Volgens N-VA-kamerleden Frieda Gijbels en Kathleen Depoorter bestaan er nog veel misvattingen over de kaderwet van Frank Vandenbroucke. Versie 2.0 van die wet is na zware onderhandelingen fundamenteel anders dan de eerste versie die artsen maanden geleden deed schrikken. Vooral over supplementenplafonds, fraude en de macht van de minister leeft volgens hen nog altijd een verkeerd beeld. In dit interview willen ze die misverstanden ophelderen.
Beide parlementairen, respectievelijk parodontoloog en apotheker van opleiding, waren nauw betrokken bij de onderhandelingen over het gezondheidsluik van het regeerakkoord. Volgens Kathleen Depoorter was de eerste versie van de kaderwet voor N-VA “onaanvaardbaar”. “We hebben dat ook meteen duidelijk gemaakt”, zegt ze. “We zijn onmiddellijk terug naar de onderhandelingstafel gegaan en hebben de tekst grondig laten bijsturen. Maar vandaag merken we dat veel artsen nog altijd reageren op die eerste versie, terwijl de uiteindelijke tekst op cruciale punten sterk veranderd is.”
Volgens Depoorter speelt ook het diepe wantrouwen tegenover minister Vandenbroucke een belangrijke rol in de nervositeit binnen de sector. “We horen dat elke dag op het terrein. Mijn zoon is specialist in opleiding en staat vaak in het operatiekwartier. Hij kwam geregeld thuis met verhalen als: ‘Mama, hebben jullie dit echt zo gestemd?’ Dat ging bijvoorbeeld over de partiële conventie, die aanvankelijk dreigde te verdwijnen. Dat systeem is bijzonder belangrijk voor universitaire centra. Wij hebben ervoor gezorgd dat die partiële conventie behouden blijft.”
Dialoog centraal
Net daarom hamert N-VA sterk op het belang van overleg met de sector. “We hebben er tijdens de regeringsonderhandelingen expliciet op aangedrongen dat het woord ‘dialoog’ duidelijk in het regeerakkoord zou staan”, zegt Depoorter. “Dat was niet toevallig. Eén van de grote verzuchtingen vanuit het terrein was het gebrek aan overleg.”
De onderhandelingen over het gezondheidsluik duurden volgens beide politici maandenlang. “We hebben acht maanden aan tafel gezeten met minister Vandenbroucke en de andere partijen”, zegt Depoorter. “Frieda en ik hadden al ervaring met hem vanuit onze oppositierol. Die ervaring hebben we gebruikt om een regeerakkoord te schrijven dat zo goed mogelijk tegemoetkomt aan de bekommernissen van zorgverstrekkers.”
Frieda Gijbels erkent dat Vandenbroucke een sterke rol speelde in de voorbereiding van het akkoord, maar verwerpt de kritiek dat hij het gezondheidsbeleid volledig naar zijn hand zou hebben gezet. “Natuurlijk kwam de eerste voorzet van de minister, maar uiteindelijk heeft iedereen zijn ideeën op tafel kunnen leggen. In de politiek moet je compromissen sluiten. Wij wisten goed waar de gevoeligheden van het kabinet lagen, zij kenden onze gevoeligheden ook.”
Correcties afgedwongen
Volgens beide N-VA-politici tonen verschillende dossiers aan dat hun partij zwaar heeft ingegrepen tijdens de onderhandelingen. Depoorter verwijst onder meer naar het behoud van de partiële conventie, het schrappen van de 25%-regel bij kinesisten en het behoud van de prestatiegeneeskunde.
Daarnaast lag voor N-VA ook de toekomst van de extramurale ambulante zorg gevoelig. “Wij vinden dat zorgverstrekkers zelf moeten kunnen kiezen in welke vorm ze hun beroep uitoefenen”, zegt Depoorter. “Dat kan in een netwerk zijn, in een ziekenhuisstructuur of in een zelfstandige praktijk. Die modellen moeten naast elkaar bestaan.”
