Psychische problemen nemen toe na gendertransitie bij jongeren

Binnen de groep jongeren die een medische gendertransitie ondergingen, nam de psychiatrische zorgbehoefte tijdens de follow-up duidelijk toe. Bij jongeren die een feminiserende behandeling kregen, steeg het aandeel met psychiatrische zorg van 9,8% vóór het traject tot 60,7% nadien. Bij een masculiniserende behandeling ging het om een stijging van 21,6% naar 54,5%. Deze cijfers komen uit recent Fins onderzoek.

In de algemene bevolking verschillen psychische problemen tussen jongens en meisjes, onder meer wat betreft depressie en angststoornissen. Ook bij jongeren die zich aanmelden voor genderidentiteitszorg worden dergelijke verschillen gezien, maar de psychiatrische zorgbehoefte is in alle groepen uitgesproken hoog.

Een Fins onderzoek van Sami-Matti Ruuska (Tampere University) en collega’s, gepubliceerd in Acta Paediatrica, ging na in welke mate deze verschillen terugkeren binnen deze populatie en hoe de psychiatrische zorgbehoefte zich in de tijd ontwikkelt.

De studie includeerde 2.083 jongeren die tussen 1996 en 2019 werden doorverwezen naar gespecialiseerde genderidentiteitsdiensten, en vergeleek hen met 16.643 leeftijdsgenoten van hetzelfde geslacht. De gemiddelde leeftijd bij aanmelding lag rond 18,5 jaar. De onderzoekers maakten gebruik van nationale gezondheidsregisters, wat toeliet om medische behandelingen en psychiatrische zorgcontacten over een lange periode te analyseren.

Zowel vóór als na het eerste contact met de genderzorg bleek de nood aan specialistische psychiatrische behandeling aanzienlijk hoger in de groep die zich aanmeldde voor genderzorg. Voor het eerste contact had 45,7% van deze jongeren al gebruikgemaakt van specialistische psychiatrische zorg, tegenover 15,0% in de controlegroep. Twee jaar of langer na het eerste contact liep dit op tot 61,7%, terwijl dit bij de controles stabiel bleef rond 14 à 15%.

Niet alleen de prevalentie, maar ook de intensiteit van de zorg verschilde. Jongeren in de gendergroep hadden vaker langdurige en frequente contacten met de psychiatrie, wat wijst op ernstigere of meer persisterende problematiek.

Stijging psychiatrische zorg na medische transitie
Binnen de groep jongeren die geen medische gendertransitie ondergingen, bleef de psychiatrische zorgbehoefte eveneens hoger dan bij de controlegroep. Bij jongeren die wel een medische transitie ondergingen, werd een duidelijke toename vastgesteld in de periode na de start van de behandeling, in beide richtingen van transitie.

Na correctie voor vooraf bestaande psychiatrische problematiek bleef het risico op latere specialistische psychiatrische behandeling verhoogd in vergelijking met de controlegroep. Afhankelijk van de vergelijking ging het om een ongeveer drie- tot vijfvoudig verhoogd risico. Verschillen tussen subgroepen, zoals wel of geen medische transitie, namen af na correctie voor eerdere psychiatrische zorg.

De studie toont verder dat jongeren die zich in recentere jaren (na 2010) aanmelden voor genderzorg vaker al vóór het eerste contact psychiatrische behandeling hadden gehad dan eerdere cohorten. Het aandeel jongeren met eerdere psychiatrische zorg verdubbelde in deze periode, terwijl een gelijkaardige evolutie niet werd vastgesteld in de controlegroep.

Blijvende en toenemende zorgnoden
Wat betreft sekseverschillen werd vastgesteld dat jongeren met een vrouwelijke geregistreerde sekse binnen de gendergroep vaker psychiatrische diagnoses hadden vóór het eerste contact. Deze verschillen namen af in de follow-up, waar de zorgbehoefte hoog bleef in alle subgroepen.

De auteurs geven aan dat adolescenten met genderdysforie, ongeacht geslacht, een verhoogde psychiatrische morbiditeit vertonen. Na medische gendertransitie lijkt de nood aan psychiatrische behandeling toe te nemen en bij een deel van de jongeren wordt een verslechtering van de mentale gezondheid beschreven. Mogelijke mechanismen en kwetsbare subgroepen vragen verder onderzoek.

Grondige psychiatrische evaluatie nodig
Daarnaast geven de onderzoekers aan dat de aanzienlijke psychiatrische problematiek die reeds aanwezig is vóór het eerste contact met genderidentiteitszorg, en de toename daarvan in de tijd, erop kan wijzen dat genderdysforie bij een deel van de jongeren samenhangt met andere psychische problemen.

"Dit onderstreept het belang van een grondige psychiatrische evaluatie en adequate behandeling van deze problematiek, zowel vóór als na eventuele medische interventies", schrijven de auteurs. Ze wijzen ook op het belang van het bespreken van de mogelijke effecten van de behandeling en de verwachtingen van de patiënt vóór de start, en van een blijvende psychiatrische opvolging.

  • De studie “Psychiatric Morbidity Among Adolescents and Young Adults Who Contacted Specialised Gender Identity Services in Finland in 1996–2019: A Register Study” van Sami-Matti Ruuska en collega’s werd gepubliceerd in Acta Paediatrica (2026).

    Link naar de studie: https://doi.org/10.1111/apa.70533

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.