Van astma over diabetes tot de ziekte van Crohn: waarom de duur van ziekteverlof sterk verschilt

Bij chronische aandoeningen is de diagnose vaak minder bepalend voor de duur van het ziekteverlof dan de mate waarin de ziekte onder controle is. Dat blijkt uit vier nieuwe fiches van het Nationaal College voor Socialeverzekeringsgeneeskunde over astma, COPD, diabetes type 1 en chronische inflammatoire darmziekten (IBD). 

Terwijl goed gecontroleerde astma vaak geen werkonderbreking vereist, kunnen ernstige COPD of complicaties van diabetes type 1 leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. 

De fiches maken deel uit van het project rond ziekteverlof en werkhervatting dat wordt gecoördineerd door prof. Lode Godderis. Ze bieden huisartsen referentieduurtijden voor arbeidsongeschiktheid, maar benadrukken tegelijk het belang van functionele beperkingen, comorbiditeiten en de concrete werkomstandigheden. 

Astma: 0 tot 14 dagen na een opstoot

Bij goed gecontroleerde astma is een werkonderbreking volgens de fiche doorgaans niet gerechtvaardigd. Alleen de tijd die nodig is voor bijkomende onderzoeken of een acute exacerbatie kan aanleiding geven tot tijdelijke arbeidsongeschiktheid. 

Na een milde opstoot wordt een werkonderbreking van nul tot drie dagen voorgesteld. Bij een matige exacerbatie loopt dat op tot drie à zeven dagen en bij een ernstige opstoot of behandeling met systemische corticosteroïden tot zeven à veertien dagen. De ernst van de symptomen en het herstel van de longfunctie blijven bepalend. 

De fiche vraagt bijzondere aandacht voor beroepsastma. Naar schatting 5 tot 20% van de nieuwe astmagevallen houdt verband met de werkomgeving. Blootstelling aan rook, irriterende stoffen, koude lucht of intensieve fysieke inspanningen kan de klachten uitlokken of verergeren. 

COPD: 1 tot 6 weken

Bij COPD hangt de duur van het ziekteverlof nauw samen met de ernst van de exacerbatie, de functionele beperkingen en eventuele comorbiditeiten. De fiche benadrukt dat niet alleen de longfunctie, maar ook inspanningstolerantie en dyspnoe bepalend zijn voor de arbeidsgeschiktheid. 

Voor een milde exacerbatie wordt een arbeidsongeschiktheid van één tot twee weken voorgesteld. Bij een matige opstoot gaat het om twee tot vier weken. Na een ernstige exacerbatie met hospitalisatie bedraagt de referentieduur drie tot zes weken. Bij ernstige en instabiele vormen van COPD (GOLD III-IV) of zuurstofafhankelijkheid kan langdurige of zelfs blijvende ongeschiktheid voor zwaar lichamelijk werk ontstaan. 

Wereldwijd zou ongeveer 17% van de COPD-gevallen verband houden met blootstelling op het werk. Ook hier spelen rook, stof, dampen en fysiek belastend werk een belangrijke rol. 

Diabetes type 1: meestal 1 tot 3 weken

Voor diabetes type 1 voorziet de fiche relatief beperkte referentieduurtijden. Bij de diagnose wordt doorgaans één tot drie weken arbeidsongeschiktheid voorgesteld om de glycemie te stabiliseren en de patiënt vertrouwd te maken met de behandeling. Ook bij ontregeling en oppuntstelling van de therapie kan een werkonderbreking van ongeveer drie weken nodig zijn. 

De situatie verandert wanneer complicaties optreden. Neuropathie, retinopathie, nefropathie of diabetische ketoacidose kunnen aanleiding geven tot een langere arbeidsongeschiktheid of aangepaste werkhervatting. Volgens de fiche moet de beoordeling steeds vertrekken van de functionele impact en de jobvereisten, niet uitsluitend van medische parameters. 

Bijzondere aandacht gaat naar werknemers met een verhoogd risico op hypoglycemieën. Ploegenarbeid, onregelmatige werktijden, veiligheidsfuncties, werken op hoogte of lange periodes achter het stuur kunnen bijkomende risico's creëren. 

IBD: ongeveer 1 maand per opflakkering

Chronische inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa worden gekenmerkt door afwisselende periodes van remissie en ziekteactiviteit. Daardoor is de duur van arbeidsongeschiktheid vaak moeilijk voorspelbaar. 

Volgens de fiche bedraagt de mediane duur van arbeidsongeschiktheid bij een opflakkering 36 dagen voor de ziekte van Crohn en 33 dagen voor colitis ulcerosa. Uit de literatuur blijkt bovendien dat 9 tot 19% van de patiënten kortdurende arbeidsongeschiktheid kent van minder dan zes weken, terwijl 19 tot 22% langdurig afwezig is gedurende meer dan zes maanden. 

Vermoeidheid, buikpijn, diarree, concentratieproblemen en de onvoorspelbaarheid van de ziekte wegen vaak zwaar op het beroepsleven. Twee derde van de patiënten met IBD heeft volgens de fiche al problemen op het werk ondervonden. Telewerk en flexibele arbeidsomstandigheden kunnen de arbeidsparticipatie verbeteren. 

Ziektecontrole staat centraal

De vier fiches illustreren dat chronische aandoeningen zich moeilijk laten vatten in vaste termijnen voor ziekteverlof. Niet de diagnose op zich, maar vooral de controle van de ziekte, de aanwezigheid van complicaties en de aard van het werk bepalen wanneer een terugkeer naar de werkvloer mogelijk is.

Daarom benadrukken de auteurs het belang van regelmatige evaluatie, aangepast werk waar mogelijk en overleg tussen behandelend arts, arbeidsarts en adviserend arts. De referentieduurtijden zijn bedoeld als hulpmiddel voor de klinische beoordeling, niet als rigide norm voor de duur van arbeidsongeschiktheid.

Lees ook :

> Hoe lang mag een patiënt thuisblijven? Nieuwe fiches geven artsen houvast

> Hoe lang ziekteverlof bij angststoornissen, OCD en fobieën?

> Van CVS over fibromyalgie tot CRPS: waarom de duur van ziekteverlof sterk verschilt

> Van nekpijn over tenniselleboog tot heupprothese: nieuwe fiches geven richttijden voor ziekteverlof

> Ontdek alle 20 fiches

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.