Meer tijd, meer impact: consultaties maken zo het verschil bij chronische pijn (KCE)

Chronische pijn treft naar schatting één op vijf volwassenen, met grote gevolgen voor levenskwaliteit, werk, studie en gezondheidskosten. Het probleem is vaak slecht begrepen, zowel door patiënten als door zorgverleners en het brede publiek. Hardnekkige misvattingen (“er moet een letsel zijn”, “er is geen oplossing”) bemoeilijken herstel. Daarom is betere voorlichting cruciaal, luidt de conclusie van een nieuw rapport van het Federaal Kenniscentrum (KCE).

Pijnmechanismen zijn divers en altijd reëel. Vandaag weten we dat pijn niet altijd het gevolg is van een ziekte of een letsel. Pijn kan ontstaan door:

  • Nociceptieve pijn: letsel of ontsteking, vergelijkbaar met een brandalarm dat rook detecteert.
  • Neuropathische pijn: schade aan het zenuwstelsel, een alarm dat afgaat door een interne storing.
  • Nociplastische pijn: een overgevoelig pijnsysteem dat te snel alarm slaat.

Pijn wordt bovendien beïnvloed door levensstijl, stress, relaties en overtuigingen. De hersenen zijn kneedbaar: verkeerde patronen kunnen worden afgeleerd en nieuwe kunnen worden aangeleerd.

Multimodale aanpak als sleutel  

Omdat pijn meerdere oorzaken heeft, is een combinatie van biomedische, psychologische en sociale interventies nodig, meent het KCE. Educatie over pijn is essentieel om patiënten actief en realistisch te betrekken bij hun behandeling. Voorbeelden van sociale interventies zijn werkhervatting op maat en ondersteuning van de omgeving.

België beschikt al over veel middelen, zoals Multidisciplinaire Centra voor Chronische Pijn en pijnteams in ziekenhuizen. De uitdaging ligt niet in nieuwe structuren uitvinden, maar beter integreren en afstemmen van wat er al bestaat.

Het KCE stelt een model voor met negen samenhangende pijlers, waaronder:

  • persoonsgerichte zorg
  • een duidelijk zorgtraject
  • betere opleiding van zorgverleners
  • interprofessionele samenwerking
  • aangepaste financiering
  • versterkt onderzoek
  • publieksgerichte sensibilisering
  • een nationaal actieplan
  • een stakeholderwerkgroep voor coherente uitvoering

Of dat voorstel ook in te bedden is in de huidige context (aangepaste financiering? Versterkt onderzoek?) is zeer de vraag. Volgens het KCE moeten deze pijlers samen toch een fundamentele perspectiefwijziging ondersteunen: van patiënten en hun naasten tot zorg- en welzijnswerkers, leerkrachten, werkgevers en beleidsmakers. Maar niet toevallig luidt de boodscha ook: "Chronische pijn: de muzikanten zijn er, nu de partituur nog." Het beleid moet dus volgen.

Zorgorganisatie

Individuele behandeling wordt beïnvloed door kennis en verwachtingen van patiënten, maar ook door tijd en ondersteuning voor zorgverleners. Of voor die vaststelling een KCE-rapport nodig is, is zeer de vraag. Voor meer middelen moet de overheid simpelweg zelf over de brug komen. Maar het weerhoudt het KCE er niet van om de link te leggen naar de noodzaak van bredere keuzes rond zorgorganisatie, opleiding en richtlijnen. “Maatschappelijke attitudes bepalen hoe patiënten worden benaderd en hoe zorg wordt ingericht”, luidt een nauwelijks verholen wenk naar de politiek. “Structurele maatregelen kunnen overtuigingen en gedrag geleidelijk veranderen.”

Eén ding is zeker volgens het KCE en allicht ook het werkveld: chronische pijn is een complex probleem dat je niet kunt aanpakken met losse initiatieven. Een gedeelde visie, betere coördinatie en versterking van bestaande middelen zijn noodzakelijk. Daarom formuleerde  het KCE bijna 40 concrete aanbevelingen om de negen pijlers van het voorgestelde model te ondersteunen en zo te komen tot een duurzame verbetering van de zorg voor mensen met chronische pijn.

> Lees hier het KCE-rapport

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.