Als radioloog voel ik mij persoonlijk aangesproken door uw recente uitspraken, meneer de minister. U stelt dat een radioloog gemiddeld vijf keer zoveel factureert als een huisarts, en dat ons werk vooral gedaan wordt “door dure machines”. Met alle respect: zo’n karikatuur doet geen recht aan wat wij elke dag doen voor onze patiënten.
Huisartsen en specialisten, of verschillende specialisten onderling, vergelijken op basis van wat gefactureerd wordt aan het RIZIV, dat is appelen met peren vergelijken. Van onze honoraria dragen wij bijvoorbeeld 60 tot 70% of meer af aan het ziekenhuis voor toestellen, software, personeel en infrastructuur.
Andere specialisten dragen andere bedragen af, en huisartsen hebben een heel ander kostenprofiel. Wat overblijft is dus wellicht geen vijfvoud van wat een huisarts verdient. Net zoals huisartsen werken wij vaak langer dan het systeem voorschrijft. ’s Nachts, in het weekend en tijdens de wachtdienst. Met verantwoordelijkheden die niet stoppen om vijf uur.
Het werk dat niemand ziet
Als radioloog herken ik me hoegenaamd niet in het beeld dat de minister schetst. Alsof wij enkel wat knoppen indrukken en machines aansturen. Alsof onze bijdrage louter technisch is. Dat is ronduit beledigend, radiologie is geen druk op een knop. Beelden maken is één ding. Daarna begint ons echte werk.
Elke scan, elk beeld dat wij bekijken, vraagt interpretatie. Afwijkingen onderscheiden van normale variatie. Relativeren aan de hand van de klinische context. Vergelijken met oudere onderzoeken, soms gemaakt in andere instellingen en nauwelijks vindbaar in het dossier.
Wij lezen verslagen van specialisten, consulteren labowaarden, graven naar de juiste informatie, omdat de aanvraag vaak summier is ingevuld of onvoldoende ruimte biedt voor het volledige plaatje. Wij schrijven een liefst helder verslag waar een huisarts of specialist mee verder kan. En als het dringend is, bellen we. Omdat snelheid dan telt.
Dat alles gebeurt vaak onder de radar. Vaak zonder direct patiëntencontact, maar met een intellectuele bijdrage die fundamenteel is voor een snelle, correcte diagnosestelling en daaropvolgende behandelingsstrategie.
Stille motor van overleg
Radiologen zijn een stille motor van vele multidisciplinaire overlegmomenten, net zoals bijvoorbeeld de pathologen of nuclearisten. Het is vooral bekend in de oncologie, maar wordt ook in andere settings steeds gebruikelijker. Wij beantwoorden vragen van clinici: welk onderzoek is het meest geschikt? Kan deze longtumor onder CT-geleide aangeprikt worden? Wat is de volgende stap qua beeldvorming in dit geval?
Ook onder collega’s ondersteunen we elkaar. Radiologie is breed. Iedere radioloog heeft zijn subspecialisatie. Thorax, musculoskeletaal, neuro, abdominale beeldvorming... Eén scan wordt soms door meerdere collega’s bekeken om tot een sluitend oordeel te komen.
En ja, we werken ’s avonds, ’s nachts, in het weekend. Niet alleen voor urgenties. Ook om de wachttijden te beperken. Ook omdat we geloven in onze verantwoordelijkheid tegenover de patiënt.
Zuiver populisme
De minister zegt dat er veel onjuistheden de ronde doen over zijn kaderwet. Maar hij verspreidt er zelf ook, vaak doelbewust en over ons specialisme. Zijn simplistische uitspraken gaan volledig voorbij aan de complexe realiteit en zijn te catalogeren onder zuiver populisme.
