Mark De Ridder, radiotherapeut-oncoloog en sinds één jaar CEO van het UZ Brussel, beklemtoont in de recentste editie van de Randkrant het belang van gemeenschapsgevoel binnen een organisatie van circa 5.000 medewerkers, aangevuld met duizenden studenten, dagelijks ongeveer 700 opgenomen patiënten en talrijke ambulante contacten. Volgens hem is die betrokkenheid cruciaal om universitaire topgeneeskunde en technologische innovatie te dragen. Enkele uitspraken.
Artsenquota, supplementen
De Ridder uit zijn bezorgdheid over de impact van de federale artsenquota. In Vlaanderen is het aantal starters in de geneeskunde beperkt, met bijkomende subquota per specialisatie (bijvoorbeeld vier radiotherapeuten/jaar). In combinatie met vergrijzing en gewijzigde work-life-balans leidt dat tot tekorten aan Nederlandstalig opgeleide artsen. “Er ontstaat een gebrek aan artsen, opgeleid aan onze Vlaamse universiteiten, die ook onze taal kennen. Terwijl Europese artsen die een taalattest kunnen voorleggen wel vrij instromen op de arbeidsmarkt.”
Communicatie is volgens hem een kernpunt: “We weten dat tweederde van alle medische fouten gebeuren door problemen met de communicatie. Zelfs een begrip als ‘hoofdpijn’ betekent in verschillende talen en culturen vaak iets anders. Ik vind dus dat je als ziekenhuis volop moet inzetten op communicatie met de patiënten.”
Onderfinanciering en toenemende zorgvraag zetten de sector verder onder druk: “Onderfinanciering van onze sector in combinatie met overbevraagde artsen maken ereloonsupplementen vaak onvermijdelijk.” Supplementen en wachtlijsten zijn volgens De Ridder inderdaad deels systemische gevolgen van structurele onderfinanciering en capaciteitsbeperkingen. Ziekenhuizen blijven daarbij afhankelijk van beleidskeuzes om capaciteit uit te breiden en toegankelijkheid te garanderen.
Spoedzorg
“Ons triage-systeem zorgt ervoor dat iedereen die ‘kritische zorg’ nodig heeft, zoals iemand die net een infarct of een potentieel dodelijke allergische reactie kreeg, meteen wordt behandeld. Anderen krijgen een ander label en moeten in functie daarvan hun plaats in de zorgstraat innemen.” De continue werking brengt organisatorische en veiligheidsuitdagingen mee. Agressie tegen zorgverleners vereist volgens hem structurele sensibilisering en beveiligingsmaatregelen. Het respect tussen patiënt en zorgverlener moet wederzijds zijn.
Radiotherapie
Radiotherapie is een speerpunt van het UZ Brussel. De Ridder schetst de evolutie van tweedimensionale planning met beperkte dosis en aanzienlijke neveneffecten naar vierdimensionale beeldvorming en hoogprecisie-bestraling met curatieve intentie en beperkte toxiciteit. “Ik heb de radiotherapie zien evolueren van een weinig genezende discipline met veel nevenwerkingen tot een behandeling voor mensen die medisch moeilijker te opereren zijn, en die bijvoorbeeld bij prostaat- of longkanker dezelfde genezingscijfers heeft als de chirurgie die we vooral aan fitte patiënten bieden. Het UZ Brussel zit wereldwijd aan de top wat betreft de snelle implementatie van high-tech radiotherapie.”
Netwerkvorming en taakverdeling
In het veranderende ziekenhuislandschap acht De Ridder verdere specialisering en samenwerking met andere ziekenhuizen onvermijdelijk. “De tweedelijnsfunctie blijft voor het UZ heel belangrijk voor diegenen die in de Vlaamse Rand door hun huisdokter worden doorverwezen. Ondertussen bekijken we met de ziekenhuizen rondom ons en met de Raad van Universitaire Ziekenhuizen van België waar welke zorg het beste kan worden verstrekt. De komende 20 jaar gaan we naar een model waarvoor we de taken zullen moeten verdelen en samenwerken. Hopelijk met een overheid die daarin beslissingen durft nemen.”
Strategische prioriteiten
“In april of mei openen we hier een volledig nieuw medisch technisch gebouw van 175 miljoen euro vol nieuwe operatiekamers, een afdeling intensieve zorg, ook voor kinderen, nieuwe labo’s, een oncologisch centrum,… Echt een mijlpaal voor ons ziekenhuis dat volgend jaar vijftig jaar bestaat.”
Financiële duurzaamheid in een context van stijgende medicatie- en technologiekosten blijft centraal staan, naast bereikbaarheid en de inzet van voorspellende modellen voor overlevingsinschatting en therapiekeuze, en taalmodellen voor verslaggeving en planning.
Foto (c) Ine Dehandschutter








