Het aantal diagnoses van pancreaskanker blijft in België jaar na jaar toenemen. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke op een parlementaire vraag van Kamerlid Kathleen Depoorter (N-VA), op basis van gegevens van de Stichting Kankerregister. Hoewel de overleving de voorbije jaren licht verbeterde, blijft pancreaskanker een van de dodelijkste kankers.
Tussen 2010 en 2023 werden in België 26.414 nieuwe diagnoses van pancreaskanker geregistreerd. In 2023 ging het om 2.271 diagnoses, waarvan 1.149 bij mannen en 1.122 bij vrouwen. Op basis van de registraties door de laboratoria voor pathologische anatomie wordt het aantal diagnoses voor 2024 geraamd op 2.321. De definitieve cijfers voor 2024 en de ramingen voor 2025 worden in juli 2026 beschikbaar. In 2023 was alvleesklierkanker de zesde meest frequente kankerdiagnose bij vrouwen en de elfde bij mannen.
Volgens de projecties van de Stichting Kankerregister zal het jaarlijkse aantal nieuwe diagnoses tegen 2035 oplopen tot 3.378, een stijging met ongeveer 49%. Bij mannen wordt een toename van 44% verwacht, bij vrouwen 53%. Die groei houdt verband met de toename en de vergrijzing van de bevolking, maar de projecties wijzen ook op een stijgend individueel risico op pancreaskanker. Dat risico neemt jaarlijks gemiddeld toe met 2,7% bij mannen en 3,2% bij vrouwen. Tussen 2023 en 2035 zou het risico volgens de projecties met 19% stijgen bij mannen en met 30% bij vrouwen.
Uit de cijfers blijkt bovendien dat het risico sterk toeneemt met de leeftijd. De gemiddelde leeftijd bij diagnose steeg van 68,7 jaar in de periode 2004-2008 naar 70,5 jaar in 2019-2023. De mediane leeftijd nam in dezelfde periode toe van 70 naar 72 jaar. Daarnaast ligt de voor leeftijd gestandaardiseerde incidentie hoger in het Waals Gewest, met 20,1 gevallen per 100.000 persoonsjaren, dan in Vlaanderen en Brussel, met respectievelijk 18,2 en 18,1.
Adenocarcinomen vertegenwoordigen het merendeel van de nieuwe diagnoses van pancreaskanker. Neuro-endocriene neoplasmen maakten in de periode 2019-2023 ongeveer 11% van de diagnoses uit, maar gaan gepaard met een duidelijk betere prognose.
De geobserveerde éénjaarsoverleving steeg van 36,7% voor diagnoses gesteld in de periode 2010-2016 naar 43,1% voor diagnoses in 2017-2023. De geobserveerde vijfjaarsoverleving bedroeg 10,7% voor patiënten die tussen 2005 en 2020 werden gediagnosticeerd. Voor neuro-endocriene neoplasmen bedroeg die 68,1%, tegenover 7,8% voor adenocarcinomen van de pancreas. Een mogelijke hypothese is dat de vooruitgang in de therapeutische mogelijkheden heeft bijgedragen aan de waargenomen verbetering van de overleving.
Kathleen Depoorter noemt de cijfers “bijzonder verontrustend”. “We weten dat pancreaskanker vaak pas in een laat stadium wordt ontdekt, waardoor de behandelingsmogelijkheden beperkt zijn. Net daarom moeten we veel sterker investeren in onderzoek naar vroegdetectie, innovatieve behandelingen en een doordacht preventiebeleid. Als we weten dat het aantal diagnoses tegen 2035 met bijna de helft zal stijgen, mogen we daar vandaag niet passief op toekijken”, zegt ze.
Depoorter wijst erop dat de stijging deels wordt verklaard door de vergrijzing, maar dat het Kankerregister ook een reële toename van het individuele risico ziet. Bekende risicofactoren zoals roken, overmatig alcoholgebruik en een onevenwichtige voeding kunnen daarbij een rol spelen, al kan de ziekte ook mensen zonder duidelijke risicofactoren treffen.
“Elke stap richting een vroegere diagnose kan levens redden. Daarom moeten we blijven investeren in wetenschappelijk onderzoek, sensibilisering en een sterke oncologische zorg”, besluit Depoorter.








