Met 2,4 miljoen rechthebbenden, goed voor één op de vijf Belgen, ligt het statuut verhoogde tegemoetkoming ook politiek onder vuur. Parlementaire initiatieven en recente aankondigingen van minister Vandenbroucke wijzen op een bereidheid tot bijsturing. Het Vlaams Artsensyndicaat wil dat politieke momentum benutten en schuift een concreet alternatief naar voren, met een opt-in-systeem als kern en flankerende maatregelen als noodzakelijke randvoorwaarde.
In artsenmiddens leeft al langer onvrede over de ontsporing van de verhoogde tegemoetkoming. “De verhoogde tegemoetkoming is essentieel om zorg toegankelijk te houden voor mensen die het financieel moeilijk hebben,” zegt Jos Vanhoof, voorzitter van het Vlaams Artsensyndicaat. “Maar vandaag is het statuut zo ruim geworden dat het zijn doel voorbijschiet. Zonder gerichte correcties dreigt het draagvlak te verdwijnen.”
De verhoogde tegemoetkoming werd ingevoerd om uitstel van zorg bij kwetsbare patiënten te voorkomen. Aanvankelijk ging het om een duidelijk afgebakende groep van ongeveer 900.000 inwoners, de vroegere WIGW’s: weduwen en weduwnaars, personen met een handicap, invaliden, alleenstaanden en langdurig werklozen. Voor die groep stond de nood aan bescherming buiten discussie.
Vandaag is het beeld grondig veranderd. Ongeveer 2,4 miljoen Belgen genieten het statuut. Die sterke toename is in belangrijke mate het gevolg van de automatische toekenning binnen de OMNIO-categorie, op basis van inkomen alleen. “Daar zit een structureel probleem,” stelt Vanhoof. “Het inkomen wordt bekeken, maar de globale financiële situatie blijft vaak buiten beeld.”
Opt-in als koerswijziging
Voor de ongeveer 1,5 miljoen OMNIO-gerechtigden buiten de klassieke WIGW-groep pleit het Vlaams Artsensyndicaat daarom voor een actief opt-in-systeem. Wie meent recht te hebben op verhoogde tegemoetkoming, zou dat recht niet langer automatisch krijgen, maar zelf bewust moeten aanvragen.
“Het syndicaat pleit niet voor afbouw van solidariteit,” benadrukt Vanhoof. “Integendeel. Een opt-in-systeem maakt de toekenning bewuster en transparanter. De aanvrager weet vooraf dat alle inkomens- en vermogenscriteria strikt worden gecontroleerd.”
Dat betekent dat niet alleen het inkomen wordt onderzocht, maar ook materiële en immateriële activa, in binnen- en buitenland, inclusief eigendommen en belangen in vennootschappen. Zo verdwijnt de automatische toekenning, worden controles achteraf vermeden en komt het statuut opnieuw terecht bij patiënten die er werkelijk nood aan hebben en er ook baat bij hebben. Volgens het Vlaams Artsensyndicaat zou deze aanpak het aantal rechthebbenden opnieuw aanzienlijk doen dalen, zonder de echt kwetsbare groepen te treffen.
Het statuut van verhoogde tegemoetkoming gaat vandaag verder dan een lager remgeld. Patiënten betalen bij de huisarts één euro, krijgen hogere terugbetalingen voor geneesmiddelen, lagere ziekenhuisfacturen en bijkomende bescherming via de maximumfactuur. Daarbovenop komen sociale voordelen buiten de gezondheidszorg, zoals sociale energietarieven en kortingen op het openbaar vervoer. De maatschappelijke kost loopt op tot gemiddeld 3.000 à 4.000 euro per rechthebbende per jaar.
“Het probleem is niet dat de samenleving investeert in kwetsbare patiënten,” zegt Vanhoof. “Het probleem is dat het systeem zo breed is geworden dat het maatschappelijk draagvlak onder druk komt te staan.”
Druk op de ambulante zorg
Die druk wordt steeds concreter in de ambulante zorg. Het verbod op ereloonsupplementen voor patiënten met verhoogde tegemoetkoming heeft de financiële impact voor praktijken vergroot. Bij de invoering van die maatregel werd expliciet verwezen naar flankerende maatregelen om het evenwicht te bewaren. Tot vandaag blijven die grotendeels uit.
“Het Vlaams Artsensyndicaat stelt vast dat steeds meer praktijken moeite hebben om economisch leefbaar te blijven,” aldus Vanhoof. “Zeker in de extramurale zorg neemt de demotivatie toe.” Recent gaf ongeveer één op de drie psychiaters aan te overwegen de ambulante praktijk stop te zetten of sterk af te bouwen. “Dat zijn geen incidenten, maar structurele signalen.”
Nochtans zijn de instrumenten om het statuut gerichter toe te passen beschikbaar. Via PatrimonyService kunnen onroerende inkomsten en vermogens worden opgespoord. ChildBenefit laat toe te controleren of vrijgestelde beroepsinkomsten terecht zijn. In theorie maken deze databanken een grondige controle mogelijk. In de praktijk worden ze vooral ingezet bij nieuwe dossiers en nauwelijks bij bestaande rechthebbenden.
Politiek momentum
Dat het debat vandaag politiek rijp is, blijkt uit de opeenvolging van initiatieven in het parlement. Alexia Bertrand (Anders) pleitte voor het terugschroeven van de ambtshalve toekenning. Daniel Bacquelaine (MR) vroeg strengere controles waarbij ook het vermogen wordt meegewogen. Jean-François Gatelier (Les Engagés) riep op tot een grondige herziening van het statuut.
Ook Frank Vandenbroucke erkende recent dat bijsturing nodig is. Hij kondigde maatregelen aan om meerdere eigendommen uit te sluiten, bijkomende inkomsten mee te tellen en vennootschapsconstructies correct te integreren in de beoordeling van het recht op verhoogde tegemoetkoming.
“Dat zijn stappen in de juiste richting,” besluit Vanhoof, “maar zonder echte flankerende maatregelen blijft de druk op de ambulante zorg toenemen. Het opt-in-voorstel dat het Vlaams Artsensyndicaat naar voren schuift, is geen breuk met solidariteit, maar een poging om haar te redden.”
Lees ook:
> Vandenbroucke plant maatregelen om stijgend aantal verhoogde tegemoetkomingen af te remmen
> Huisartsen onder druk door verhoogde tegemoetkoming: “Wij zijn geen goedkope praatpalen”