Radiologie is geen eiland. We staan midden in het zorgproces. Misschien minder zichtbaar voor de patiënt, maar essentieel voor zijn diagnose en behandeling. Ziekenhuizen kunnen niet functioneren zonder radiologen. Ik vraag dan ook respect voor de complexiteit van ons werk. Van een minister van Volksgezondheid verwacht ik dat hij genuanceerder communiceert over een sector die onder druk staat.
Dus nee, meneer de minister, ik ben geen machine.









Laatste reacties
Rudy VAN DRIESSCHE
11 juli 2025Eindelijk praktijkgedragen preciseringen tov de herhaalde stemmingmakerij door Fvdb met de irrelevante "bedragen gefactureerd aan het RIZIV".
Waar blijft de beroepsvereniging?
Philippe UYTTERHAEGEN
11 juli 2025Zeer goed geschreven ..
Philippe uytterhaegen
Els EVERAERT
11 juli 2025Beste Colllega,
Als medisch oncoloog ben ik 200 % akkoord met uw visie - op meerdere MOC’s is de aanwezigheid van radiologen een meerwaarde en ook daarbuiten helpen zij om beslissingen te nemen om tot een correcte diagnose te komen en eventueel behandeling wanneer het gaat over interventionele radiologie.
Net zoals radiologen doen heel veel artsen veel meer werk dan er ‘gezien’ wordt door de buitenwereld en minister Vandenbroucke.
Marc Moens
10 juli 2025Astrid Van Hoyweghen heeft het gevoelen bij radiologen (en andere medisch technische artsen) perfect verwoord).
De reactie van collega Stefaan Colpaert is, zoals gewoonlijk van deze Brugse internist- expert en auteur, beschamend.
Zijn gebruikelijke ingewikkelde woordenbrij maakt zijn kritiek er niet helderder op: "metaphysisch, esthetisme (een onbestaand woord m.i.) autonomie, doorgroei naar ethisch handelen, transparantie en heteronoom" allemaal in één zin: da's minder erg dan minister FVDB (want die framet de artsen duidelijk en intentioneel in een fout daglicht) maar Colpaert zou zich beter onthouden van zijn experten gezwets.
Claude Vandervorst
10 juli 2025De uitgaven kunnen toch wel fiscaal afgetrokken worden !
Christophe Breusegem
10 juli 2025Volledig mee eens Astrid Van Hoyweghen
Min. Vandenbroucke brengt nogal populistisch op de media of radio dat radiologen 5 x meer factureren dan bv huisartsen
Hij “vergeet” er bij te vertellen dat jullie afdrachten hebben aan het ziekenhuis van een orde van 60 a 70 procent
En ja jullie doen zeker nuttig werk oa de interpretatie van de beelden
Dus ja onze minister haalt uit met simplistische uitspraken …
Het moet scoren bij de brede bevolking
Als hij een echte hervorming wil doen, dan zou hij beter de ziekenfondsen opdoeken
Stefaan COLPAERT
10 juli 2025Dat alles sluit natuurlijk niet uit dat er minstens dubbelgebruik zit in de radiologische beeldvorming en dat er hiervoor geen gehoor wordt gegeven in de sector.
Het is waar dat er hierdoor een bijdrage wordt geleverd aan het ziekenhuisfunctioneren, wat terug niet onderkend wordt is datzelfde model leidt tot niet altijd in het voordeel van de patiënt uitdraaiende overconsumptie, vermits per prestatie betaald wordt in de algemene ziekenhuizen (slechts gedeeltelijke forfaitarisering).
Metaphysisch kun je stellen dat hier vastgehouden wordt aan esthetisme en autonomie en dat een doorgroei naar ethisch handelen en een meer transparante relatie met de patient in zijn heteronome context hierbij vanzelfsprekend wordt.
Een gecapte financiering is echter de consequentie van een Amerikaans model van geneeskundig functioneren in een Europese economie die niet de Amerikaanse is.
Salariering van de radiologie is het alternatief, ook al wordt dat dan staatsgeneeskunde genoemd.
Consuminderen is de weg vooruit.