de prioriteiten, met een verhoging van de maximumfactuur in 2026 dankzij “de opname van alle terugbetaalde geneesmiddelen en langdurige psychiatrische zorg”. De tekst verwijst ook naar het voorontwerp van kaderwet dat zorgverleners en mutualiteiten in staat moet stellen om “op basis van objectieve feiten” overeenstemming te bereiken over “de maximale supplementen op de honoraria”.
De nota wijdt een belangrijk hoofdstuk aan het personeel, met de voorbereiding van een nieuwe sociale akkoord vanaf 2028. De minister pleit voor een hervorming van het “gestructureerde zorgteam” en roept op om “de reflex die zorgberoepen ertoe aanzet om jaloers te zijn op wat hen toebehoort” te overwinnen. Hij wijst op de administratieve overbelasting, aangezien verpleegkundigen en zorgkundigen vandaag “ongeveer een vijfde van hun tijd besteden aan taken die niets met zorg te maken hebben”.
Digitale technologie en artificiële intelligentie worden genoemd als hefbomen. De minister vindt dat “de vraag niet is of AI ook de gezondheidszorg zal veranderen, maar hoe we deze technologie goed kunnen gebruiken om het werk van het zorgpersoneel te verlichten”.
Een ander aandachtspunt is het juiste gebruik van middelen. Het document kondigt een plan aan om fraude en misbruik tegen te gaan, evenals een efficiëntieplan tegen verspilling en overconsumptie, met name op het gebied van voorschriften, met de oprichting van een directie “Appropriate Care” bij het RIZIV.
De zorgorganisatie vormt een centraal aandachtspunt, met als uitgangspunt “zorg dicht bij huis waar mogelijk, concentratie van zorg waar nodig”. De hervorming van het ziekenhuislandschap moet vóór de zomer tot een politiek akkoord leiden. De tekst verwijst ook naar de opkomst van dagopname, die wordt voorgesteld als een hefboom voor de zorgorganisatie, en naar de voorbereiding van een nieuw plan voor zeldzame ziekten.
De nota gaat evenzeer in op de hervorming van de medische nomenclatuur en de ziekenhuisfinanciering, waarbij het jaar 2026 als “cruciaal” wordt voorgesteld. Een hoofdstuk is gewijd aan de veilige zorgverlening en het wederzijds respect, met een versterkt klachtrecht. De minister kondigt ook een wetsontwerp aan om de anonimiteit van donoren op te heffen, “met name in het licht van het recht van het kind op informatie over zijn afkomst”, dat vóór de zomer van 2026 aan het parlement zal worden voorgelegd.
Preventie neemt tevens een belangrijke plaats in, met de ambitie om tegen 2040 een tabaksvrije generatie te realiseren. De nota wijdt ook een specifiek hoofdstuk aan de geestelijke gezondheid, met de aankondiging van een interfederaal plan in de eerste helft van 2026. De eerstelijnspsychologische zorg, die al meer dan vijf miljoen sessies telt, moet in 2026 beschikken over een budget van “252,08 miljoen euro”.
Ten slotte voorziet het document in gerichte maatregelen om de overplaatsing en ontslag van geïnterneerden te vergemakkelijken, met “120 extra plaatsen” in 2026, en wijdt het een laatste hoofdstuk aan het verband tussen gezondheid en werk, waarbij de nadruk ligt op de re-integratie van personen met een arbeidsongeschiktheid.
> Lees de volledige beleidsnota Volksgezondheid 2026