Volgens Gijbels raakt dat aan een fundamenteel ideologisch verschil. “Voor ons moet ondernemerschap binnen het artsenberoep mogelijk blijven”, zegt ze. “Sommige artsen hebben vandaag de indruk dat alle zorg zoveel mogelijk richting ziekenhuis gestuurd wordt. Dat is niet onze visie.”
Supplementen onder voorwaarden
Vooral de discussie over de ereloonsupplementen zorgde de voorbije maanden voor grote onrust binnen de medische wereld. Volgens Gijbels was die ongerustheid begrijpelijk, zeker na de eerste versie van de kaderwet: “Als parodontoloog weet ik goed wat het betekent om met een beperkte nomenclatuur te werken”, zegt ze. “Het oorspronkelijke voorstel met supplementenplafonds zou voor bepaalde disciplines totaal onwerkbaar geweest zijn. Niet alleen voor parodontologen, maar ook voor orthodontisten en dermatologen.”
Volgens haar heeft N-VA daarom afgedwongen dat eventuele plafonds op supplementen pas bespreekbaar worden nadat ook de nomenclatuur en de ziekenhuisfinanciering hervormd zijn. “Dat moet samenlopen”, zegt ze. “Bovendien zijn de oorspronkelijke percentages verdwenen uit de tekst. Er is geen sprake meer van vaste plafonds van 25% ambulant of 125% intramuraal.”
Oproep aan artsen
In de plaats daarvan moet de sector nu zelf met voorstellen komen. “Dat is ook een expliciete oproep aan de artsenorganisaties”, zegt Gijbels. “Maak jullie huiswerk en bezorg voorstellen aan de regering.”
Dat punt vinden beide politici cruciaal, omdat volgens hen één misverstand hardnekkig blijft terugkeren: de idee dat minister Vandenbroucke autonoom zou kunnen beslissen over de hervormingen. “Net daarom hebben wij tijdens de onderhandelingen sterk ingezet op een verschuiving van beslissingsmacht richting ministerraad”, zegt Gijbels. “Dat geldt ook voor de begrotingsprocedure. Niet één minister beslist, maar het kernkabinet.”
Sector moet meepraten
Depoorter verwijst naar recente begrotingsbesprekingen waarbij vanuit het kabinet aanvankelijk een eenzijdige besparing op cataractoperaties werd voorgesteld. “De oftalmologen hebben toen zelf een alternatief uitgewerkt met dezelfde budgettaire impact en dezelfde timing”, zegt ze. “Dat voorstel is uiteindelijk meegenomen in de procedure. Dat is exact waar wij naartoe willen: dat de sector zelf voorstellen aanreikt en dat daar effectief rekening mee gehouden wordt.”
Volgens beide politici moet die aanpak het vertrouwen tussen overheid en zorgsector herstellen. Zelfs wanneer er geen akkoord zou komen binnen de medicomut, benadrukken ze, beslist uiteindelijk niet de minister alleen, maar de volledige regering.
Voor Gijbels is dat meteen ook de grootste misvatting in het huidige debat. “Veel artsen denken nog altijd dat één minister alles beslist”, zegt ze. “Maar wij hebben er net voor gezorgd dat belangrijke beslissingen door de volledige regering genomen worden.”
Fraude, geen vergissingen
Ook het fraudeluik van de kaderwet werd volgens beide parlementairen grondig bijgestuurd. Vooral de mogelijkheid om een RIZIV-nummer in te trekken veroorzaakte veel nervositeit onder artsen. “Dat klinkt natuurlijk zeer dramatisch”, zegt Gijbels. “Maar het is belangrijk om niet alleen de wet zelf te lezen, maar ook de memorie van toelichting en het parlementaire debat. Daar is expliciet verduidelijkt dat het gaat om ernstige fraudegevallen en recidive, niet om administratieve vergissingen.”
