Sinds enkele dagen heeft Prof. dr. Stefaan Nijs, gerespecteerd hoogleraar aan de KU Leuven, algemeen chirurg en traumatoloog, zijn Leuvense stek ingeruild voor een nieuwe uitdaging bij UMC Utrecht. Daar wordt hij voltijds medisch wetenschappelijk manager en voorzitter van de divisie heelkundige specialismen.
Prof. Nijs, gereputeerde Vlaamse topchirurg, verklaarde enkele jaren geleden nog dat hij 100 tot 110u per week werkte. Een uitspraak die bij de vorige generatie chirurgen tamelijk normaal in de oren klonk, daar waar de nieuwe generatie specialisten in opleiding meer de klemtoon legt op een evenwichtigere worklifebalans.
Aan ambitie geen gebrek bij professor Nijs. Voor 'Topdokters' liet hij ooit noteren dat hij "de beste wou zijn." "Ik ben niet de beste, maar ik wil het zijn. Kunnen zeggen: ik stop dit hier en jij gaat niet dood. Dat is de kick."
Prikongevallen
In De Specialist liet Prof. Nijs zich enkele jaren geleden ontvallen dat de organisatie/aanpak en registratie van onze trauma-ongevallen stukken beter kan. “We kennen in België een archi-slechte registratie van trauma-ongevallen.”
Als diensthoofd traumatologie aan het UZ Leuven was hij ook kritisch voor de risico's op hiv-prikongevallen in zijn sector. En hij kon het weten, want hij werd er ooit zelf het slachtoffer van. "Hiv geeft een besmettingskans van 1 op de 250. Hepatitis B levert een gigantisch hoog besmettingsrisico. Gelukkig is dat alles immuniseerbaar, aldus Nijs, “maar als je tripeltherapie moet nemen – ik kan het getuigen, ik had een prikongeval bij hiv-positieve patiënt 5 jaar geleden – dan is dat de hel. Je bent doodmoe, psychisch een wrak. Voorkomen is de boodschap.”
Handschoenperforatie bij longchirurgie komt voor in bijna 80% van de cases. Hoe langer de ingrepen, hoe groter het risico. Bij een ingreep van meer dan 4u doet zich bij een op twee cases handschoenperforatie voor, voornamelijk bij de chirurg. Veiligheidsmaatregelen zijn een must. “Double gloving moet absoluut” stelde Nijs ferm.
Traumacentra
Hij verklaarde in 2015 ook dat ons land helemaal niet zo goed scoort inzake traumazorg voor ernstig gekwetsten. "Niet volgens de kaart Europa: ieder jaar sterven bij ons 50 mensen/100.000 inwoners aan de gevolgen van een ongeval. Het verschil met Nederland is ontzettend groot (26/100.000). Bovendien: “Onze statistieken zijn op niks gebaseerd, met onderschattingen van 5 tot 10% en onderrapportering!" (...)
"Onze buurlanden implementeerden netwerken om de zorgkwaliteit te verbeteren. Duitsland deed dat al in de jaren 90, de Nederlanders bij het begin van deze eeuw: netwerken voor traumazorg zijn inmiddels uitgegroeid tot netwerken acute zorg. “
"Het laatste land dat die weg opging is Engeland. Daar was tot in 2010 de zorg gelijkaardig georganiseerd als in België. Na analyse vond men deze aantallen niet langer acceptabel…” Hij werkte ook mee aan een rapport van het Kenniscentrum in dat verband.
“Vandaag heb je binnen 30 minuten een CT-scan met protocol total body nodig om adequaat te diagnosticeren."
Toen al hield hij een pleidooi voor de opstart van traumanetwerken. “Minstens 400/600 majortraumapatiënten moet je behandelen vooraleer je een belangrijke impact hebt op de mortaliteit. Voor een totaal van 4.000 gevallen in België houdt dat dus negen tot tien netwerken in. De transporttijd iets verlengen maakt niets uit: “In Engeland is gebleken dat een transporttijd tot 45 minuten geen enkele impact heeft op de survival.”
Hij stelde destijds ook enkele concrete oplossingen voor. Vandaag staan die traumacentra weer op de politieke agenda in ons land. In zijn recente nota over de ziekenhuishervorming schrijft minister Vandenbroucke het zo: "Hiernaast moet werk gemaakt worden van zowel het uitwerken van nog niet gereglementeerde zorgopdrachten zoals de majeure traumacentra."
Prof. Nijs zal zijn ideeën nu kunnen aftoetsen in het door hem zeer gewaardeerde Nederland, maar hij blikt positief terug op zijn Belgische professionele leven: "Ik wil de gelegenheid te baat nemen om mijn dank te betuigen, terugblikkend op 21 jaar werk voor UZ Leuven en KU Leuven. Gesteund en geïnspireerd door giganten die me verrijkten en deden groeien. "Voor altijd een Leuvens hart."








