De pensioenmaatregelen waaraan de federale regering van premier De Wever sleutelt, remmen de stijging van de sociale uitgaven af. Dat becijferde de Studiecommissie voor de Vergrijzing in zijn nieuwste jaarverslag. Anderzijds zijn er sociale gevolgen omdat de maatregelen leiden tot lagere pensioenen, vooral bij ambtenaren en werknemers.
De sociale uitgaven, zoals pensioenen en gezondheidszorg, gaan door de steeds ouder wordende bevolking in stijgende lijn. Volgens de studiecommissie stijgen de sociale uitgaven van 25,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2024 naar 27,5 procent van het bbp in 2070.
Het verschil van alle sociale uitgaven tussen 2040 en 2070 komt dus uit op 1,7 procentpunt van het bbp. Dat verschil geldt als de budgettaire kosten van de vergrijzing op de lange termijn. In het verslag van een jaar eerder was dat nog 3,6 procentpunt van het bbp voor deze periode. Ten opzichte van het verslag 2024 is die stijging in deze periode dus kleiner (een verschil van 1,9 procentpunt bbp) door de maatregelen die de federale regering voorziet voor de sociale uitkeringen, de pensioenen in het bijzonder.
Wie enkel naar de pensioenen kijkt, komt uit op een vermindering van de budgettaire kosten met 1,8 procentpunt bbp tussen 2024 en 2070 door de pensioenmaatregelen. Dat verschil is "niet onaanzienlijk", aldus Greet T'Jonck, voorzitter van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. De budgettaire kost van de pensioenen neemt nog toe, maar dus in mindere mate. De impact is er vooral bij de pensioenregeling voor werknemers (-0,9 procentpunt bbp) en ambtenaren (-0,8 procentpunt bbp).
"De vergrijzing zet zich door en leidt tot een stijging in de sociale uitgaven, vooral bij de pensioenen en gezondheidszorg", zei minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) bij de voorstelling. Hij wees meteen naar de hervormingen: "Arizona zorgt voor een halvering van de stijging van de vergrijzingskosten in vergelijking met het vorige rapport."
De lagere pensioenkosten zijn bijvoorbeeld het gevolg van de afschaffing van de zogenaamde preferentiële tantièmes (voordelige loopbaanbreuk bij de pensioenberekening) en verhoging van de pensioenleeftijd in speciale regimes, de nieuwe bonus-malusregeling voor wie vervroegd of later met pensioen gaat, en de tijdelijke opschorting van de welvaartsenveloppe bij de pensioenen.
Minder gemiddeld pensioen voor ambtenaren en werknemers
Anderzijds krimpt op sociaal vlak vooral bij ambtenaren en werknemers de verhouding tussen het gemiddelde rustpensioen van alle gepensioneerden en het gemiddelde beroepsinkomen van alle actieve personen. Het gaat om de zogenaamde 'benefit ratio'. Door de pensioenwijzigingen komt het gemiddelde pensioenbedrag met andere woorden lager uit ten opzichte van de situatie zonder de ingrepen. Het gaat om forse dalingen op lange termijn. Bij werknemers neemt de benefit ratio in 2070 hierdoor met 9,2 procent af, bij ambtenaren is dat zelfs een daling met 11,9 procent. Voor zelfstandigen is er sprake van een daling met 3,1 procent. De procentuele verandering in de benefit ratio geeft "de verandering in het gemiddelde pensioen van alle gepensioneerden" weer, valt te lezen in het verslag.
Bij gepensioneerde werknemers en zelfstandigen is de negatieve impact hier groter bij vrouwen, en dus stijgt de pensioenkloof er. Bij de ambtenaren is het andersom en wordt de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen kleiner.
De becijfering van het scenario waarin de aangekondigde pensioenmaatregelen uit het regeerakkoord meegenomen zijn, gaat uit van de modaliteiten die ervan bekend zijn tot 4 juni. De Studiecommissie voor de Vergrijzing ging uit van een bevolking van 12,96 miljoen mensen in 2070 tegenover 11,79 miljoen in 2024.
Jambon wees tot slot op de verschillende grote dossiers die de federale regering deze maand voor het zomerreces nog wil behandelen. De hervormingen van de regering "zijn niet eenvoudig, laat staan gemakkelijk". "De zeer ongunstige begrotingstoestand maakt de operatie echt moeilijk, maar wel uiterst noodzakelijk." Een "gigantische uitdaging" maar "we moeten erdoor". De regering zet bijvoorbeeld "duidelijke stappen in de financiële beheersing van de pensioenkosten".