Depoorter verwijst daarbij naar het antifraudeplan van het RIZIV. “In artikel 9 daarvan staat duidelijk dat het gaat om recidiverende fraudegevallen. Tijdens de bespreking van de wet heb ik die koppeling expliciet laten opnemen in het debatverslag, zodat ook dat juridische waarde krijgt.”
Juridische waarborgen
Volgens Depoorter wordt vandaag te weinig benadrukt hoe zwaar de juridische procedure werd verankerd in de nieuwe tekst. “In de eerste versie stond alles veel vager omschreven en werd veel doorgeschoven naar uitvoeringsbesluiten. Ik begrijp dat artsen daar nerveus van werden. Maar vandaag gaat het om een volwaardige rechtsprocedure, met een kamer van eerste aanleg waarin zowel een magistraat als zorgverstrekkers zetelen, met recht op verdediging, bijstand door een advocaat en beroepsmogelijkheden.”
Ook de drempel van 35.000 euro waarboven een intrekking van het RIZIV-nummer mogelijk wordt, moet volgens beide politici in die context gelezen worden. “Bij administratieve vergissingen wordt eerst bekeken wat gecorrigeerd moet worden”, zegt Gijbels. “Alleen wanneer er nadien nog minstens 35.000 euro in discussie blijft én wanneer het om fraude gaat, komt men in dat traject terecht. En zelfs dan is het intrekken van het RIZIV-nummer slechts één van de mogelijke sancties.”
Grote fraudezaken
Depoorter verwijst naar de grote fraudezaken van thuisverpleegkundige Stefanie Sander en dokter Christian K. om duidelijk te maken voor welk soort dossiers de wet bedoeld is. “Bij Stefanie Sander ging het over ongeveer 1,6 miljoen euro fraude, bij Christian K. over zowat 5 miljoen euro”, zegt ze. “Ik ken geen enkele arts die zulke praktijken wil verdedigen. Het gaat niet over artsen die te goeder trouw handelen en bij wie er betwisting is over nomenclatuur of administratieve vergissingen, maar over moedwillige fraudeconstructies.”
Tegelijk benadrukken beide politici dat de kaderwet slechts één onderdeel vormt van een veel groter hervormingspakket. Zo wijzen ze erop dat bepaalde elementen uit het regeerakkoord, zoals de hervorming van afdrachten op honoraria of praktijktoelagen voor ambulante praktijken, niet expliciet in deze wet moesten staan.
“De kaderwet is niet het eindpunt van de hervorming van de gezondheidszorg”, zegt Depoorter. “Het echte grote werkstuk is het regeerakkoord. Van daaruit zullen nog verschillende hervormingen volgen die allemaal met elkaar verbonden zijn.”
“Lees versie 2.0”
Gijbels wijst er ook op dat de positie van artsen binnen ziekenhuizen expliciet bewaakt werd tijdens de onderhandelingen. “Wanneer je evolueert naar een systeem met een zuiver honorarium zonder afdrachten, moet je tegelijk garanderen dat artsen betrokken blijven bij de besluitvorming in ziekenhuizen. Daarom hebben we expliciet in het regeerakkoord laten opnemen dat artsen mee moeten blijven besturen.”
Dat neemt volgens beide politici niet weg dat de spanningen in het dossier nog niet verdwenen zijn. Ze beseffen dat veel artsen sceptisch blijven tegenover de intenties van minister Vandenbroucke. Voor Depoorter blijft vooral het fraudeluik verkeerd begrepen worden. “Veel artsen hadden het gevoel dat de minister zomaar hun RIZIV-nummer zou kunnen afpakken. Dat klopt niet. Het gaat om een juridische procedure met alle rechten van verdediging.”
Beide N-VA-politici hopen dan ook dat artsen de uiteindelijke versie van de kaderwet opnieuw grondig bekijken. “De eerste versie heeft ook bij ons een schok veroorzaakt”, besluit Gijbels. “Maar het is belangrijk dat men de kaderwet leest zoals ze vandaag op tafel ligt, niet zoals ze ooit was.”
