De Nationale Raad van de Orde der Artsen is van mening dat het voorschrijven van laboratoriumonderzoeken gebaseerd moet blijven op de huidige wetenschappelijke gegevens en waarschuwt voor het toenemende gebruik van tests waarvan de klinische relevantie niet is aangetoond. In een advies dat op zijn website is gepubliceerd – op verzoek van de Hoge Raad van Artsen – herinnert de Raad aan de deontologische principes die zowel voor voorschrijvende artsen als voor klinisch biologen gelden.
Het advies komt in een context waarin "een aanzienlijk deel van de aanvragen voor laboratoriumonderzoeken in de ambulante zorg betrekking heeft op onderzoeken waarvoor het beschikbare wetenschappelijke bewijs beperkt is”. Volgens de Nationale Raad is deze vaststelling een van de redenen waarom het RIZIV en de FOD Volksgezondheid het platform Prescription Search Support (PSS) Klinische Biologie hebben ontwikkeld om de relevantie van de voorschriften te verbeteren.
Voor de Orde kan de diagnostische en therapeutische vrijheid het gebruik van onvoldoende gevalideerde onderzoeken niet rechtvaardigen. "De diagnostische en therapeutische vrijheid is een gereglementeerde en aan voorwaarden gebonden vrijheid”, benadrukt het advies. Het verduidelijkt dat het voorschrijven van een biologisch onderzoek moet berusten op een klinische basis en een wetenschappelijke redenering, en dat een arts die afwijkt van de huidige stand van de kennis, zijn keuze op rationele wijze moet kunnen rechtvaardigen. De tekst voegt hieraan toe dat een praktijk die onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is of berust op een pseudowetenschappelijke benadering, niet kan beweren te voldoen aan de normen voor goede praktijk. Evenzo moet volgens de Orde het verband tussen een analyse en een klinische aandoening of een fysiologische toestand wetenschappelijk gevalideerd zijn.
De Nationale Raad beschouwt ook de bescherming van de patiënt als een essentieel beginsel. "Er mag geen misbruik worden gemaakt van het vertrouwen van de patiënt wat betreft de relevantie van een onderzoek of de betrouwbaarheid van de interpretatie van de resultaten ervan. Zijn angst mag niet worden uitgebuit om hem een behandeling te laten accepteren – die in voorkomend geval buitensporig duur is – bij gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor de doeltreffendheid ervan”, aldus het advies.
Het document verduidelijkt bovendien dat de aan de patiënt verstrekte informatie "duidelijk, objectief, voorzichtig, genuanceerd en in overeenstemming met de wetenschappelijke inzichten en de normen die zijn afgeleid uit de goede medische praktijken“ moet zijn. Het voegt hieraan toe dat de arts zich moet onthouden van het voorschrijven van overbodige of onnodig dure behandelingen, ongeacht of deze ten laste komen van de verplichte ziektekostenverzekering of van de patiënt, en is van mening dat de verhouding tussen het belang van de zorg en de kosten ervan redelijk moet blijven.
De Orde benadrukt bovendien de onafhankelijkheid van de voorschrijvende arts, die elk belangenconflict of elke samenloop van belangen in zijn relaties met een biologisch laboratorium moet vermijden.
Ten slotte benadrukt de Nationale Raad dat ook de laboratoriumarts een deontologische verantwoordelijkheid draagt. Volgens het advies is het zijn taak om een onderzoek te weigeren dat hij medisch ongerechtvaardigd acht en in strijd met het belang van de patiënt, met name wanneer het kostbaar is en niet wordt vergoed. De laboratoriumarts wordt tevens opgeroepen om de voorschrijvers te adviseren over de keuze en het gebruik van de onderzoeken.
"Niet alle aangevraagde analyses zijn, hoewel technisch uitvoerbaar, altijd nuttig. De voorschrijver moet worden geïnformeerd over het nut van specifieke onderzoeken”, concludeert de Nationale Raad.








