Geestelijke gezondheid van zorgverleners: wanneer de WHO screening en diagnose door elkaar haalt

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beweert dat een op de drie Europese zorgverleners aan een depressie lijdt en dat een op de tien zelfmoordgedachten heeft. Dit zijn alarmerende cijfers, die voortdurend door de media worden herhaald. Maar volgens prof. Pierre Oswald, directeur van de afdeling psychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Brussel (H.U.B.), zijn deze gegevens gebaseerd op een misleidende interpretatie: ze meten symptomen, geen ziekten.

“Deze cijfers wekken de illusie van een depressie-epidemie, terwijl ze gebaseerd zijn op een eenvoudige zelf-enquête”, merkt prof. Pierre Oswald op. Net als veel van zijn collega's zag hij de alarmerende krantenkoppen voorbij komen na de publicatie van het rapport van de WHO Europa ter gelegenheid van de Werelddag voor Geestelijke Gezondheid. De studie, uitgevoerd onder 90.000 gezondheidswerkers (artsen en verpleegkundigen), wijst op een verontrustende prevalentie van depressie, angst en suïcidale gedachten. Maar de psychiater raadt aan om de methodologie nog eens door te nemen alvorens overhaaste conclusies te trekken.

Een misleidende vereenvoudiging
De WHO baseert zich hier op de PHQ-9, een zelfbeoordelingsvragenlijst met negen items die veel wordt gebruikt om depressieve symptomen op te sporen. “Het is een goed screeningsinstrument, geen diagnostisch instrument”, herinnert Pierre Oswald ons. “Een diagnose van depressie stellen op basis van een score van 8 tot 12 is als psoriasis diagnosticeren op basis van een foto: relevant om te waarschuwen, maar onvoldoende om conclusies te trekken.”

Deze vermenging is des te problematischer als het om zelfmoord gaat. In het rapport van de WHO zegt één op de tien zorgverleners in de afgelopen twee weken “passieve zelfmoordgedachten” te hebben gehad – een gegeven dat is ontleend aan slechts één item van de PHQ-9 (“het is beter om dood te zijn”). “Ook hier geldt weer dat het een nuttige indicator is om te waarschuwen, maar geen beoordeling van het zelfmoordrisico”, benadrukt prof. Oswald. “Suïcidaliteit kan niet worden beoordeeld aan de hand van één zin: daarvoor is een grondig klinisch gesprek nodig.

”Het rapport erkent zelf deze beperking: in de verklarende woordenlijst wordt vermeld dat de gebruikte score “niet geschikt is om een diagnose te stellen”, maar dient om “de frequentie van symptomen in te schatten”. “Het probleem is dat deze nuance niet in het persbericht is opgenomen”, betreurt Oswald. “En dat maakt de boodschap contraproductief.”

Wanneer communicatie de wetenschap overschaduwt
De intentie van de WHO was prijzenswaardig: waarschuwen voor het toenemende onbehagen onder zorgverleners, in een context van tekorten en overbelasting. Maar door de methodologische nuances weg te laten, veranderde de boodschap in een slogan met cijfers: een op de drie zorgverleners heeft een depressie. “Het werd: ‘depressie’, punt uit”, betreurt prof. Oswald.

Deze verschuiving verzwakt volgens hem de geloofwaardigheid van het wetenschappelijke discours: “Als depressiediagnoses worden gesteld op basis van een vragenlijst, kan ik tien studies per dag publiceren.” De mediahype weerspiegelt volgens hem een bredere tendens: de neiging om alle gegevens over geestelijke gezondheid om te zetten in emotionele verhalen. Net zoals er greenwashing was, zien we vandaag een soort “mental health washing”.

Door de alarmfase te overdrijven, waarschuwt hij, lopen we het risico te banaliseren wat we juist aan de kaak willen stellen: het reële lijden van zorgverleners. Een verwarring die op lange termijn “zowel de preventie als het vertrouwen in de psychiatrie schaadt”, meent Pierre Oswald. “De psychiatrie verdient beter dan diagnoses die in vier minuten worden gesteld.”

Een zeer reëel, maar verkeerd benoemd leed
Achter de overdreven interpretaties blijft de uitgangsstelling niettemin zorgwekkend: zorgverleners zijn er slecht aan toe. Het onderzoek van de WHO brengt risicofactoren aan het licht die niemand betwist: lange werkdagen, nachtwerk, blootstelling aan geweld en onzekere arbeidscontracten. Deze gegevens zijn solide. “Zorgverleners lijden meer dan anderen, maar niet noodzakelijkerwijs aan een depressie”, benadrukt prof. Oswald.

Dit nuanceverschil maakt alles anders: het erkennen van het lijden betekent niet dat het als een ziekte moet worden beschouwd. Voor de psychiater is het niet dringend noodzakelijk om elk ongemak te medicaliseren, maar om de structurele oorzaken aan te pakken die het moreel van de teams ondermijnen: chronische overbelasting, gebrek aan erkenning, professionele eenzaamheid. “Uit het onderzoek blijkt heel duidelijk dat depressieve symptomen drie tot vier keer vaker voorkomen wanneer institutionele ondersteuning ontbreekt.”

Hij ziet hierin een nuttig signaal: "Het verbeteren van de kwaliteit van het werk hangt ook samen met de kwaliteit van het leven op het werk. Flexibele werktijden moeten worden aangemoedigd, er moet ruimte worden geboden om te luisteren en interne preventiemaatregelen moeten worden versterkt. Het creëren van deze ondersteunende structuren is geen luxe: het is een factor die ziekenhuizen aantrekkelijker maakt en het personeelsbehoud bevordert." Hij wijst ook op een essentieel, maar vaak vergeten onderscheid: ”Screening moet dienen om te oriënteren, niet om te labelen. Als je die twee door elkaar haalt, ontneem je zorgverleners een echt begrip van wat ze meemaken."

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.