> Lees de kaderwet









Laatste reacties
Robin GUEBEN
11 mei 2026Alle kaderwetten dragen de kiem in zich van een staatsgeneeskunde, met structurele zorgverstrekkers die bevoordeeld worden door het maatjeskapitalisme, terwijl vrije zorgverstrekkers steeds meer aan banden worden gelegd. Nochtans zijn zij degenen die de last dragen en ze zijn goedkoper dan alle bestaande overheidssystemen (bovendien zijn ze een bron van inkomsten en niet louter een kostenpost, maar blijkbaar is dat zelfs voor liberale politici moeilijk te begrijpen ; moet er een tekeningetje bij ?...). Blijkbaar hebben de rechtse statisten Frieda Gijbels en Kathleen Depoorter een vergelijk gevonden met de linkse statisten van Vooruit. Ik vraag me af welke brandweer u zult bellen wanneer de toekomstige staatsartsen zullen schreeuwen om financiering die er niet meer is, en zullen huilen om de onbeheersbaar geworden werkdruk (ik lees momenteel bijna niets anders in hun artikelen) in de hel die JULLIE, economisch onkundige politici, zelf hebben gecreëerd ?
Christophe Breusegem
11 mei 2026Dank Mevr Depoorter en Mevr Gijbels voor jullie bekomen correcties van de Kaderwet
Maar jullie moeten de onrust toch beter begrijpen bij de artsen…
Die “Kaderwet” van VDB was een regelrechte “. aanval “ op de vrije geneeskunst!!
ongeziene beperking op ereloonsupplementen met gunstiger tarief voor ziekenhuis artsen….
Geen partiele deconventionering meer…
Vertegenwoordiging van syndicaten die afhankelijk is van conventioneringsgraad:
Staat dat er nog in??
Dat ondermijnt de onafhankelijkheid !
Maw een gedrocht van een “Kaderwet”……
Waarvoor is dat nodig??
Waarom moet er een nomenclatuur ‘hervorming ‘ komen?
Men kan toch de huidige nomenclatuur updaten en een regeling opmaken om de afdrachten te regelen en af te bakenen met de artsenvertegenwoordigers?
ambulante / extramurale artsen hebben stijgende onkosten: Bij opsplitsing horen wij niets over welke (gelijke?) vergoedingen ambulante artsen verkrijgen tov ziekenhuis artsen. Artsen moeten zelf ook kunnen beslissen over een onkosten deel
Het vertrouwen van vele artsen in Vandenbroucke is weg…
Stop met hervormen om te hervormen
Liever géén hervorming dan een slechte hervorming….
‘ Ondersteun ‘ de zorgverleners en geef hun autonomie (met verantwoording)
De Overheid dient toezicht en controle te doen, en ondersteuning bieden ook qua regelgeving
marc brosens
10 mei 2026Telkens komt het erop neer dat artsen schrik hebben van controle. Niets is minder waar. Een neurochirurg bv. krijgt jaarlijks een overzicht van de ingrepen die hij of zij heeft uitgevoerd. Waar het over gaat is de intrekking van het RIZIV-nummer door de minister zelf. De transparantie en objectiviteit van VDB is ver te zoeken indien we zijn daden en taalgebruik tov de artsen bekijken. Welke criteria zal hij gebruiken en hoe zit het met het verweer van de geviseerde arts? We zijn met z’n allen akkoord dat de rotte appels eruit moeten, maar kan iemand mij uitleggen waarom VDB deze bevoegdheid naar zich toe moet trekken? Hij desavoueert hiermee zijn eigen diensten in het RIZIV ( TGR én DGEC) of het moet zijn dat hij zich meer juridische macht toeëigent. Waarop zou die dan gestoeld zijn?
Het vertrouwen is zoek en dat ligt niet enkel aan VDB, maar spijtig genoeg ook aan de bocht die Gijbels en Depoorter nu maken wegens instructies van hun partij. Dit belooft niets goeds voor de dossiers die nu nog op tafel liggen.