De federale controle op facturen in de gezondheidszorg levert een opvallend beeld op. In 2025 werd voor 15,86 miljoen euro aan onterechte aanrekeningen vastgesteld, een van de hoogste bedragen van de voorbije jaren. Tegelijk daalde het aantal controles. Die combinatie roept vragen op: meer fouten, meer fraude, of een andere manier van controleren?
De cijfers komen uit het jaarverslag van de controle- en evaluatiedienst van het RIZIV en hebben betrekking op alle zorgverstrekkers en zorginstellingen. Het gaat zowel om terug te vorderen bedragen na administratieve fouten als om dossiers waarin effectief sprake is van fraude.
Volgens minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke ligt de verklaring in een strategische keuze. “De controles worden steeds gerichter ingezet, met een focus op dossiers met een potentieel grotere impact,” zei hij in de Kamer.
Dat heeft gevolgen voor de vaststellingen. “Dat verklaart waarom, ondanks minder controles, het totaalbedrag stijgt en de dossiers zwaarder doorwegen,” aldus de minister. “Het gaat daarbij zowel om administratieve fouten als om intentionele inbreuken.” Met andere woorden: minder dossiers, maar met grotere financiële inzet.
Vooral administratieve fouten
Kamerlid Irina De Knop benadrukte dat de cijfers niet verkeerd geïnterpreteerd mogen worden. “Het merendeel van de vaststellingen heeft betrekking op administratieve fouten. Slechts een minderheid betreft effectieve fraude,” stelde ze.
Die nuance is belangrijk in een systeem waar facturen sterk gereguleerd en complex zijn. Tegelijk wees De Knop op een andere tendens: “In een beperkt aantal gevallen is er sprake van ernstige fraude, vaak met aanzienlijke bedragen. Dat kan het vertrouwen in het systeem ondermijnen en heeft een impact op de betaalbaarheid van de zorg.”
Volgens Vandenbroucke blijft fraudebestrijding een prioriteit. Hij verwees naar een nieuw handhavingsplan voor 2026-2030, met 51 acties. “Bestrijding van fraude blijft vanzelfsprekend een prioriteit,” zei hij. “Daarom is een ambitieus actieplan uitgewerkt, gericht op betere samenwerking, efficiënte informatie-uitwisseling en een combinatie van preventie en sanctionering.”
Ook het sanctiebeleid wordt verder ontwikkeld. “We bouwen aan een versterkt en coherenter handhavingskader,” aldus de minister. “Het gaat onder andere om de mogelijkheid tot schorsing van RIZIV-nummers, maar dat is één element in een breder geheel.”
De uitbreiding van de inspectiediensten maakt deel uit van die aanpak, maar is volgens de minister geen wonderoplossing. “Extra inspecteurs zijn noodzakelijk, maar dat is ook niet voldoende,” zei hij. Hij pleit voor een geïntegreerde benadering: “Het is essentieel om zowel de personeelscapaciteit als de beschikbare instrumenten te versterken. We gaan deze aanpak de komende jaren verder uitrollen en opvolgen.”
Frustratie over gebrek aan detailcijfers
Tijdens het debat vroeg De Knop ook om meer gedetailleerde cijfers, onder meer over de aard van de inbreuken en de verdeling tussen sectoren. Die kreeg ze niet meteen.
Volgens Vandenbroucke lenen dergelijke vragen zich niet tot een mondeling debat. “U hebt ook detailvragen over uitsplitsingen, maar dat kan ik in een mondelinge vraag niet ten gronde beantwoorden. Ik denk dat dat iets is voor een schriftelijke vraag.”
Dat antwoord leidde tot frustratie bij De Knop. “De realiteit is dat we heel lang moeten wachten op antwoorden op schriftelijke vragen, soms maanden,” reageerde ze. “Dat maakt het moeilijk om ons parlementaire werk correct te doen. Ik betreur het dat u die informatie niet aan het Parlement geeft, terwijl u die wel hebt.”








