Frank Vandenbroucke: "Sommige specialismen zullen moeten inleveren"

In een interview met De Tijd legt minister Vandenbroucke uit waarom de medische nomenclatuur op de schop moet. Hij maakt duidelijk dat de hervorming gepaard zal gaan met een herverdeling van de artsenhonoraria, zonder bijkomend budget. Daarnaast gaat hij in op de hervorming van het ziekenhuislandschap en de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikten.

Vandenbroucke laat weinig twijfel bestaan over zijn plannen voor de hervorming van de medische nomenclatuur. Hij wil af van de historische verschillen tussen specialismen en pleit voor een vergoeding die objectiever wordt opgebouwd. "Artsen moeten een vergoeding krijgen op basis van de tijd die ze bezig zijn met een patiënt, de intellectuele complexiteit van de behandeling en het risico dat ze nemen. Hun inkomen mag niet afhankelijk zijn van de apparatuur die ze gebruiken, zoals dat vandaag het geval is."

De minister noemt geen specialismen die winnen of verliezen, maar maakt wel duidelijk dat het beschikbare budget wordt herverdeeld. Op de vraag hoe hij disciplines met hogere honoraria, zoals de radiologie, wil overtuigen, antwoordt hij: "We gaan er geen extra geld tegenaan smijten om een akkoord te smeren, dus het budget zal herverdeeld moeten worden."

Ook wil hij af van de afdrachten tussen artsen en ziekenhuizen. "We moeten ook af van het intransparante systeem waarbij artsen met ziekenhuizen moeten onderhandelen over afdrachten. Ziekenhuizen moeten een rechtstreekse vergoeding krijgen die afhangt van de aandoening van de patiënt, niet van het aantal prestaties en onderzoeken door een arts."

"Ik ben de minister van de patiënt"

Ook de hervorming van het ziekenhuislandschap blijft een speerpunt. Vandenbroucke verdedigt opnieuw de keuze om zorg sterker te concentreren. "Een ziekenhuis dat dag en nacht open moet zijn, heeft tot 2,5 keer zoveel verpleegkundig personeel nodig als een ziekenhuis dat alleen overdag open is. Terwijl je veel activiteiten kunt doen in een ziekenhuis dat enkel overdag open is."

Het nieuwe model voorziet vier types ziekenhuizen: universitaire ziekenhuizen, regionale algemene ziekenhuizen, dagziekenhuizen en centra voor intermediaire zorg. De eerste belangrijke deadline ligt op 1 januari 2028. Tegen dan moet voor elke ziekenhuissite duidelijk zijn welke rol zij in het toekomstige landschap zal opnemen.

De minister beseft dat de hervorming gevolgen zal hebben voor sommige artsen-specialisten. Wanneer activiteiten worden geconcentreerd, zullen artsen zich daaraan moeten aanpassen. "Ik ben niet de minister van de ziekenhuizen of de artsen. Ik ben de minister van de patiënt."

Hij verwacht overigens weinig inhoudelijke weerstand bij artsen-specialisten. "Artsen-specialisten begrijpen zeer goed dat er nood is aan concentratie en schaalgrootte. Dat hoor ik elke keer als ik het terrein op ga."

Jaarlijkse fit note op komst

Vandenbroucke verdedigt ook zijn beleid rond langdurige arbeidsongeschiktheid. Hij verwijst naar de eerdere maatregelen om de terugkeer naar werk te versnellen, onder meer via een nauwere samenwerking tussen behandelend arts, arbeidsarts, preventieadviseur en adviserend arts.

Een volgende stap wordt de invoering van een jaarlijkse medische evaluatie voor iedereen die langer dan twaalf maanden arbeidsongeschikt is. Daarbij zal een fit note moeten aangeven welke activiteiten iemand nog wel en niet meer kan uitvoeren. Daarnaast zullen de ziekenfondsen nog 218.000 personen in invaliditeit uitnodigen voor een evaluatiegesprek.

Op de kritiek dat het aantal langdurig arbeidsongeschikten ondanks eerdere maatregelen blijft stijgen, antwoordt hij met een weddenschap: "Het aantal langdurig zieken zal niet blijven toenemen tot meer dan 680.000 tegen 2030, maar zal beginnen te dalen." Of die boodschap veel artsen zal geruststellen, is een andere vraag.

Lees ook:

> Jacques de Toeuf: "Artsen betalen voor kosten die niets met hun medische prestaties te maken hebben"

> Zo wil het RIZIV de artsenhonoraria opsplitsen: 65% intellectueel, 35% praktijkkosten

> Zo worden intellectuele honoraria voortaan berekend: tijd, complexiteit en risico geven de doorslag


U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Bart Lelie

    30 juni 2026

    Nee Frank, je bent niet de minister van de patiënt. Jij bent de minister die zal zorgen dat de patiënt voor enorme wachtlijsten komt te staan, extra kilometers zal moeten afleggen en uiteindelijk toch meer zal moeten betalen voor zorg.

    Jij bent de minister van de schijnzelfstandigheid en vernietiging van het vrije beroep. Maar ik begrijp dat ergens wel, want dat is het goedkoopste en makkelijkste systeem om dwang uit te kunnen oefenen vanuit de overheid.

    Jij bent de minister van de huichelarij. Jij verkoopt aan de patiënt de idee dat artsen betaald worden door de overheid. Het systeem waarbij de overheid zorg draagt voor haar zieke onderdanen door bedragen van artsen terug te betalen is geëvolueerd naar nog meer faciliteren van die onderdanen door alleen het stukje remgeld te laten betalen en het terugbetalingsbedrag rechtstreeks aan de arts te betalen. En dan beschouw jij dit als: de artsen worden betaald door de overheid. En je weet heel goed dat wij als artsen niet geneigd zijn te eisen dat patiënten eerst alles betalen en dan pas terugkrijgen...

    Jij bent de minister van de staatsgeneeskunde.

  • Christophe Breusegem

    30 juni 2026

    Het zal uitkomen op overal besparingen
    In alle disciplines
    Dank u Vandenbroucke voor uw steun aan de zorgverleners;-)

    U maakt het systeem complexer
    Met een artificiële indeling op basis van tijdsduur, complexiteit en risico
    ‘Standaard’ consulten bestaan niet in de praktijk
    Consult duur is vaak dubbel zo lang bij heel oude personen, bij allochtonen die geen nl/fr/en spreken of bij ernstige aandoeningen met gevolgen/ emoties
    Als mijn praktijk nu véél van zulke patiënten heb: krijg ik dan dubbele vergoeding???
    Als mijn praktijk noodzakelijke dure toestellen gebruikt: is er dan een dubbel zo hoge onkosten vergoeding??
    Als ik weinig gewone controle consulten doe maar telkens ernstige pathologie met risico doe en uitleg+: dubbel zo hoge vergoeding??

    En zullen de vergoedingen “adequaat en correct “ zijn?
    Want bv nu in de oogheelkunde: al een decennium te lage terugbetalingen (met als gevolg dat de grote meerderheid van oogartsen buiten UZs niet geconventioneerd zijn owv ontoereikende vergoedingen door de overheid….

    Gaat het allemaal beter worden na de opsplitsing???
    Juist een andere indeling
    Maar op zich géén betere zorg voor de patiënt…
    Vandenbroucke de grote hervormer…